ECLI:NL:RBDHA:2026:9822

ECLI:NL:RBDHA:2026:9822

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer NL25.34043
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Toegangsweigering, gegrond. Motiveringsgebrek nu de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser het doel en de omstandigheden van zijn verblijf niet aannemelijk heeft gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van 15 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.34043

(gemachtigde: mr. D. Gürses),

en

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechter het beroep van eiser tegen het besluit om hem de toegang te weigeren tot het Schengengebied. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Eiser krijgt gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 16 april 2025 is aan eiser op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6, van Verordening (EU) nr. 2016/399 (Schengengrenscode) de toegang geweigerd.

Eiser heeft op 8 mei 2025 tegen de toegangsweigering administratief beroep ingesteld.

In het bestreden besluit van 26 juni 2025 heeft de minister dit administratief beroep ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

3. Eiser heeft de Britse nationaliteit en wilde op 16 april 2025 vanuit het Verenigd Koninkrijk met drie vrienden Nederland inreizen voor een korte vakantie in het Schengengebied. Bij aankomst in [plaats 1] werden zij door de Koninklijke Marechaussee (hierna: de Marechaussee) aan een grenscontrole onderworpen. Bij deze controle is bij de Marechaussee twijfel ontstaan over de vraag of eiser en zijn vrienden voldeden aan de voorwaarden voor toegang tot het Schengengebied. De Marechaussee heeft daarom besloten een tweedelijns grenscontrole uit te voeren en hen te horen. Deze gang van zaken en de tijdens dit gehoor door eiser afgelegde verklaringen zijn door de Marechaussee neergelegd in een proces-verbaal van bevindingen van 16 april 2025.

Besluitvorming

4. Bij besluit van 16 april 2025 heeft de Marechaussee eiser de toegang tot Nederland geweigerd, om dat eiser niet in het bezit is van toereikende bestaansmiddelen voor de duur en de vorm van het verblijf, of voor de terugkeer naar het land van herkomst of doorreis en omdat eiser niet in het bezit was van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van het verblijf blijken.

5. In het bestreden besluit heeft de minister het door eiser ingestelde administratief beroep hiertegen ongegrond verklaard. De minister stelt zich op het standpunt dat de Marechaussee eiser terecht de toegang tot Nederland heeft geweigerd, omdat hij niet aan alle voorwaarden voor toegang voldoet. Volgens de minister was het verhaal van eiser over het doel en de duur van het verblijf niet duidelijk. Zo heeft eiser bij de Marechaussee verklaard dat hij eerst met zijn vrienden naar de tulpenplek wilde gaan terwijl zijn vrienden dit niet benoemen en dit later ook niet terugkomt in de gronden van administratief beroep. Eiser heeft verklaard dat zij daarna naar [plaats 2] wilden gaan om met een bootje te varen maar nog niet te weten hoe lang. Eiser kon daarbij geen verblijfsadres noemen of een hotelreservering overleggen. Uit de later overgelegde documenten van [internetsite] kan volgens de minister niet worden afgeleid dat eiser daadwerkelijk een accommodatie had geboekt.

Wat vindt eiser?

6. Eiser is van mening dat hem ten onrechte de toegang tot Nederland is geweigerd. Hij was in het bezit van een geldig paspoort en in het bezit van voldoende middelen. Gelet op de verstrekte informatie en de verklaringen was het (toeristische) doel van zijn verblijf ook voldoende duidelijk. Eiser heeft dan ook een plausibel reisverhaal en er is meteen een hotelboeking geregeld. Hierbij wordt erop gewezen dat eiser en zijn reisgenoten met de auto waren en dus enige mate van flexibiliteit bezaten. Eiser verzoekt de minister ook te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding vanwege de materiele en de immateriële schade die hij en zijn reisgenoten hebben geleden door de toegangsweigering.

Wat vindt de rechtbank?

7. De rechtbank stelt eerst vast dat de minister op de zitting heeft bevestigd dat eiser niet langer wordt tegengeworpen dat hij niet in het bezit was van toereikende bestaansmiddelen. Het geschil beperkt zich dan ook tot de vraag of de minister aan eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij het doel en duur van het voorgenomen verblijf niet aannemelijk heeft gemaakt.

8. Op grond van artikel 14, eerste lid, van de Schengengrenscode wordt een onderdaan van een derde land de toegang tot het Schengengebied geweigerd als deze niet aan alle in artikel 6, eerste lid, van de Schengengrenscode genoemde voorwaarden voldoet. Eén van die voorwaarden is dat de onderdaan het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden kan staven.

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser het doel en de omstandigheden van zijn verblijf niet aannemelijk heeft gemaakt en overweegt hiertoe als volgt.

