ECLI:NL:RBDHA:2026:9843

ECLI:NL:RBDHA:2026:9843

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer NL26.15407
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Vrijheidsbeperkende maatregel artikel 56 van de Vw. Procesbelang ontbreekt, de maatregel is met terugwerkende kracht opgeheven omdat eiser zich niet op de vbl heeft gemeld. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. E. Derksen),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).

Inleiding

1. De minister heeft op 10 maart 2026 aan eiser een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid van de Vw (de maatregel).

Eiser heeft tegen de maatregel beroep ingesteld en heeft gronden ingediend. De minister heeft een verweerschrift ingediend en daarbij gelijktijdig de maatregel met terugwerkende kracht per 19 maart 2026 opgeheven.

De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld te reageren op het verweerschrift. De gemachtigde heeft hier geen gebruik van gemaakt.

Partijen hebben ingestemd met een schriftelijke behandeling van het beroep. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. De rechtbank heeft het onderzoek op 22 april 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Beslissing

2. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt.

Besluitvorming

3. De minister heeft eiser op grond van artikel 56 van de Vw verplicht om met ingang van 16 maart 2026 te verblijven in de gemeente Westerwolde, waar hij zich op de vbl in Ter Apel dient op te houden. De minister heeft overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert en acht hierbij van belang dat eiser niet heeft voldaan aan de rechtsplicht om uit eigen beweging Nederland te verlaten. Verder beschikt eiser niet over een vaste woon- of verblijfsplaats en heeft hij onvoldoende middelen van bestaan. De minister heeft in aanvulling hierop overwogen dat de vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd omdat eiser volgens de wet geen recht meer heeft op reguliere opvang en hij op deze wijze toegang heeft tot opvang.

Wat vindt eiser?

4. Eiser voert aan dat hij een aanvraag verblijfsrecht op grond van het Unierecht heeft ingediend, zodat hij bij zijn gezinsleden met de Nederlandse nationaliteit kan verblijven. De ontvangst van deze aanvraag is op 10 maart 2026 door de minister bevestigd en aan het dossier gevoegd. Uit deze aanvraag volgt dat aan eiser op 10 maart 2026 geen vrijheidsbeperkende maatregel kon worden opgelegd. De vrijheidsbeperkende maatregel vormt een ongerechtvaardigde beperking op het recht op vrij verkeer van eiser en zijn gezinsleden.

Wat vindt de minister?

5. De minister stelt zich op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat eiser geen procesbelang meer heeft. Eiser heeft zich niet binnen 48 uur na het ingaan van de maatregel gemeld op de vbl, maar is op 16 maart 2026 met onbekende bestemming vertrokken. De minister verwijst daarbij naar een aan het dossier gevoegde melding waar dit uit blijkt. De minister stelt dat eiser door met onbekende bestemming te vertrekken kennelijk geen prijs meer stelt op de inhoudelijke behandeling van zijn beroep en procesbelang daarom ontbreekt.

Oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank is van oordeel dat procesbelang ontbreekt. Uit de overgelegde informatie van de minister volgt namelijk dat eiser zich niet op de vbl heeft gemeld en de maatregel nooit ten uitvoer is gelegd. Daarnaast heeft de minister de vrijheidsbeperkende maatregel op 16 april 2026 met terugwerkende kracht per 19 maart 2026 opgeheven. Eiser heeft deze gang van zaken niet betwist. Dat eiser schade zou hebben geleden door het met terugwerkende kracht opheffen van de vrijheidsbeperkende maatregel, is gesteld noch gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk.

8. Voor een schadevergoeding of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A.G. van Dijk

Griffier

  • mr. H.A. van der Wal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?