ECLI:NL:RBDHA:2026:9879

ECLI:NL:RBDHA:2026:9879

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer 25/1494
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

"Wet hersteloperatie toeslagen" Beroep tegen het besluit om eiseres na de lichte toets niet als gedupeerde aan te merken. Bij de integrale beoordeling is eiseres wel als gedupeerde aangemerkt en is aan haar het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- toegekend. Procesbelang van eiseres tegen het besluit over de lichte toets is komen te vervallen. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.K. Bhadai),

en

de Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om haar vooralsnog niet aan te merken als gedupeerde ouder van de kinderopvangtoeslagaffaire en haar geen € 30.000,- te betalen.

Met het besluit van 18 april 2024 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het bedrag van € 30.000,- aan haar uit te betalen. Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Verweerder heeft vooraf kenbaar gemaakt niet bij de zitting aanwezig te zijn. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich kort voor de zitting ook afgemeld.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. In de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in voorgaande jaren zijn fouten gemaakt waarvan ouders de dupe zijn geworden. De toeslagenaffaire heeft geleid tot verschillende maatregelen om burgers te compenseren voor deze fouten. Eén van die maatregelen betreft het toekennen van een forfaitair bedrag aan compensatie van € 30.000,- aan alle erkend gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. Dit is het minimumbedrag waarop een gedupeerde van de toeslagenaffaire aanspraak heeft. Dit forfaitaire bedrag wordt uitgekeerd aan ouders die in één of meerdere jaren in aanmerking komen voor compensatie of tegemoetkoming op grond van (één van) de herstelregelingen.

Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in 2005 tot en met 2015. Iedereen die zich aanmeldt voor een herbeoordeling krijgt eerst een zogeheten lichte toets. In dat kader wordt gezocht naar een indicatie dat iemand ten onrechte kinderopvangtoeslag moest terugbetalen dan wel of de kinderopvangtoeslag in het verleden ten onrechte is stopgezet. Deze lichte toets is bedoeld om ouders snel duidelijkheid te geven en is daarmee beperkter dan de integrale beoordeling. Omdat verweerder in het kader van de lichte toets geen aanknopingspunten heeft gevonden om aan te nemen dat eiseres een gedupeerde is van de toeslagenaffaire, heeft hij vooralsnog geweigerd om het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- aan eiseres uit te betalen. Het beroep van eiseres gaat over deze weigering.

Bij de integrale beoordeling wordt uiteindelijk definitief beoordeeld of een ouder in aanmerking komt voor een (hogere) compensatie. Met het besluit van 29 december 2025 heeft verweerder eiseres op basis van de integrale beoordeling erkend als gedupeerde en is het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- aan haar toegekend.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit van verweerder van 6 januari 2025 over de uitkomst van de lichte toets. Het besluit is volgens eiseres in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Verweerder heeft niet duidelijk onderbouwd hoe de aanvraag is beoordeeld en waarom bepaalde jaren niet zijn gecompenseerd. Ook is eiseres geschaad in haar recht om te worden gehoord.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. Uit vaste jurisprudentie volgt dat er sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.

Eiseres heeft met haar beroep willen bereiken dat zij als een gedupeerde van de toeslagenaffaire wordt aangemerkt, met als gevolg dat aan haar het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- wordt uitbetaald. De rechtbank stelt vast dat tijdens de integrale beoordeling is gebleken dat eiseres inderdaad een gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Met het besluit van 29 december 2025 is aan eiseres het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000,- toegekend wegens vooringenomen handelen in het toeslagjaar 2005. Gelet hierop kan het voorliggende beroep eiseres niet in een materieel gunstigere positie brengen. Door of namens eiseres is verder niets aangevoerd dat tot een ander oordeel zou kunnen leiden. Zij is ook niet op zitting verschenen om hierover te kunnen verklaren.

Dit betekent dat het procesbelang van eiseres in deze procedure over de uitkomst van de lichte toets is komen te vervallen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Kock-Molendijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. de Kock-Molendijk

Griffier

  • mr. S. Hoeijmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand