ECLI:NL:RBDHA:2026:9893

ECLI:NL:RBDHA:2026:9893

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer C/09/699285 / FA RK 26-1311
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoek om wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling. Zaak pro forma aangehouden in afwachting van een gelast raadsonderzoek.

Uitspraak

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 9 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Alkilic, advocaat te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Leenders, advocaat te ’s-Gravenhage .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 12 maart 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 1998 tot [datum 2] 2023.

- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

 [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ;

 [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1] .

- Zij zijn tevens de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:

 [meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2000 te [geboorteplaats 2] ;

 [meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 4] 2002 te [geboorteplaats 2] .

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de vader.

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit.

- Bij beschikking van deze rechtbank op 12 april 2024 is het verzoek van moeder omtrent het wijzigen van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling voor [minderjarige 2] , zoals deze is vastgelegd bij de beschikking van deze rechtbank op 31 oktober 2022, afgewezen.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:

 de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vast te stellen bij de moeder;

 te bepalen dat de vader eens per week gedurende twee uren contact heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een vooraf afgestemde openbare ruimte;

 voor zover de rechtbank in deze kwestie een raadsonderzoek zal gelasten of om andere redenen de zaak zal aanhouden, verzoekt de moeder om bij wijze van tussenbeschikking:

 te bepalen dat de kinderen aan de moeder worden toevertrouwd;

 te bepalen dat er geen omgang zal plaatsvinden met vader gedurende het raadsonderzoek en/of de aanhouding.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en verzoekt subsidiair te bepalen dat indien het verzoek van de moeder wordt toegewezen de vader iedere week omgang zal hebben met [minderjarige 2] van vrijdag na school tot maandagochtend, de helft van de vakantie en vrije dagen waarbij de vader de eerste helft toekomt in de even jaren, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen

omgangsregeling.

Beoordeling

[minderjarige 1]

De rechtbank stelt vast dat [minderjarige 1] op dit moment geen contact heeft met de moeder en dat hij dit nu ook niet wil. Gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] (17) en de stelligheid waarmee hij zich heeft uitgelaten zal de rechtbank op dit moment ten aanzien van [minderjarige 1] geen beslissing nemen.

[minderjarige 2]

Uit de overgelegde stukken en gelet op hetgeen op de zitting is besproken, heeft de rechtbank het volgende tot zich genomen.

De moeder heeft ernstige zorgen om het welzijn van [minderjarige 2] wanneer zij bij de vader verblijft. Wanneer [minderjarige 2] bij de moeder verblijft, is zij vrolijk en is ze bezig met leuke dingen. De moeder ervaart een verandering wanneer de dag nadert dat [minderjarige 2] naar haar vader gaat. [minderjarige 2] wordt dan stiller, eet minder en vertoont stressgedrag. De moeder stelt dat zij nauwelijks contact met [minderjarige 2] kan krijgen als zij bij de vader verblijft. De moeder maakt zich er ernstig zorgen om dat [minderjarige 2] door het controlerende gedrag van de vader geïsoleerd wordt. De moeder verwijst hierbij onder meer naar de door haar overgelegde rapportage van Veilig Thuis over de periode 2023-2025, en de bevindingen van de huisarts die [minderjarige 2] heeft gezien in november 2025.

De vader stelt dat [minderjarige 2] een vrolijke en spontaan meisje is als zij bij hem verblijft. Volgens de vader is [minderjarige 2] in en om het huis vrij om te doen wat zij wil. Zo mag [minderjarige 2] volgens de vader buiten met vriendinnen afspreken, maar geeft [minderjarige 2] zelf aan daar geen behoefte aan te hebben. De vader stelt dat hij aan alle hulpverlening wil meewerken. Het is volgens de vader niet redelijk om de zorgregeling te wijzigen naar de door de moeder voorgestelde regeling. De vader stelt de stabiele factor te zijn geweest toen de moeder er niet altijd was voor de kinderen. [minderjarige 2] heeft volgens hem behoefte aan stabiliteit en dat kan de vader haar bieden. Het probleem is volgens de vader de gebrekkige communicatie tussen de ouders en de, naar mening van de vader, eenzijdige besluitvorming door de moeder. De vader is van mening dat er dringend behoefte is aan verbetering van de onderlinge communicatie en samenwerking tussen hem en de moeder.

