RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van [ ] in de zaak tussen
[eiser] , eiser
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/15206
V-nummer: [V-nummer]
en
gemachtigde: mr. S. Yousef.
1. Het beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 8 juli 2025 inhoudende dat eiser is overgeplaatst van AZC Enschede naar AZC Zandvoort. Eiser is overgeplaatst omdat hij als statushouder is gekoppeld aan de gemeente Diemen, zodat voor eiser huisvesting kan worden gezocht. Eiser geplaatst in de buurt van de gekoppelde gemeente, zodat hij kan starten met het inburgeringstraject in de regio waar hij uiteindelijk zal wonen.
2. Eiser is het niet eens met dit besluit tot overplaatsing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3. Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 is eiser overgeplaatst naar locatie AZC Zandvoort.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft (namens het COa) op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de minister (namens het COa).
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat de overplaatsing niet terecht was. Eiser stelt dat hij diverse stukken heeft overgelegd, maar dat het COa geen rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke situatie, zoals opleiding, stage, familie en medische behandeling. Met een verhuizing naar Zandvoort zal hij alles verliezen en zal de verhuizing juist zijn integratieproces belemmeren. Eiser ervaart ook psychische klachten door deze situatie. Eiser vindt het van belang dat hij dicht bij zijn partner en haar dochter, werk en opleiding kan verblijven en hij heeft een vertrouwensband met de behandelaars waarbij hij zich op zijn gemak voelt. Eiser heeft op zitting naar voren gebracht dat hij erg zijn best doet. Hij heeft Nederlands geleerd en heeft via loting een woning gevonden in Zwolle, waar hij momenteel verblijft. Eiser heeft maar een paar keer in Zandvoort geslapen. Desgevraagd geeft hij aan dat zijn procesbelang enkel gelegen is in het feit dat het besluit van het COA destijds niet terecht genomen was.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Procesbelang
5. Gebleken is dat eiser met ingang van 24 september 2025 nog enkel administratief geplaatst is bij het COa en feitelijk niet op de opvanglocatie in Zandvoort verbleef. Op 17 december 2025 is eiser uiteindelijk helemaal uitgestroomd bij het COa in verband met zelfstandige huisvestiging in de gemeente Zwolle. Gelet hierop ziet de rechtbank zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de behandeling van zijn beroep.
6. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), kan de bestuursrechter een beroep niet-ontvankelijk verklaren wanneer de indiener geen procesbelang heeft. Daarbij geldt dat het belang dat de indiener heeft bij de uitkomst van de door hem ingestelde beroepsprocedure moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis moet zijn. De vraag of sprake is van procesbelang dient te worden beantwoord naar de stand van zaken op het moment waarop het beroep wordt beoordeeld. Iemand moet een actueel en reëel belang hebben in het geval hij gelijk in de zaak zou krijgen.
7. De rechtbank constateert dat eiser zijn best doet om te integreren en dat hij stappen heeft gezet. Hij heeft zelfstandig een woning gevonden, Nederlands geleerd en heeft een baan. Ook de gemachtigde van het COa heeft op de zitting waardering uitgesproken voor de stappen die eiser heeft gezet. Echter, naar het oordeel van de rechtbank maakt dit het voor de juridische beoordeling niet anders en heeft eiser geen procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep, nu is gebleken dat hij inmiddels niet meer op een opvanglocatie van het COa verblijft maar zelfstandige woonruimte heeft in Zwolle.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van
mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op [datum].
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.