ECLI:NL:RBGEL:2017:3030

ECLI:NL:RBGEL:2017:3030, Rechtbank Gelderland, 07-06-2017, 05/881306-15

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 07-06-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 05/881306-15
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2018:2416
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Vrijspraak moord. Veroordeling tot gevangenisstraffen voor de duur van veertien en zestien jaren voor doodslag onder strafverzwarende omstandigheden (gekwalificeerde doodslag). Verder moeten de mannen een schadevergoeding aan de nabestaanden betalen.

Uitspraak

3. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, ten gevolge

waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd

gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (poging) diefstal (met geweldpleging)/afpersing (van een auto, Opel [type] met kenteken [kenteken] ), althans enig vermogensdelict, en/of handelen in strijd met de Opiumwet, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s)

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

2.

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Erp, gemeente Veghel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten in/rondom/over een auto (Opel [type] met kenteken [kenteken] ) en/of (vervolgens) een molotovcocktail hebben/heeft

aangestoken en/of een bol met een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft besprenkeld en/of aangestoken en/of (vervolgens) die molotovcocktail en/of die brandende bol in/tegen die auto hebben/heeft gegooid en/of (aldus) die (vloei-)stof in/op/rondom die auto in brand hebben/heeft gestoken en/of brand hebben/heeft gesticht, in elk geval opzettelijk (open)

vuur in aanraking hebben/heeft gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (in de nabijheid staande) struiken, planten, bomen, gras en/of heide, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Medeplegen van doodslag, vergezeld en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan de andere deelnemer aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor doodslag en brandstichting (samen met een ander) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren. Het gaat om een zeer ernstig feit, dat immens leed bij de weduwe, de jonge kinderen, broers en overige nabestaanden van [slachtoffer] heeft veroorzaakt. Dit geldt nog te meer nu na de doodslag de auto met daarin het lichaam in brand is gestoken. Dit heeft de familieleden de kans ontnomen om afscheid van [slachtoffer] te nemen. Ook houdt de officier van justitie rekening met de lange periode van onzekerheid en de speculaties rondom de dood van [slachtoffer] . Ook hieronder heeft de familie geleden. Tot slot is meegewogen dat beide verdachten een gelijke rol hebben gespeeld, volledig toerekeningsvatbaar kunnen worden geacht en het strafblad van beide verdachten geen verschil in straf rechtvaardigt.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 1 mei 2017;

- een trajectconsult van [psychiater] , psychiater, gedateerd 18 november 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Tactus Verslavingszorg, gedateerd 28 november 2016.

De verdachten [medeverdachte] en [verdachte] hebben samen plannen gemaakt, of voor een drugsdeal of voor een gewapende overval. Ze hadden allebei een pistool. Daarmee oefenden ze samen. De mannen zijn ook samen naar de Posbank gereden. De pistolen waren doorgeladen. In de auto werden de veiligheidspallen van de pistolen omgezet, op initiatief van [verdachte] . De verdachten zijn uit de auto gestapt met schietklare pistolen. Toen [slachtoffer] na het hardlopen bij zijn auto terug kwam, hebben [medeverdachte] en [verdachte] op hem geschoten. [slachtoffer] is ten minste één keer geraakt. Dit schot ging door het hart van [slachtoffer] , die vervolgens overleed.

Over het motief lopen de verklaringen uiteen, maar de kern van de beide motieven is de wens van verdachten om door het plegen van een misdrijf gemakkelijk aan geld te komen.

[medeverdachte] verklaart dat zij de auto van [slachtoffer] wilden afnemen. Deze auto wilden de verdachten gebruiken bij een gewapende overval. [slachtoffer] weigerde de sleutels af te geven, hij slaakte een kreet en rende op de verdachten af. [medeverdachte] zou zijn geschrokken en op [slachtoffer] hebben geschoten, waarna ook [verdachte] op [slachtoffer] schoot.

[verdachte] verklaart dat [slachtoffer] hen betrapte tijdens de voorbereiding van een drugsdeal. Zij hadden afgesproken dat zij geen getuigen zouden achterlaten. [medeverdachte] schoot eerst op [slachtoffer] , daarna schoot [verdachte] .

Nadat [slachtoffer] was neergeschoten hebben de verdachten niet gecontroleerd of hij nog leefde. Na kort overleg hebben zij het lichaam van [slachtoffer] op de achterbank dan wel tussen de voor- en de achterbank van zijn auto geduwd. Zij zijn samen naar de bossen bij Erp gereden. Hier hebben zij de auto en het lichaam van [slachtoffer] in brand gestoken. Hierbij heeft [medeverdachte] voor de benzine gezorgd. [verdachte] heeft de benzine in, over en rondom de auto gesprenkeld en hij heeft de auto aangestoken.

