ECLI:NL:RBDHA:2026:9824

ECLI:NL:RBDHA:2026:9824

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer NL25.60870
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel, Somalië, ongeloofwaardig relaas voor wat betreft gestelde problemen wegens geweigerd huwelijksaanzoek van lid Al Shabaab, geen aanstaande vrouw, 15c niet van toepassing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van 14 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.60870

(gemachtigde: mr. H. Hassan),

en

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 december 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A.O. Adam als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is afkomstig uit [plaats] en heeft daar als [functie] op de [locatie] gewerkt. Tijdens haar werk is zij benaderd door een leidinggevende van Al Shabaab, die met haar wilde trouwen. Eiseres heeft dit geweigerd en aangegeven dat zij al getrouwd was. Toen eiseres na een week is teruggekeerd naar de [locatie] is zij door drie mannen benaderd. Deze mannen hebben haar verteld van Al Shabaab te zijn en zij wilden haar meenemen. Eiseres is vervolgens gaan schreeuwen en weggerend. Er ontstond onrust op de [locatie] : omstanders kwamen op haar geschreeuw af en militairen van een nabijgelegen controlepost begonnen te schieten. Eiseres is naar haar schoonmoeder gegaan en werd de volgende dag gebeld. Omdat zij niet met de man van Al Shabaab wilde trouwen en de militairen had gealarmeerd, wordt zij door hen als verrader gezien en willen zij haar doden. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiseres dan ook voor problemen met Al Shabaab.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De problemen vanwege een huwelijksaanzoek zijn volgens de minister deels geloofwaardig. Dat eiseres is benaderd door een man met een huwelijksaanzoek vindt de minister wel geloofwaardig maar dat eiseres hierdoor problemen heeft gekregen met Al Shabaab niet. Dit leidt dan ook niet tot een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië, aldus de minister. De minister vindt eiseres verder geen alleenstaande vrouw zodat zij ook niet op die grond in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Ook vindt de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij meer risico loopt dan anderen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Gelet hierop heeft de minister de asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft de minister bepaald dat eiseres geen verblijfsvergunning regulier krijgt en niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek. Hierbij heeft de minister overwogen dat eiseres geen bewijsstukken heeft overgelegd ten aanzien van haar gestelde relatie met [naam] . Ten slotte heeft de minister eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Geloofwaardigheid van de verklaringen

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet ten onrechte de conclusie heeft getrokken dat de problemen van eiseres met Al Shabaab als gevolg van haar weigering van een huwelijksaanzoek ongeloofwaardig zijn. De minister heeft hierbij betekenis mogen hechten aan landeninformatie waaruit blijkt dat Al Shabaab in [plaats] beperkte mogelijkheden heeft. Met de verwijzing van eiseres naar informatie dat in zijn algemeenheid gedwongen huwelijken door Al Shabaab voorkomen en haar stelling dat Al Shabaab wel verborgen opereert in [plaats] , heeft zij nog niet aannemelijk gemaakt dat juist zij op een [locatie] in [plaats] door een lid van Al Shabaab ten huwelijk is gevraagd en als gevolg daarvan bijna is ontvoerd. Hierbij wijst de rechtbank erop dat het aan eiseres is om, bij gebrek aan onderbouwende documenten, haar asielrelaas met haar verklaringen aannemelijk te maken. Ook heeft de minister in dit kader belang mogen hechten aan de tegenstrijdige verklaringen van eiseres met betrekking tot het vertrek van haar (ex)echtgenoot uit Somalië en de omstandigheid dat zij niets kan vertellen over zijn werkzaamheden. Eiseres heeft eerst verklaard dat haar (ex)man is vertrokken omdat ook hij na haar vertrek problemen heeft gekregen met Al Shabaab. Omdat Al Shabaab eiseres na haar vertrek niet kon vinden, zou Al Shabaab namelijk haar (ex) echtgenoot hebben bedreigd. Later heeft eiseres echter aangegeven dat hij persoonlijk door Al Shabaab werd bedreigd vanwege zijn werkzaamheden bij de overheid. Vervolgens verklaart eiseres dan weer aan dat haar (ex) man niet persoonlijk maar via haar werd bedreigd. De minister heeft eiseres dan ook niet hoeven volgen in haar stelling dat zij steeds dezelfde kernverklaring heeft afgelegd. Dit terwijl van eiseres mag worden verwacht dat zij hierover consistente verklaringen aflegt. De bedreigingen van de zijde van Al Shabaab betreffen immers de kern van haar relaas.

