ECLI:NL:RBDHA:2026:9934

ECLI:NL:RBDHA:2026:9934

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer NL25.63604
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel Somalië, beroep ongegrond, discriminatie tijdens werkzaamheden en problemen wegens moord door broer ongeloofwaardig

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63604

(gemachtigde: mr. F. Lavell),

en

(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de asielaanvraag af kunnen wijzen als ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, L. Nur als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser heeft verklaard dat hij behoort tot de Gabooye en Madhiban stam. Zijn vader is meermaals benaderd door Samaroon-stamleden, omdat zij de familiebezittingen en het huis van eisers familie in [plaats 1] in beslag wilden nemen. Zijn vader weigerde dit, waardoor de Samaroon uiteindelijk hebben besloten om het huis in brand te steken. Deze brand vond plaats op 13 juni 2021 en hierbij is de vader van eiser om het leven gekomen. Eisers broer besloot vervolgens om wraak te nemen en heeft zonder overleg iemand van de Samaroon-stamleden vermoord. Zijn broer is vervolgens Somalië uitgereisd. Nadat de broer van eiser deze persoon heeft vermoord, heeft eiser Somalië verlaten. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser om vermoord te worden door de Samaroon-stamleden, omdat zij hem eerder met de dood hebben bedreigd. Ook vreest eiser voor discriminatie bij terugkeer.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Zijn identiteit, nationaliteit en herkomst 2. Discriminatie tijdens zijn werkzaamheden 3. Eisers problemen vanwege wraak op de moord door zijn broer

5. De minister stelt zich hierover op het standpunt dat het eerste asielmotief geloofwaardig is. Het tweede en derde asielmotief zijn niet geloofwaardig. De verklaringen van eiser vormen geen samenhangend geheel en hij heeft zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend. Eiser heeft ook geen goede verklaring waarom hij dit niet heeft gedaan. Hiermee voldoet eiser niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vw. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.

Asielmotief onjuist omschreven

6. Eiser voert aan dat het asielmotief over discriminatie onjuist is omschreven in de besluitvorming. Dit motief gaat niet alleen over zijn werk, maar over discriminatie in het algemeen. Deze discriminatie blijkt niet alleen uit zijn werk, maar ook uit de mishandeling van eiser, de onmogelijkheid voor hem om aangifte te doen en de brandstichting. In zijn aanmeldgehoor geeft eiser ook aan dat sprake is van discriminatie in algemene zin. De discriminatie berust vooral op het horen tot de Gabooye en Madhiban stam. De beoordeling van de geloofwaardigheid dient niet beperkt te blijven tot de werkzaamheden van eiser.

7. De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft ter zitting toegelicht dat het tweede asielmotief, discriminatie van eiser tijdens zijn werkzaamheden, ongeloofwaardig wordt bevonden omdat zijn werkzaamheden niet geloofwaardig bevonden worden. In het voornemen is de minister ingegaan op de gestelde mishandeling van eiser en de gestelde onmogelijkheid om aangifte te doen. Ook de brandstichting is meegenomen, onder de bespreking van het derde asielmotief. De rechtbank stelt vast dat de minister de door eiser genoemde omstandigheden daarmee kenbaar heeft meegenomen in zijn beoordeling. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

8. Discriminatie kan leiden tot vluchtelingschap als een vreemdeling door de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van zo ernstige discriminatie dat eiser onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Ook in zoverre slaagt de beroepsgrond niet.

Tegenstrijdige verklaringen over zijn werk

9. In het bestreden besluit is aan eiser tegengeworpen dat hij aan de ene kant heeft verklaard dat hij geen werk had, maar dat hij ook heeft verklaard dat hij wel bepaalde werkzaamheden heeft uitgevoerd.

