ECLI:NL:RBDHA:2026:9921

ECLI:NL:RBDHA:2026:9921

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer NL25.41925
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asielaanvraag – relaas geloofwaardig geacht - zwaarwegendheid– beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.41925

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).

Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Statushouder Griekenland

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1995 en de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben. Zij heeft op 5 februari 2024 een asielaanvraag ingediend.

2. Aan de asielaanvraag heeft eiseres het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres is op haar 15e gehuwd met een man, die haar jarenlang heeft gedwongen om te werken in de prostitutie. In 2022 heeft de man van eiseres haar verlaten, nadat zij aangifte bij de politie had gedaan tegen hem vanwege een mishandeling. Eiseres is daarna vrijwillig doorgegaan met het werken in de prostitutie. In 2023 heeft eiseres een man genaamd [naam] leren kennen. [naam] zei dat hij eiseres kon helpen aan werk in een fabriek in Turkije. Eenmaal aangekomen in Turkije werd eiseres opgesloten en gedwongen om in de prostitutie te werken. Na een maand is eiseres ontsnapt.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Ook acht verweerder geloofwaardig dat eiseres is gedwongen om in de prostitutie te werken door haar man en door hem mishandeld is. Verder is eveneens geloofwaardig geacht dat eiseres door [naam] is gedwongen om in Turkije in de prostitutie te werken en dat zij het slachtoffer is geworden van mensenhandel. Dit maakt volgens verweerder echter niet dat eiseres een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.

4. Eiseres voert aan dat zij bij terugkeer wel degelijk een reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder heeft miskend dat in Sierra Leone (seksueel) geweld tegen vrouwen wijdverbreid en geaccepteerd is. Bij terugkeer vreest eiseres dat zij opnieuw tot prostitutie zal worden gedwongen en het slachtoffer zal worden van huiselijk geweld wanneer haar man haar vindt. In het geval dat de man van eiseres haar niet vindt, zal eiseres zich ook gedwongen zien om in de prostitutie te werken om geld te verdienen. Eiseres voert verder aan dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025. Verweerder gaat ervan uit dat eiseres een statushouder is in Griekenland en gelet daarop had verweerder informatie uit Griekenland moeten betrekken bij de beoordeling van de asielaanvraag van eiseres. Ook lag het op de weg van verweerder om eiseres hierover aanvullend te horen. Tot slot voert eiseres aan dat het terugkeerbesluit niet in stand kan blijven, omdat aan haar een reguliere verblijfsvergunning is verleend in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Zwaarwegendheid van het relaas

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Daarbij is van belang dat eiseres sinds 2022 niets meer van haar man heeft vernomen en dat ook niet is gebleken dat hij nog op zoek naar eiseres is. Verder heeft eiseres verklaard dat zij aangifte heeft gedaan bij de politie tegen haar man en dat de politie daarop heeft gehandeld. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat hieruit blijkt dat eiseres bij de autoriteiten om bescherming kan vragen tegen haar man. Verweerder heeft dan ook terecht overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres te vrezen heeft voor haar man. Ook heeft verweerder terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat [naam] op zoek is naar haar. Eiseres heeft hem voor het laatst gezien in 2023 in Griekenland, waarna zij niets meer van hem heeft vernomen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat [naam] zich in Sierra Leone bevindt en daar op zoek is naar eiseres, nu dit slechts een vermoeden is van eiseres. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat zij zich bij terugkeer om financiële redenen gedwongen zal zien om in de prostitutie te werken, heeft verweerder terecht overwogen dat hier niet zonder meer een risico op schending van artikel 3 van het EVRM uit volgt. In dit verband heeft verweerder ook belang kunnen hechten aan de verklaring van eiseres dat zij eerder ook vrijwillig is doorgegaan met haar werk in de prostitutie in Sierra Leone.

6. Voor zover eiseres heeft gesteld dat [naam] aangifte tegen eiseres heeft gedaan vanwege diefstal van € 8.000, wordt overwogen dat zij dit pas ter zitting voor het eerst naar voren heeft gebracht en dat zij deze stelling niet heeft onderbouwd met documenten. Dit leidt daarom niet tot een ander oordeel.

7. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat niet is gebleken dat eiseres een statushouder Griekenland is. Eiseres heeft dit niet betwist, maar gesteld dat verwarring is ontstaan door de brief van verweerder van 19 augustus 2025 waarin vragen aan eiseres zijn gesteld over haar verblijf in Griekenland.

8. Nu niet is gebleken dat eiseres een statushouder Griekenland is, kan eiseres geen geslaagd beroep doen op de uitspraak van de Afdeling van 2 juli 2025. Verweerder heeft ook geen aanleiding hoeven zien om eiseres aanvullend te horen over haar verblijf in Griekenland.

Terugkeerbesluit

9. Ter zitting heeft eiseres de beroepsgrond over het terugkeerbesluit laten vallen, nu haar reguliere verblijfsvergunning is ingetrokken. Deze beroepsgrond behoeft daarom geen bespreking.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond.

11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.F.Th. de Roos

Griffier

  • mr. W. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?