De verdachten hebben geen enkel respect getoond voor het leven van [slachtoffer] . Na de dood van [slachtoffer] hebben zij ook geen enkel respect getoond voor zijn lichaam. Vervolgens hebben verdachten bijna veertien jaar lang gezwegen. Veertien jaar waarin de Posbankmoord met enige regelmaat in de publiciteit kwam. Hieruit blijkt dat zij ook geen enkel respect hebben gehad voor de nabestaanden.

De dood van [slachtoffer] moet een niet te beschrijven verlies zijn geweest voor zijn vrouw, kinderen, familie en vrienden. De rechtbank geeft enkele voorbeelden uit de slachtofferverklaringen.

Door de schade aan het lichaam van [slachtoffer] was het niet mogelijk om voor de crematie afscheid van hem te nemen.

De jongste zoon kent zijn vader bijna alleen uit verhalen die anderen aan hem hebben verteld. Hij kan zich het gezicht van zijn vader niet goed herinneren. De kinderen hebben hun vader een groot deel van hun jeugd moeten missen en zij missen hem nu nog. Zowel de vreugde als het verdriet dat bij het leven hoort, hebben ze niet met hun vader kunnen delen. De vragen waarmee familie en vrienden achterbleven zijn bijna 14 jaar lang niet beantwoord. Dit moet voor hen een hel zijn geweest.

Mevrouw [slachtoffer] werd ook zelf verdacht. Kijkend naar de misdaadstatistieken was dit niet te vermijden. De dader komt immers vaak uit de directe omgeving van het slachtoffer. Ook deze mogelijkheid moest dus worden onderzocht, maar voor haar moet het verschrikkelijk zijn geweest.

Haar zonen durfden soms hun achternaam niet te noemen. Zij waren bang om de verhalen over de Posbankmoord weer op te rakelen. En verhalen gingen er rond. Bij gebrek aan feiten over de aanleiding tot de dood van [slachtoffer] , werd er in de media volop gespeculeerd over de mogelijke toedracht. Zo zou er sprake zijn geweest van een criminele afrekening. [slachtoffer] zou zich bezig hebben gehouden met drugshandel of hij zou de dader hebben ontmoet op een homo-ontmoetingsplaats. Naast het verdriet en de vragen die de nabestaanden zelf hadden, werden zij ook met deze speculaties geconfronteerd. En zelfs nu, bij de veroordeling van de daders, zijn er nog steeds twee mogelijke motieven voor het doden van [slachtoffer] .

Wel staat vast dat alle speculaties, nergens op waren gebaseerd. Zowel [medeverdachte] als [verdachte] verklaren dat [slachtoffer] op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was.

Zoals gezegd, vindt de rechtbank dat beide scenario’s over de dood van [slachtoffer] , doodslag onder strafverzwarende omstandigheden opleveren. De strafmaat voor gekwalificeerde doodslag is veel hoger dan voor doodslag. Alleen al daarom acht de rechtbank een hogere gevangenisstraf dan de eis van de officier van justitie gerechtvaardigd. Verder maakt de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie bij het opleggen van de straf wel verschil tussen de twee verdachten.

Juist in deze zaak wordt duidelijk hoe belangrijk het kan zijn dat een verdachte verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Daarom houdt de rechtbank er bij [medeverdachte] rekening mee dat hij zichzelf bij de politie heeft gemeld en een bekentenis heeft afgelegd. Dit deed [medeverdachte] weliswaar vooral onder druk van de undercoveroperatie en de door de politie geregisseerde media-aandacht, maar zijn bekentenis was van belang voor de opheldering van de zaak. Ook had [medeverdachte] voor dit feit geen strafblad.

Bij [verdachte] houdt de rechtbank er rekening mee dat hij de wapens heeft geregeld. Op zijn initiatief hebben de verdachten geoefend met de pistolen en zijn de veiligheidspallen van de pistolen omgezet. [verdachte] is voor 20 januari 2003 negen keer veroordeeld wegens geweldsdelicten, vermogensdelicten en brandstichting.

De rechtbank zal [medeverdachte] veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 jaar. [verdachte] zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 jaar.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten.

De vorderingen zijn onderverdeeld in vijf onderdelen: A (overlijdensschade; gederfd levensonderhoud), B (overige kosten, zijnde kosten die met name betrekking hebben op de uitvaart, afwikkeling van de nalatenschap, kinderopvang, therapie, reiskosten en huishoudelijke hulp), C (affectieschade), D (de door studievertraging opgelopen schade) en E (kosten voor het opstellen van de schadeberekening door het rekenbureau en forfaitaire telefoonkosten).

- [benadeelde 1] vordert een bedrag van € 204.776,39 (bestaande uit A € 108.923,00 + B € 69.504,00 + C € 20.000,00 + E € 6.349,39);

- [benadeelde 2] vordert een bedrag van € 77.469,00 (bestaande uit A € 37.669,00 + C € 20.000,00 + D € 19.800,00);

- [benadeelde 3] vordert een bedrag van € 71.016,00 (bestaande uit A € 31.216,00 + C € 20.000,00 + D € 19.800,00); en

- [benadeelde 4] vordert een bedrag van € 103.670,00 (bestaande uit A € 63.870,00 + C € 20.000,00 + D € 19.800,00).

