Opname ouderschapsplan en kinderalimentatie
Beschikking op het op 9 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te [geboorteplaats],
voorheen mr. E.T.W. Laureau te [geboorteplaats].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Vanwege de door partijen bereikte overeenstemming heeft de mondelinge behandeling op de zitting van 18 februari 2026 geen doorgang gevonden.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats].
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
Verzoeken
De vader verzoekt – onder intrekking van het meer of anders verzochte – het ouderschapsplan integraal op te nemen in de beschikking, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder verzoekt – na wijziging – (zelfstandig):
De vader stemt in met de (zelfstandige) verzoeken van de moeder.
Beoordeling
Opname ouderschapsplan
De ouders zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen. Zij hebben afspraken gemaakt in een ouderschapsplan en verzoeken deze afspraken op te nemen in de beschikking. De rechtbank wijst het verzoek toe en neemt het ouderschapsplan op door deze aan de beschikking te hechten.
Kinderalimentatie
De ouders hebben afspraken gemaakt over de kinderalimentatie en deze neergelegd in het ouderschapsplan. Zij zijn overeengekomen dat de vader met ingang van de maand volgend op de ondertekening van het ouderschapsplan, te weten (1) februari 2026, een bijdrage levert in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] met € 350,- per maand en dat deze kinderalimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst met ingang van 1 januari 2026.
De moeder verzoekt dienovereenkomstig een kinderalimentatie te bepalen. De vader kan hiermee instemmen.
De rechtbank zal conform de overeenstemming tussen de ouders een kinderalimentatie vaststellen. Hierbij merkt de rechtbank op dat de kinderalimentatie geïndexeerd naar 2026 thans € 366,- per maand bedraagt.
Ingetrokken verzoeken
De vader heeft zijn anders luidende verzoeken ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoeft te beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
*
neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regeling, zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan;
*
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 februari 2026, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 366,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]