RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , [V-nummer] , verzoekster
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.17626
(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),
en
Procesverloop
Bij besluit van 5 juni 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van
verzoekster om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft zij op 16 juni 2023 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 14 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.11072).
Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek van 16 juni 2023 gelijkgesteld met een verzoek dat is gedaan hangende het
beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.11072, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 januari 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.