RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekerV-nummer: [v-nummer]
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.17087
(gemachtigde: mr. R.B. Hemeltjen),
en
(gemachtigde: mr. M.F. Aly) verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder beslist dat verzoeker niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verzoeker heeft hiertegen bezwaar ingediend. Verweerder heeft in het bestreden besluit bepaald dat verzoeker de uitkomst van zijn bezwaar niet in Nederland mag afwachten.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat hij de bezwaarprocedure in Nederland mag afwachten.
Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft hierop gereageerd.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
5. Dat het BMA-advies daarnaast vermeldt dat volgens de huisarts op 8 januari 2026 een consult bij de neuroloog heeft plaats gehad, doet er niet aan af dat nog altijd geen informatie beschikbaar is over een daadwerkelijke, actuele medisch-specialistische behandeling. Hetzelfde geldt voor de ter ondersteuning van het verzoek overgelegde medische informatie. Dit betreft een schriftelijke verklaring van een Belgische arts uit mei 2025, en een document ‘Neurologie’, gedateerd 23 januari 2026, waaruit blijkt van bezoeken aan de polikliniek Neurologie op 4 november 2025 en 8 januari 2026 en een voorstel tot vervolgonderzoek.
6. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar tegen het bestreden besluit bij de huidige stand van zaken daarom geen redelijke kans van slagen. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.