ECLI:NL:RBDHA:2026:9992

ECLI:NL:RBDHA:2026:9992

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer NL25.37974
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Artikel 64 van de Vw – bewaar buiten behandeling gesteld en daartegen ongegrond verklaard o.g.v. artikel 4:5, eerste lid, van de Awb – verwijzing naar eerdere stukken – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37974

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [persoon] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1957 en heeft de Russische nationaliteit. Bij besluit van 11 april 2024 is tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Eiser heeft op 13 maart 2025 een aanvraag ingediend om verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw. Daarbij heeft hij verwezen naar het besluit van 21 juni 2024, waarbij hem eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van de Vw voor de duur van een jaar, tot 12 maart 2025. Verweerder heeft de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb buiten behandeling gesteld en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard, omdat eiser de gevraagde bewijsmiddelen niet binnen de gestelde termijn heeft overgelegd. Volgens verweerder kan daardoor geen BMA advies worden opgevraagd.

2. Eiser voert aan dat verweerder zijn aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Volgens eiser was het niet nodig om opnieuw een BMA-advies te vragen, omdat uit het eerdere BMA-advies van 20 juni 2024 volgt dat hij een ernstige hartaandoening heeft en in verband daarmee levenslang medicatie moet gebruiken. In zijn besluit van 21 juni 2024 heeft verweerder overwogen dat uit bedoeld BMA-advies blijkt dat bij uitblijven van behandeling een medische noodsituatie wordt verwacht. Ook heeft verweerder overwogen dat terugkeer leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM omdat de behandelmogelijkheden in Rusland ongewis zijn, gezien het ontbreken van betrouwbare informatie. Eiser meent daarom dat het op de weg van BMA had gelegen om te achterhalen of die informatie nu wel voorhanden is.

De rechtbank oordeelt als volgt.

3. Op grond van artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb kan het bestuursorgaan besluiten een aanvraag niet in behandeling te nemen indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van het besluit, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.

4. In paragraaf A3/7.2.4 van de Vc is bepaald welke bewijsmiddelen een vreemdeling in ieder geval moet overleggen bij een aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vw. Het gaat daarbij onder meer om een toestemmingsverklaring voor het verkrijgen van informatie over eiser van zijn medisch behandelaars en om informatie over de actuele medisch situatie van eiser.

5. Niet in geschil is dat eiser niet alle voorgeschreven informatie heeft overgelegd. Verweerder heeft eiser bij brief van 18 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om de aanvraag uiterlijk op 1 april 2025 aan te vullen en daarbij concreet aangegeven welke bewijzen nog misten. Verweerder heeft de aanvraag daarom met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling mogen stellen. In bezwaar, op 24 juni 2025, heeft eiser nog medische bewijzen van zijn behandelend cardioloog overgelegd. Het bezwaar is echter terecht ongegrond verklaard. Een verzuim zoals hier aan de orde kan niet in bezwaar worden hersteld.

6. De conclusies uit het BMA-advies van 20 juni 2024 waar eiser in beroep naar verwijst geven geen aanleiding voor een ander oordeel. Bedoeld advies betreft een medisch oordeel, gebaseerd op de toenmalige medische situatie van eiser. Dat geldt ook voor de inschatting van de medisch adviseur op dat moment dat eiser levenslang medische behandeling behoeft. Op het moment van het bestreden besluit was dit advies bijna tien maanden oud. Het is aan de medisch adviseur van verweerder om vast te stellen in hoeverre een en ander nog onverkort van toepassing is.

7. Voor zover eiser stelt dat zijn terugkeer naar Rusland in strijd komt met artikel 3 van het EVRM, is het aan hem om dit te onderbouwen. Eisers verwijzing naar het BMA-advies van 20 juni 2024 is hiervoor niet voldoende, omdat hier geen actueel risico uit kan worden afgeleid. Nu de actuele medische situatie van eiser niet is vastgesteld, is niet aannemelijk geworden dat eiser in een medische noodsituatie zal komen te verkeren bij terugkeer naar Rusland. Het bestreden besluit is dan ook niet in strijd met artikel 3 van het EVRM.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 23 april 2026, door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eensbent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. S. Mohandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand