RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
RetailPlan B.V., te Drachten, eiseres,
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 15/7839
in de zaak tussen
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem te Arnhem, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 29 december 2015 beroep ingesteld wegens het niet (tijdig) bekendmaken
van een omgevingsvergunning van rechtswege.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2016. Namens eiseres is [namen] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.M.M. Kapteijns.
Overwegingen
1. Met toepassing van artikel 8:55f van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het beweerdelijk niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege.
2. Eiseres betoogt dat zij bij brief van 21 mei 2015 een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft gedaan, waarop niet tijdig is beslist, zodat een vergunning van rechtswege is ontstaan.
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de brief van 21 mei 2015 niet aangemerkt kan worden als een aanvraag tot het nemen van een besluit, zodat evenmin een vergunning van rechtswege tot stand is gekomen.
3. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 21 mei 2015 geen aanvraag voor een omgevingsvergunning is. Deze brief geeft eerst een schets van het fenomeen foodmarkt en stelt vervolgens dat een foodmarkt op de [adres], binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente en provincie mogelijk is. Na een nadere concretisering van het plan te hebben gegeven, wordt gevraagd om planologische medewerking voor de realisatie van het plan. De laatste alinea van de brief heeft het opschrift “gesprek met de wethouder”. In deze alinea wordt gesteld dat in de ambtelijke voorgesprekken afgesproken is dat het plan aan de wethouder wordt voorgelegd en er vervolgens een afspraak wordt gemaakt om een toelichting te kunnen geven.
De rechtbank ziet in deze brief aldus een schets van de plannen van eiseres met de [adres] en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan. Vervolgens wordt gevraagd om planologische medewerking en een gesprek met de verantwoordelijk wethouder. In zoverre ziet de rechtbank deze brief als een stap in het proces om bij de bevoegde autoriteit te sonderen of draagvlak bestaat voor het plan. Een aanvraag om een omgevingsvergunning is deze brief niet.
4. Nu de rechtbank de brief van 21 mei 2015 niet aanmerkt als een aanvraag voor een omgevingsvergunning, is reeds daarom geen omgevingsvergunning van rechtswege ontstaan. Het beroep is ongegrond.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.