De rechtbank stelt vast dat de afgelopen jaren meerdere meldingen bij Veilig Thuis zijn binnengekomen. Uit het onderzoek van Veilig Thuis blijkt dat de opvoedsituatie bij de moeder sterk verschilt van die bij de vader. Er is door informanten aangegeven dat bij de vader sprake is van dwingende controle van de kinderen. De meldingen komen niet alleen vanuit de moeder of eerder betrokken hulpverlening, maar er is in januari 2025 ook een melding gedaan door een buurtbewoner die zich zorgen maakt omdat de kinderen geïsoleerd lijken te worden door de vader. Gemeld is dat de kinderen de straat niet opgaan zonder hun vader en dat er nooit leeftijdsgenoten op bezoek komen. De kinderen worden door de vader naar school gebracht en gehaald met de auto. Uit het rapport van Veilig Thuis blijkt verder dat uit het Multidisciplinair Overleg (MDO) van 10 oktober 2024 volgt dat onderzoek is gedaan naar aanleiding van een anonieme melding met zorgen over verbaal agressief gedrag vanuit vader (schreeuwen), geïsoleerde kinderen met een mate van controle vanuit vader en ouders die negatief over elkaar praten waar de kinderen bij zijn. Vanuit dit onderzoek komen verschillende verhalen naar voren over de gemelde zorgen. [minderjarige 2] heeft bij Veilig Thuis aangegeven dat haar vader haar kan controleren op haar telefoon doordat zij haar locatie aan moet houden, zowel op school als bij moeder wat zij als hinderlijk ervaart. Daarnaast kan vader 'stressig' reageren, begrijpt zij niet waarom hij dit doet en zou zij graag met vriendinnen willen afspreken wat van haar vader niet mag. [minderjarige 2] heeft aangegeven dat hetgeen zij vertelt niet met de vader mag worden gedeeld. Verder volgt uit het meest recente gespreksverslag van VT met de moeder dat [minderjarige 2] haar zou hebben gezegd dat de vader de moeder zou vermoorden als de kinderen bij de moeder zouden gaan wonen.

Veilig Thuis maakt zich zorgen om het opvoed- en leefklimaat van de kinderen bij de vader, dat de vader veel schreeuwt en dat de kinderen nauwelijks buiten komen. Wanneer er niets verandert, kunnen de kinderen last krijgen van sociaal-emotionele problemen of psychische klachten.

Hiernaast is de rechtbank gebleken dat [minderjarige 2] met psychische klachten bij de huisarts is geweest. Uit het journaal van de huisarts volgt dat [minderjarige 2] graag met een psycholoog zou willen praten, maar dat dit wordt tegengehouden door de vader. De huisarts schrijft dat het niet goed gaat met [minderjarige 2] . [minderjarige 2] heeft bij de huisarts aangegeven wel eens bang te zijn voor de vader en zich soms gevangen te voelen in het huis van haar vader. De huisarts acht het van belang dat [minderjarige 2] psychologische hulp krijgt.

Op de zitting is de Raad gehoord over zijn visie op de situatie. De Raad maakt zich veel zorgen om [minderjarige 2] . Het is volgens de Raad belangrijk dat er naar [minderjarige 2] geluisterd wordt en dat zij serieus wordt genomen. De Raad kan zich voorstellen dat het voor [minderjarige 2] heel moeilijk moet zijn om in twee verschillende werelden te leven, waarin zij in de week dat ze bij de ene ouder verblijft geen contact heeft met de andere ouder en andersom. Op basis van wat [minderjarige 2] heeft verteld bij Veilig Thuis en bij de huisarts, adviseert de Raad een onderzoek te doen naar de situatie en dat dat [minderjarige 2] tijdens dat onderzoek voorlopig bij de moeder zal verblijven. De Raad wil informatie inwinnen bij de huisarts, bij Veilig Thuis en de school van [minderjarige 2] en door met [minderjarige 2] in gesprek te gaan. De Raad kan het onderzoek (onder voorbehoud) op korte termijn (weken) beginnen en binnen drie maanden afronden. Hoewel de Raad het in het algemeen van belang acht dat een kind contact heeft met de andere ouder, is de Raad nu van mening dat eerst moet worden onderzocht of de situatie bij de vader thuis veilig genoeg is voor [minderjarige 2] . De signalen die er zijn, moeten volgens de Raad serieus worden genomen.

De rechtbank deelt de zorgen over het gedrag van de vader, de thuissituatie bij de vader en wat de gevolgen daarvan zijn voor [minderjarige 2] . Er lijkt sprake te zijn van controlerend gedrag en bedreigingen die door de vader zijn geuit. Het beeld dat [minderjarige 2] niet wil dat vader hoort wat zij te zeggen heeft, wijst in die richting, en wordt bevestigd door het feit dat de rechter het door [minderjarige 2] in raadkamer besprokene niet ter zitting mocht delen met de vader. De moeder heeft haar verzoek en de zorgen die daaraan ten grondslag liggen ondersteund met rapportage van VT en de huisarts. De vader ontkent slechts alle aantijgingen, en stelt dat er niets aan de hand is met [minderjarige 2] , zonder nadere onderbouwing of (mogelijke) verklaring voor de door VT opgetekende omstandigheden.

De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat er duidelijkheid moet komen en dat een onderzoek door de Raad geïndiceerd is. De rechtbank zal de Raad daarom verzoeken een onderzoek te doen en daarover rapport en advies uit te brengen. Het onderzoek dient de volgende vragen te betreffen:

De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op alle omstandigheden in samenhang bezien, snel moet worden gehandeld en zal, gelet op de zorgen die er zijn over de veiligheid van [minderjarige 2] , bepalen dat [minderjarige 2] in afwachting van het raadsonderzoek voorlopig bij de moeder verblijft en dat zij in deze periode geen (enkel) contact heeft met haar vader.

De verzoeken tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling houdt de rechtbank pro forma aan voor drie maanden.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat [minderjarige 2] voorlopig bij de moeder zal verblijven en dat zij gedurende het raadsonderzoek geen contact met de vader heeft;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

de raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers: 085-0230782 (advocaat vader) en 070-4500300 (advocaat moeder);

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

houdt de behandeling aan tot 1 juni 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht

aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;

beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt al het overige pro forma aan tot 1 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R. Warmerdam

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?