10. Eiser is het er niet mee eens dat dit tegenstrijdig is. In de correcties en aanvullingen heeft eiser uitgelegd dat hij de vraag naar zijn werkzaamheden verkeerd opvatte, namelijk als de vraag of hij ergens een betrekking had. Daarbij is ook uitgelegd dat de werkzaamheden van eiser in Somalië een zeer lage status hebben en niet als serieus werk beschouwd worden.

11. De rechtbank stelt vast dat eiser in het aanmeldgehoor (p. 8) heeft verklaard:

Werkzaamheden

Hebt u gewerkt in uw land?

Nee.

Verrichtte u naast uw school andere activiteiten?

Ik hielp mijn moeder. Zij werkte op de markt. Af en toe hielp ik daar thuis.

Werkzaamheden en arbeid

Bent u ooit werkzaam geweest voor de overheid?

Nee.

Hebt u gewerkt voor een inlichtingendienst, staatsveiligheidsdienst, politie en/of ordehandhaving of andere relevante overheidsinstantie?

Nee.

In het nader gehoor (p. 8 en 9) verklaart hij:

Ook vertelde u voor de pauze dat u ooit persoonlijke problemen hebt ondervonden vanwege door u verrichte werkzaamheden. Wanneer hebben die problemen plaatsgevonden?

Dit was vanaf het moment dat ik begon met werken. Dit was vanaf 2016 totdat ik uit Somalië vertrok.

Wat voor problemen waren dit?

Als ik werk voor hun verrichtte, waarvoor hun eer te laag is om dat werk zelf te doen, werd ik niet betaald. Ook gebruikten ze geweld en werden ze agressief. Ik werd vaak beledigd. Ik werd dus gediscrimineerd.

(…)

Kunt u daar iets meer over vertellen?

We deden een bepaald soort werk. Er zijn twee werksoorten die wij mogen verrichten en meer niet. Het gaat hierbij om de beroepen schoenmaker en kapper. Een voorbeeld hiervan is dat je werk verricht voor iemand. Er kwam geen beloning of salaris. In plaats van dat ze dankbaar waren voor ons werk, gaven zij hier geen beloning voor. Ze gingen ons bedreigen en slaan. Dit gebeurde verschillende keren op verschillende manieren. Dit deden ze omdat

ze macht hebben als stam zijnde.

(…)

Ik werkte voor iemand van de Samaroon-stam.

12. De rechtbank is met de minister van oordeel dat eiser hiermee tegenstrijdig heeft verklaard over zijn werkzaamheden. Er is hem in het aanmeldgehoor op verschillende manieren gevraagd of hij heeft gewerkt. Hij heeft dus de mogelijkheid gehad om hierop te reageren. De minister heeft deze tegenstrijdigheden terecht aan eiser tegengeworpen. Dat hij in zijn correcties en aanvullingen aangeeft dat hij de vraag of hij gewerkt heeft verkeerd had begrepen, namelijk als de vraag of hij ergens een betrekking had, blijkt niet uit eisers verdere verklaringen en biedt daarom ook geen logische verklaring voor de vastgestelde verschillen. De beroepsgrond slaagt niet.

Vage en summiere verklaringen over de mishandeling en beroep op bescherming van de politie

13. Eiser is het niet eens met de tegenwerping door de minister dat hij vaag heeft verklaard over zijn beroep op de politie om bescherming te krijgen. Eiser maakt onderdeel uit van een zeer kleine minderheid, de Samaroon stam is de overgrote meerderheid. Het is voor eiser door de discriminatie onmogelijk om een normaal beroep uit te oefenen of een dienstverband te hebben. Het is voor iemand van de Gabooye en Madhiban stam ook ondenkbaar om een openbare functie te bekleden. Dat eiser aangeeft dat de politie alleen uit leden van de Samaroon stam bestaat, is dan ook niet vaag. Dat geldt ook voor de verklaring dat leden van de Samaroon stam elkaar de hand boven het hoofd houden. Eiser volgt verder niet dat hij erg oppervlakkig heeft verklaard over de mishandelingen. Eiser meent in ieder geval de situatie waarbij hij door de vier mannen is mishandeld voldoende adequaat te hebben beschreven. In die situatie had hij geen andere keuze dan zich zo klein mogelijk maken, oogcontact zoveel mogelijk te vermijden en niet op de provocaties van de mannen in te gaan. De andere incidenten waarbij hij geslagen werd, waren niet veel anders. Eiser acht het om deze reden verschoonbaar dat hij niet veel bijzonderheden over de andere incidenten kan vertellen. Als de minister desondanks toch meer bijzonderheden wilde vernemen, dan had het op zijn weg gelegen om hier meer expliciet naar te vragen dan nu is gedaan.

