ECLI:NL:RBDHA:2026:9908

ECLI:NL:RBDHA:2026:9908

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer C/09/699524 / FA RK 26-1441
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorziening, voorlopige toevertrouwing; beroep op overeenstemming.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 13 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: A. Ramsaroep in ’s-Gravenhage, voorheen: mr. S.K. Gopal in ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.H. Infante in Alphen aan den Rijn.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Partijen hebben daarnaast op vier verschillende momenten op 5 en 6 maart 2026 nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft voor de mondelinge behandeling geen kennis kunnen nemen van deze stukken. Een aantal van deze producties zijn op de mondelinge behandeling door (de advocaten) partijen nader toegelicht. Op 6 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat en tolk P.K. Sharma, de vrouw bijgestaan door haar advocaat en tolk M. Dahiya en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

Verzoek en verweer

De man verzoekt:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vrouw zelfstandig:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.

Voorlopige toevertrouwing en voorlopige zorgregeling

Zowel de vrouw als de man verzoeken [minderjarige] aan hen toe te vertrouwen en een voorlopige zorgregeling met de andere ouder vast te leggen. De vrouw verzoekt een zeer beperkte zorgregeling waarbij de man en [minderjarige] slechts één keer per twee weken onder begeleiding twee uurtjes contact hebben, terwijl de man een uitgebreide regeling wil met overnachtingen.

De rechtbank overweegt dat gebleken is dat op 27 februari 2026 door de advocaat van de vrouw een voorstel is gedaan aan de man, zoals blijkt uit productie 5. Het betreft een poging om tot overeenstemming te komen in deze procedure. De advocaat van de vrouw heeft namens de vrouw voorgesteld om [minderjarige] toe te vertrouwen aan de man onder de voorwaarde dat hij geen alcohol nuttigt en een zorgregeling waarbij [minderjarige] iedere week van maandagochtend tot en met donderdagavond bij de man, en de overige dagen bij de vrouw is. Het voorstel van de vrouw is uiteindelijk niet geaccepteerd door de man om redenen die niet te maken hebben met de toevertrouwing van [minderjarige] en de zorgregeling; volgens de man kon hij niet voldoen aan de voorwaarde dat hij de overeengekomen vergoeding voor het gebruik van de woning ineens betaalde. Desgevraagd heeft de vrouw op de zitting niet kunnen uitleggen hoe haar huidige verzoek zich verhoudt tot het schriftelijke voorstel van haar advocaat van 27 februari 2026. Hoewel de lezing van de vrouw over de gebeurtenissen in de afgelopen periode zorgelijk is, worden deze zorgen weggenomen door het voorstel dat de vrouw zelf heeft gedaan waarbij [minderjarige] gemiddeld vier dagen per week bij de man zou zijn. Daarbij zien de door de vrouw genoemde zorgen met name op zichzelf en niet (rechtstreeks) op [minderjarige].

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank beslissen conform het oorspronkelijke voorstel van de vrouw met de kanttekening dat de rechtbank ervan uitgaat dat de man geen alcohol nuttigt als [minderjarige] bij hem is. Dit betekent dat de rechtbank [minderjarige] aan de man zal toevertrouwen, en een zorgregeling met de vrouw zal vaststellen. Daarnaast moet de man zorgen voor kinderopvang die nodig is als hij aan het werk is.

Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

Beide ouders hebben de rechtbank verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hen toe te kennen. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de man meer belang heeft bij een verblijf in de echtelijke woning. [minderjarige] wordt immers voorlopig aan hem toevertrouwd. Bovendien is gebleken is dat de vrouw (voorlopig) eigen woonruimte heeft in [plaats 3]. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man toewijzen, en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toekennen.

Afgifte van de dagelijkse goederen

De vrouw verzoekt de afgifte van de goederen tot haar dagelijks gebruik op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag. De vrouw vindt een dwangsom noodzakelijk omdat de man weigert de fiets van de vrouw af te geven en geprobeerd heeft deze te verkopen.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat de man de goederen beschikbaar moet stellen aan de vrouw, met uitzondering van het vaccinatiepaspoort van [minderjarige], nu zij aan de man wordt toevertrouwd. Gelet op de poging van de man om de Gazelle fiets te verkopen, zal de rechtbank aan de afgifte van fiets een dwangsom verbinden.

De rechtbank ziet wel aanleiding om de verzochte dwangsom te matigen tot een bedrag van € 100,- per dag. De overige goederen zijn onvoldoende gespecificeerd, waardoor het eventueel executeren van de dwangsom tot problemen zal leiden. Dat neemt niet weg dat de man deze zaken aan de vrouw beschikbaar moet stellen.

Voorlopige kinderalimentatie

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot vaststelling van kinderalimentatie afwijzen, nu [minderjarige] wordt toevertrouwd aan de man. De rechtbank gaat ervan uit dat de man alle verblijfsoverstijgende kosten, waaronder de kosten van de kinderopvang, en de verblijfskosten wanneer [minderjarige] bij hem is, voor zijn rekening zal nemen. Overigens is ook dit in overeenstemming met het eigen voorstel van de vrouw van 27 februari 2026.

Voorlopige partneralimentatie

De rechtbank stelt allereerst voorop dat voorlopige voorzieningen het karakter hebben van een ordemaatregel van voorlopige aard in het kader van de echtscheidingsprocedure. Het uitgangspunt daarbij is dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft.

De vrouw stelt en berekent in haar eigen alimentatieberekening haar aanvullende behoefte op € 822,- netto per maand. Volgens deze berekening bedraagt het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vrouw € 3.092,- per maand. De man stelt op dit moment geen inkomen te hebben. Hij heeft stukken overgelegd (productie 9) waaruit blijkt dat zijn registratie als investment manager bij de Universiteit [plaats 3] is beëindigd. Gelet op het karakter van deze voorlopige voorzieningenprocedure en het eigen inkomen dat de vrouw heeft, is de rechtbank van oordeel dat zij kan worden geacht in haar eigen inkomen te voorzien. Dat geldt temeer nu [minderjarige] wordt toevertrouwd aan de man en de vrouw alleen de verblijfskosten van [minderjarige] wanneer die bij haar is, voor haar rekening hoeft te nemen. De rechtbank zal het verzoek tot vaststelling van voorlopige partneralimentatie dan ook afwijzen. Ook hiervoor geldt dat dit in overeenstemming is met het eigen voorstel van de vrouw van 27 februari 2026.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats], aan de man zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de vrouw voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben van donderdagavond 18:00 uur tot maandagochtend 08:00 uur;

*

bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] in [plaats 2] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

beveelt dat de man aan de vrouw de goederen strekkend tot haar dagelijks gebruik beschikbaar zal stellen, met daaronder begrepen de (gouden) sieraden, de grijs/groene Gazelle fiets, kantoorkleding, [land] documenten en (bank)pasjes, op verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag waar het betreft de afgifte van de Gazelle fiets;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.I. Knops

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?