RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. F. Boone),
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.20645
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. A. Stojanovic).
Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Voorgeschiedenis
1. Bij besluit van 8 april 2016 is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, waarbij eiser is opgedragen om binnen vier weken Nederland en de Europese Unie te verlaten. In dit besluit is niet opgenomen op welk land de terugkeerverplichting ziet.
2. Bij besluit van 8 maart 2023 is de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond verklaard. In het besluit heeft de minister vermeld dat eiser al een terugkeerbesluit heeft en in het aan het besluit ten grondslag liggende voornemen heeft de minister Algerije genoemd als land van terugkeer.
3. Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister een aanvullend terugkeerbesluit genomen. De minister heeft in dit besluit zowel Algerije als Libië genoemd als landen van terugkeer.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser voert aan dat er geen grond bestaat om aan hem een terugkeerbesluit naar Libië op te leggen, omdat de minister zijn Libische nationaliteit niet geloofwaardig heeft bevonden. Dat eiser zelf heeft aangegeven uit Libië te komen, is onvoldoende om een terugkeerbesluit te nemen met een terugkeerverplichting naar Libië.
5. De beroepsgrond slaagt niet. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)1, volgt dat de minister bij het opleggen van een terugkeerbesluit verplicht is een of meer landen van terugkeer te vermelden, ook in de gevallen waarin de herkomst en de nationaliteit van de vreemdeling niet zijn vastgesteld. Wanneer een vreemdeling met verschillende derde landen banden heeft of aliassen heeft gebruikt, dan kunnen in het terugkeerbesluit meer landen van terugkeer worden aangewezen. Uit het dossier van eiser volgen voldoende aanknopingspunten om Libië aan te nemen als land waar eiser naar dient terug te keren. Zo heeft eiser bijvoorbeeld tijdens het aanvullend gehoor van 15 december 2022 verklaard dat hij uit Libië komt.2 De beroepsgrond slaagt niet.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Zie bijvoorbeeld de Afdelingsuitspraak van 29 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:25065.
2 Rapport aanvullend gehoor van 15 december 2022, pagina’s 4, 5, 6 en 7.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 23 maart 2026
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.