14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat hij vaag heeft verklaard over het beroep op bescherming van de politie. Het is op basis van de verklaringen van eiser niet duidelijk waarop eiser baseert dat de politieambtenaren van de Samaroon stam waren. In zijn gronden van beroep heeft eiser wel een verklaring gegeven over waarom de politieambtenaren volgens hem van de Samaroon stam zijn. Dit doet er echter niet aan af dat de verklaringen van eiser in het gehoor op dit punt vaag bevonden mochten worden. Eiser heeft geen duidelijk inzicht gegeven in zijn ervaringen met de politie, terwijl hij aangeeft dat hij ‘ontelbaar vaak’ bij de politie is geweest. Hierbij heeft de minister ook mogen opmerken dat niet duidelijk is waarom eiser ‘ontelbaar vaak’ naar de politie zou gaan als het op voorhand duidelijk is dat dit niets oplevert.

15. Over de mishandeling heeft de minister aan eiser tegengeworpen dat hij daarover erg oppervlakkig heeft verklaard. Eiser heeft verklaard over een mishandeling door vier mensen, waardoor hij in coma raakte. Ook heeft hij verklaard dat hij elke dag mishandeld werd. Er zijn hem meerdere vragen gesteld over details van de mishandelingen, maar de verklaringen van eiser blijven volgens de minister erg oppervlakkig en schetsen niet de gebeurtenissen die plaats hebben gevonden. Dit kan de rechtbank volgen. De minister mocht van eiser verwachten dat hij meer zou verklaren over de mishandelingen en in het bijzonder de situatie dat hij mishandeld was en in coma zou zijn geraakt. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat de minister hier explicieter naar had moeten vragen. De minister heeft meerdere vragen gesteld over de mishandelingen. Daarbij is het in de eerste plaats aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. De beroepsgrond slaagt niet.

Eisers problemen vanwege wraak op de moord door zijn broer

16. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte de problemen vanwege wraak op de moord door zijn broer ongeloofwaardig acht. De minister vindt het ten onrechte tegenstrijdig dat de daders de bezittingen wilden afpakken en dat zij deze vervolgens in brand staken. In eerste instantie was het de bedoeling om eiser en zijn gezin te intimideren zodat ze zouden vertrekken, waarbij ze de woning en bezittingen zouden achterlaten. Toen het gezin niet vertrok, hebben de Samaroon stamleden besloten om het gezin weg te krijgen door hun huis in brand te steken, zodat zij in ieder geval de grond hadden. Daarnaast vindt de minister de verklaringen van eiser over de periode na de dood van zijn vader ten onrechte tegenstrijdig. Eiser wijst erop dat hij in het nader gehoor niet heeft aangegeven dat zijn broer twee maanden na de dood van hun vader iemand had vermoord, maar na twee weken.

Verder voert eiser aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat hij summier heeft verklaard over de dood van zijn vader en de vervolgens door zijn broer begane moord. Aan eiser zijn vooral vragen gesteld over de persoon die de broer vermoord had. Doordat hij geen getuige was van de moord en vlak daarna zelf is vertrokken, kon hij ook niks weten over de bijzonderheden van de moord. Wel kan hij wijzen op de traditie van bloedwraak als motief, die in Somalië diepgeworteld is.

