RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33174
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).
Procesverloop
Bij besluit van 24 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres is geboren op [datum] 2003 en heeft de Iraakse nationaliteit. Eiseres heeft op 26 april 2024 asiel aangevraagd.
2. Aan de asielaanvraag heeft eiseres het volgende ten grondslag gelegd. Het dorp waar eiseres woonde, Borek in Centraal-Irak, is in 2014 aangevallen door IS. Eiseres is toen gevlucht en naar een tentenkamp Khanke in de KAR gebracht. Hier heeft eiseres gewoond tot aan haar vertrek uit Irak. Het leven in het tentenkamp is moeilijk. Eiseres is vertrokken omdat zij een toekomst wil opbouwen en zij vreest bij terugkeer voor een nieuwe aanval van IS.
3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres heeft verweerder geloofwaardig geacht. Ook heeft verweerder haar problemen vanwege haar etniciteit als Jezidi geloofwaardig geacht. Dit maakt volgens verweerder echter niet dat eiseres bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade.
4. Eiseres voert daartegen aan dat zij bij terugkeer naar het ontheemdenkamp Khanke wel degelijk een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft in het bestreden besluit onvoldoende acht geslagen op de landeninformatiebrief van Vluchtelingenwerk Nederland van 3 januari 2025 over de positie van Jezidi in Irak. Ter onderbouwing van haar standpunt dat het voor eiseres als jonge Jezidi-vrouw niet veilig is in de KAR verwijst eiseres naar een drietal rapportages. Daarnaast voert eiseres aan dat zij geen onderwijs heeft kunnen volgen en analfabeet is doordat zij moest vluchten voor IS.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het ontheemdenkamp Khanke in de KAR de normale woon- en verblijfplaats is van eiseres. Verder is gesteld noch gebleken dat de humanitaire situatie in het ontheemdenkamp het gevolg is van acties van strijdende partijen in een conflict.
6. Uit het arrest Sufi en Elmi van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat als een humanitaire situatie zich niet afspeelt in de context van een gewapend conflict, artikel 3 van het EVRM slechts wordt geschonden in very exceptional cases where the humanitarian grounds against removal are compelling.
7. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat in het ontheemdenkamp in de KAR uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in het arrest Sufi en Elmi bestaan. De verklaringen van eiseres over de leefomstandigheden in het kamp en de omstandigheid dat zij als analfabeet geen onderwijs kan volgen binnen het kamp, zijn onvoldoende om deze hoge lat te halen. Verweerder heeft terecht overwogen dat uit de verklaringen van eiseres volgt dat zij in het kamp toegang had tot basisvoorzieningen. De drie rapportages waar eiseres naar heeft verwezen, zijn eveneens onvoldoende voor de conclusie dat eiseres bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM. Deze rapportages zien op de dreiging van de sluiting van een ontheemdenkamp in 2024 en mentale problemen bij Jezidische jongeren en vrouwen. Eiseres heeft gesteld noch onderbouwd dat zij psychische problemen heeft, zodat reeds daarom het beroep op de twee rapporten over mentale problematiek bij Jezidi niet slaagt. Daarnaast heeft eiseres ook niet aannemelijk gemaakt dat het ontheemdenkamp Khanke is gesloten of zal worden gesloten.
8. Ook de verwijzing van eiseres naar de brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 3 januari 2025 met de enkele stelling dat deze informatie recenter is dan het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Irak van november 2023 is onvoldoende. Daarbij merkt de rechtbank op dat verweerder in beroep een hoger beroepschrift overgelegd van een zaak die bij de Afdeling aanhangig is over Jezidi uit ontheemdenkampen in de KAR. Hierin gaat verweerder onder andere in op het thematisch ambtsbericht van november 2025. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hieruit niet blijkt dat de lat van artikel 3 van het EVRM wordt gehaald. Eiseres heeft het standpunt van verweerder over het thematisch ambtsbericht niet gemotiveerd weersproken.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 23 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.