7. De stelling van eiseres dat zij zwanger was tijdens het gehoor en het medisch advies niet goed is nageleefd, leidt daarbij niet tot het oordeel dat onzorgvuldig is gehandeld door de minister en haar tegenstrijdige en summiere verklaringen haar niet kunnen worden toegerekend. De rechtbank stelt vast dat uit het medifirst rapport blijkt dat eiseres last heeft van kortetermijngeheugenverlies door een operatie, zodat er korte en gerichte vragen gesteld moeten worden. Gesteld noch gebleken is dat dit niet is gebeurd. De gehoormedewerker heeft dit ook benoemd en aan eiseres gevraagd om het aan te geven als zij een vraag niet goed begrepen heeft of vergeten is. Ditzelfde geldt voor de zwangerschap van eiseres. De hoormedewerker heeft naar aanleiding hiervan aan eiseres gevraagd of er iets is waar rekening mee moet worden gehouden. Eiseres heeft hierop geantwoord van niet. Verder is van belang dat er regelmatig is gepauzeerd en eiseres steeds in korte blokken is gehoord. Eiseres heeft bovendien gedurende het gehoor ook aangegeven dat het goed met haar gaat. Gelet op het vorenstaande heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat eiseres er niet in is geslaagd haar verklaringen over haar problemen met Al Shabaab alsnog aannemelijk te maken door samenhangende en aannemelijke verklaringen af te leggen.

8. De beroepsgrond slaagt niet.

Alleenstaande vrouw

9. In het beleid is opgenomen dat in de regel een verblijfsvergunning asiel wordt verleend aan alleenstaande vrouwen in Somalië. Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van grootfamilie en of er een meerderheidsclan is waar de vrouw voor opvang en bescherming op kan terugvallen. Verder staat in het beleid dat er geen verblijfsvergunning wordt verleend als aannemelijk is dat de vrouw geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister er in het bestreden besluit en op de zitting terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres volgt dat haar moeder met een nichtje nog in Somalië wonen en dat zij op haar kan terugvallen. Dat eiseres stelt dat haar moeder en nichtje uit [plaats] zijn vertrokken, heeft de minister onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer geen netwerk heeft. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres enige inspanningen heeft verricht om te achterhalen waar zij verblijven of om het contact te herstellen terwijl dit wel van haar mag worden verwacht. Verder is uit de verklaringen van eiseres gebleken dat zij tot een van de meest machtige clanfamilie in [plaats] behoort, namelijk de Abgaal en zij ook in het verleden door hen is ondersteund. Zo heeft zij verklaard dat een ver familielid haar studie in het buitenland en haar levensonderhoud heeft bekostigd. Het algemene standpunt van eiseres dat zij bij terugkeer niet op clanstructuren kan terugvallen, is in het licht hiervan onvoldoende onderbouwd of geconcretiseerd. De enkele omstandigheid dat eiseres gelet op haar zwangerschap met een kind zal terugkeren, is hiertoe onvoldoende. Bovendien heeft de minister er in dit verband niet ten onrechte op gewezen dat eiseres hoogopgeleid is en zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven. Eiseres heeft zowel in [plaats] als in het buitenland kunnen studeren en met haar moeder een kraam op de [locatie] gehad. Niet gebleken is dat zij niet heeft kunnen voorzien in haar levensonderhoud. Hierbij wordt opgemerkt dat uit landeninformatie blijkt dat hoger opgeleide vrouwen zich makkelijker economisch staande houden.

11. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn

12. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van 15c van de Kwalificatierichtlijn. Hierbij is van belang dat eiseres afkomstig is uit [plaats] . Voor [plaats] heeft de minister bepaald dat sprake is van een 15c-situatie in de laagste gradatie. Uit eerdere rechtspraak van de Afdeling blijkt ook dat een reëel risico op ernstige schade zich in het algemeen niet voordoet bij vestiging in [plaats] . De verwijzing van eiseres naar een rapport van de EUAA uit 2023 biedt onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de algemene veiligheidssituatie in Somalië wezenlijk anders is dan in dit land gebonden beleid, dat door de minister is vastgelegd. Daarbij blijkt ook uit het ambtsbericht Somalië van april 2025 dat [plaats] in naam nog onder controle van de federale regering staat. Het EUAA rapport waarnaar eiseres verwijst, is bovendien ook betrokken bij de totstandkoming van dat ambtsbericht.

13. Deze beroepsgrond faalt.

Artikel 8 van het EVRM en uitstel van vertrek om medische redenen.

14. De rechtbank stelt vast dat eiseres in de besluitvormingsfase haar relatie met haar gestelde partner en diens vaderschap van haar (nog ongeboren) kind niet heeft onderbouwd. Er bestaat gelet hierop naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen grond voor het oordeel dat de minister artikel 8 van het EVRM onjuist heeft getoetst. Evenmin bestond gelet hierop aanleiding om eiseres uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen. Uitzetting per vliegtuig blijft namelijk achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de minister verstrekken. Naast de omstandigheid dat eiseres geen dergelijke verklaring had overgelegd, was ten tijde van de besluitvorming de zwangerschap van eiseres niet zodanig gevorderd dat zij hiervoor in aanmerking kwam.

Conclusie en gevolgen

15. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister mogen concluderen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier of uitstel van vertrek. Hierom heeft de minister een terugkeerbesluit kunnen opleggen Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. Slycke - van Dort, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?