De rechtbank kan eiser volgen in zijn stelling dat de minister ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat het tegenstrijdig is dat de daders de bezittingen wilden afpakken en dat zij deze vervolgens in brand staken. Eiser heeft daarover verklaard dat ze eerst zijn bezittingen wilden hebben en dat ze, toen dit niet lukte, zijn huis in brand hebben gestoken. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet tegenstrijdig of onlogisch. Dit neemt echter niet weg dat de minister in dit kader wel terecht aan eiser heeft tegengeworpen dat hij summier heeft verklaard over de dood van zijn vader en de vervolgens door zijn broer begane moord. De minister mocht hierbij betrekken dat eiser niet heeft verteld hoe het ging op moment van de brand, hoe zijn familie hierop reageerde en niet duidelijk maakt wie de betrokken personen waren. Verder mocht de minister ook aan eiser tegenwerpen dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt wie er door zijn broer is vermoord en wat deze persoon te maken had met de gestelde brandstichting. Dat de minister hier nader naar had moeten vragen, volgt de rechtbank niet. Het is aan eiser om zijn asielrelaas naar voren te brengen. Hiertoe is hij door de minister in de gelegenheid gesteld.

De minister mocht in dit kader verder van belang achten dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de periode en gebeurtenissen na de gestelde brand en dood van zijn vader. Eiser stelt enerzijds dat hij op 14 juni 2021 al vertrok uit [plaats 1] (één dag na de dood van zijn vader), maar anderzijds dat hij nog weken bleef klussen aan het huis. Daarnaast stelt eiser enerzijds dat hij nog maanden in [plaats 2] heeft verbleven en anderzijds dat hij binnen drie weken al weg was uit Somalië. Voor deze tegenstrijdigheden heeft eiser geen sluitende verklaring gegeven. De minister heeft het asielrelaas van eiser daarom niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. De beroepsgrond slaagt niet.

Asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend

17. Eiser heeft verklaard dat hij op 27 november 2023 Nederland is ingereisd via de [luchthaven] . Hij heeft zich vervolgens op 1 december 2023 gemeld voor asiel. Eiser acht zijn ietwat verlate aanvraag verschoonbaar, vanwege de moeilijkheden die hij had om in [plaats 3] terecht te komen. Hij kreeg een paar keer een verkeerd advies en belandde in [plaats 4] . Ook was hij erg bang en durfde hij pas later de politie te benaderen. Zijn iets verlate asielaanvraag doet volgens eiser geen afbreuk aan zijn geloofwaardigheid. Daarnaast is de gemachtigde bekend met meerdere asielaanvragen die veel later zijn gedaan, maar waarbij dit niet wordt tegengeworpen.

18. De rechtbank overweegt als volgt. Uit paragraaf van C1/4.3.2.4 van de Vreemdelingencirculaire volgt dat van een vreemdeling die stelt te vrezen voor vervolging of voor ernstige schade bij terugkeer, verlangd mag worden dat hij zo spoedig mogelijk asiel aanvraagt. Hiervan is in beginsel sprake als een asielaanvraag binnen 48 uur na binnenkomst is ingediend. Als dit niet binnen 48 uur is gebeurd, vraagt de IND naar de reden hiervan. Als de vreemdeling daar geen goede reden voor heeft, wordt niet voldaan aan deze voorwaarde.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser zich niet binnen 48 uur heeft gemeld. De minister heeft ter zitting aangegeven dat deze tegenwerping niet van doorslaggevend belang is, maar dat deze wel wordt gehandhaafd.

De rechtbank kan de minister volgen dat aan eiser kan worden tegengeworpen dat hij zich niet tijdig heeft gemeld. Dat hij verkeerd advies zou hebben gekregen, maakt de late melding van eiser niet verschoonbaar. Eiser verbleef al langer in Europa en had eerder al asiel aangevraagd in Griekenland, wat zijn gestelde vrees voor de politie ook niet aannemelijk maakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

19. De minister heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

10 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. Spelt

Griffier

  • mr. M.A.W.M. Engels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?