[naam] , verzoekster,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Werner)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoekster tot het treffen van de voorlopige voorziening om gedurende de behandeling van haar beroep tegen de afwijzing van haar aanvraag niet te worden uitgezet.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Ook referent was aanwezig.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoekster. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 934,- per punt).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.