10. De minister heeft zijn conclusie dat eiser het doel en de omstandigheden van zijn verblijf niet aannemelijk heeft gemaakt, gebaseerd op de omstandigheid dat er wisselende verklaringen zijn afgelegd over het reisdoel en duur terwijl er ook geen verblijfsadres kon worden opgegeven. Aan de door eiser overgelegde stukken met betrekking tot een hotelreservering heeft de minister daarbij niet de door eiser gewenste waarde toegekend.

11. De rechtbank stelt vast dat de door de minister geconstateerde wisselende verklaringen voor een groot deel gebaseerd lijken te zijn op verklaringen die de reisgenoten van eiser hebben afgelegd. Zo wordt in het proces verbaal van bevindingen van 16 april 2025 door de Marechaussee vermeld dat het voorgenomen doel onduidelijk bleef; voorgenomen plekken van bestemming varieerden tussen [plaats 3] , [plaats 4] , [plaats 5] en [Land] , allemaal in een span van omstreeks 3 dagen tot een week. De rechtbank stelt verder vast dat eiser volgens het proces verbaal van bevindingen heeft verklaard dat hij naar de tulpenplek zou gaan, daarna naar [plaats 2] en op zaterdag naar [plaats 5] . Eiser verklaart niet over [plaats 3] , [plaats 4] of [Land] . Wellicht hebben eisers reisgenoten dit verklaard maar de minister heeft de verklaringen van eisers reisgenoten niet in het digitale dossier opgenomen. In het bestreden besluit wordt ook verwezen naar de houding en opstelling van de medereizigers. Maar, nu de stukken met betrekking tot de medereizigers zich niet in het dossier bevinden, is het voor de rechtbank niet mogelijk om dit te herleiden. De minister heeft de verklaringen van de reisgenoten kennelijk bij het bestreden besluit betrokken maar dit verder niet onderbouwd. Alleen al hierom is onvoldoende gemotiveerd waarom sprake is van wisselende verklaringen. Ook is op grond van de verklaringen van eiser in het proces verbaal van bevindingen niet duidelijk waarom de Marechaussee tot de conclusie komt dat eiser niet kan verklaren over welke toeristische activiteiten hij wil gaan ondernemen. Hij heeft immers verklaard dat hij naar de tulpenvelden en naar [plaats 2] wil gaan alvorens door te reizen naar [plaats 5] .

12. Verder is de rechtbank van oordeel dat met de overgelegde stukken voldoende aannemelijk is gemaakt dat voor eiser (en zijn reisgenoten) een hotelreservering was gemaakt. Uit de overgelegde mail van [internetsite] van 7 juni 2025 blijkt namelijk dat er op 16 april 2025 om 09:09 uur op naam van [persoon1] , een reisgenoot van eiser, een reservering is gemaakt voor vier personen voor een overnachting op 16 april 2026. Uit de overgelegde internetreservering bij het [Hotel] blijkt dat er voor die datum een familiekamer is geboekt, betaald en later geannuleerd. Dit komt overeen met de stelling van eiser in zijn gronden van (administratief) beroep dat zij tijdens de tweedelijnscontrole, en dus vóór de toegangsweigering om 09:45 uur, een hotelreservering hadden gemaakt. Anders dan de minister stelt, heeft eiser daarbij niet eerder expliciet gesteld dat [persoon2] de boeking had gemaakt. Eiser heeft enkel aangegeven dat zij - toen [persoon2] internet eindelijk werkte - een reservering konden doen. Daar komt bij dat de rechtbank geen inzage heeft in wat er zich in de tijd tussen de controle en het moment van toegangsweigering heeft plaatsgevonden. Uit het proces verbaal van bevindingen blijkt enkel dat om 09:00 het grensoverschrijdend verkeer werd gecontroleerd, omstreeks 09:00 de tweedelijnscontrole werd uitgevoerd, en om 09:00 uur een ondertekend formulier is uitgereikt aan eiser. Verder blijkt uit het M17 Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen dat eiser om 09:45 uur in kennis is gesteld van feit dat hem de toegang wordt geweigerd. Op grond hiervan kan dan ook niet worden geconstateerd dat de reservering niet in de tussentijd kan zijn gemaakt. Nu er verder geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat sprake is van een falsificatie van de stukken, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen reden om deze reservering niet aannemelijk te achten.

13. Gelet op vorengaande is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.

14. Eiser heeft verzocht om een schadevergoeding vanwege de materiele en immateriële schade die hij heeft opgelopen. Eiser heeft dit verzoek voor het overige niet onderbouwd of geconcretiseerd, zodat reeds hierom hier geen aanleiding bestaat deze toe te kennen. De rechtbank gaat er van uit dat de gemachtigde van eiser met eiser overlegt en eiser adviseert op welke wijze hij, indien gewenst, daartoe een (schadestaat) procedure kan starten.

Conclusie en gevolgen

15. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd en daarmee in strijd met artikel 3:2 en 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

16. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,-, en een wegingsfactor 1). Ook moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 26 juni 2025;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1868,-;

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.G.M. van Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?