RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57526
v-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. L.S.T.H. Ruijters),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juni 2023.
Bij het besluit van 17 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Naar aanleiding van het bericht van verweerder van 7 april 2026, waaruit blijkt dat eiser de opvang heeft verlaten per 3 april 2026 en met onbekende bestemming is vertrokken, heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 15 april 2026 meegedeeld dat hij voor het laatst op 23 februari 2026 telefonisch contact heeft gehad met eiser.
3. Gelet op deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 21 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.