ECLI:NL:RBDHA:2026:9846

ECLI:NL:RBDHA:2026:9846

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer C/09/703834 / KG RK 26-682
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Wraking
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wraking. Een van de gronden die verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd is een uitspraak van de kantonrechter uit 2024. Voor zover het wrakingsverzoek op deze grond is gebaseerd kan verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek worden ontvangen omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Voor zover het wrakingsverzoek is gebaseerd op de overige genoemde gronden geldt dat het verzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat die toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. Tussen het moment waarop de door verzoeker aangevoerde omstandigheden hem bekend zijn geworden en de indiening van het verzoek zit geruime tijd. Voor dit tijdsverloop is door verzoeker geen redelijke verklaring gegeven. Het verzoek is daarom ten aanzien van deze punten te laat ingediend en verzoeker kan dan ook op deze gronden ook niet worden ontvangen in het verzoek.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2026/32

zaak- /rekestnummer: C/09/703834 / KG RK 26-682

Beslissing van 24 april 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. M.S. Vonck,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek, inclusief bijlagen, ingekomen ter griffie van Kanton, locatie Leiden, op 15 april 2026.

2. Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in het bewindsdossier van [naam] . Verzoeker is de bewindvoerder van [naam] .

Verzoeker heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd:

“Deze brief bevat een vijftal onderwerpen die een samenhang hebben met en een oorzaak vinden in de essentie van mijn verzoek in deze brief om u te wraken, hieronder vemeld als nr. 1 van dit schrijven:

1. Verzoek om u, mw. mr. M.S. Vonck, TE WRAKEN (RV artikel 36 en artikel 37)

2. NIETIGVERKLAREN van de uitspraak/beschikking van de kantonrechter mr. M.S. Vonck van 11 maart 2024, zaaknummer 10795042 EJ VERZ 23-84651 BM 1207 (BW Boek 3 artikel 40 en artikel 39), waarin tevens aanleiding en redenen zijn om u te moeten wraken.

3. Reactie op de hoorzitting/bespreking/zittingsaantekeningen van de ‘mondelinge behandeling Rekening en Verantwoording Toezicht BM. Nr,: 12067’ door mr. M.S. Vonck, dat ‘fysiek’ op 28 oktober 2025 te 16:00 uur plaatsvond, waarin aanleiding en redenen om u te wraken

4. Reactie op uw brief van 13 november 2025, EXJUDTG_L BM 12067, waarin aanleiding en redenen om u te wraken

5. Reactie op uw brief van 9 maart 2026, EXJUDKTG_L BM 12067 “Voornemen kantonrechter inzake het bewind [naam] ”/ ‘voornemen een andere bewindvoerder te benoemen’, dat aanleiding geeft om u te wraken (Geen gewichtige reden voor ontslag: Awb artikel 3:4, lid 2; BW Boek 3 Artikel 12, eea in samenhang met verzoek om uitstel bewindvoerder wegens ernstige ziekte en opname in Ziekenhuis in ‘Berichten Bewind’ op datum 04-11-2025, 08-12-2025, 27-01-2026, 04-03 2026, 08-03 2026, 09-03 2026: Sprake van overmacht).”

In de bijlagen heeft verzoeker uitgebreid een nadere toelichting gegeven.

3. De beoordeling

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

Verzoeker heeft allereerst aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd de uitspraak/beschikking van de kantonrechter van 11 maart 2024.

Voor zover het verzoek is gebaseerd op deze grondslag kan verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek worden ontvangen. Het verzoek is gedaan meer dan twee jaar nadat de rechter op 11 maart 2024 einduitspraak heeft gedaan en de wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan.

Voor zover het wrakingsverzoek is gebaseerd op de in de punten 3 tot en met 5 van het verzoek genoemde gronden geldt het volgende.

Het verzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat die toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn aan hem bekend geworden op of omstreeks 28 oktober 2025, 13 november 2025 en 9 maart 2026, maar het verzoek is pas gedaan op 13 april 2026. Voor het tijdsverloop van respectievelijk vijf en een halve maand, vijf maanden en ruim een maand tussen deze data en de indiening van het verzoek is door verzoeker geen redelijke verklaring gegeven. Het verzoek is daarom ten aanzien van deze punten te laat ingediend en verzoeker kan dan ook op deze gronden ook niet worden ontvangen in het verzoek.

Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4. De beslissing

De wrakingskamer

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?