Er wordt verzocht om bovengenoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade en een schadevergoedingsmaatregel op te leggen over deze gehele bedragen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vorderingen – met uitzondering van de gevorderde bedragen in verband met affectieschade – toe te wijzen, dan wel de schade met betrekking tot deze onderdelen te schatten. Tot slot is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gelet op de bepleite niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel vrijspraak verzocht om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade is geleden, waarvoor [verdachte] naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De benadeelde partijen zijn in die zin dan ook ontvankelijk in de vorderingen. De vorderingen zullen verder per onderdeel worden besproken.

Onderdeel A

Ten aanzien van dit onderdeel, het gederfde levensonderhoud, ligt aan de vorderingen een overlijdensschadeberekening ten grondslag van [naam 4] van 15 mei 2017.

De door [naam 4] gemaakte overlijdensschadeberekening is als gezinsschade berekend. Dit betekent dat de totale schade op dit vlak dient te worden toegewezen aan de achtergebleven ouder, in dit geval [benadeelde 1] . Haar komt in beginsel een vorderingsrecht ex artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek toe. Er was immers sprake van een gezamenlijke huishouding en na het overlijden van [slachtoffer] heeft zij het huishouden voortgezet, in het onderhoud van de kinderen voorzien en daardoor deze schade geleden. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] ten aanzien van onderdeel A niet-ontvankelijk in de vorderingen verklaren. Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] maakt de rechtbank gebruik van haar schattingsbevoegdheid om de hoogte van het toe te kennen bedrag vast te stellen. Uit de overgelegde stukken is in ieder geval voldoende komen vast te staan, dat is ook niet betwist, dat er sprake is van gederfd levensonderhoud. Over het exacte bedrag is discussie mogelijk. Maar naar schatting van de rechtbank zal in ieder geval voor een bedrag van minimaal € 100.000,00 schade zijn geleden. Dat bedrag zal aan [benadeelde 1] worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de behandeling van dit onderdeel verder naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Ten aanzien van het toegewezen bedrag van € 100.000,00 met betrekking tot onderdeel A zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 22 maart 2010. Deze datum ligt in het midden tussen 20 januari 2003, de datum van overlijden van [slachtoffer] , en 24 mei 2017, de datum waarop de vordering is ingediend. De rechtbank heeft hiervoor gekozen omdat gedurende deze periode de kosten, veelal van dezelfde soort, zijn ontstaan en niet ten aanzien van alle kosten is te achterhalen wanneer de schade in de genoemde periode precies is ontstaan (wanneer de facturen zijn betaald).

Onderdeel B

Dit onderdeel ziet op de overige kosten die zijn gemaakt naar aanleiding van het overlijden van [slachtoffer] . Deze post is met facturen voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor tot een bedrag van € 11.942,95. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 1] ten aanzien van het overige van dit onderdeel (de factuur van [naam 5] van 25 november 2009, de geschatte kosten en de kosten huishoudelijke hulp) niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. Ten aanzien van de factuur van [naam 5] is onvoldoende onderbouwd dat [benadeelde 1] deze kosten daadwerkelijk als gevolg van het bewezenverklaarde heeft moeten maken, de geschatte kosten zijn onvoldoende onderbouwd en het vaststellen van eventuele kosten huishoudelijke hulp levert in dit geval een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De rechtbank heeft uit de toelichting ter zitting begrepen dat de uitkering die de benadeelde partijen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven hebben ontvangen, alleen betrekking hebben op de onder B gevorderde en toegewezen schade.

Ook ten aanzien van het bedrag van € 11.942,95 zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 22 maart 2010.

Onderdeel C

Met betrekking tot de gevorderde affectieschade overweegt de rechtbank als volgt. Voorop staat dat de rechtbank begrijpt en erkent dat aan de benadeelde partijen, vrouw en kinderen van [slachtoffer] , groot leed is aangedaan door het om het leven brengen van hun man en vader. De vordering dient echter te worden beoordeeld naar het huidige recht. En in het huidige Nederlands recht is de mogelijkheid voor vergoeding van immateriële schade ten aanzien van het verlies van een dierbare zeer beperkt. Vaste jurisprudentie is dat enkel de situatie als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek, de shockschade, voor vergoeding in aanmerking kan komen. Affectieschade valt daar niet onder. Dat op 9 mei 2017 het wetsvoorstel vergoeding van affectieschade door de Tweede Kamer is aangenomen, maakt dit niet anders. De rechter heeft immers niet de vrijheid om, vooruitlopend op een eventueel door de wetgever door te voeren wijziging van de wet, een dergelijke vergoeding toe te kennen. De rechtbank zal de benadeelde partijen ten aanzien van dit onderdeel dan ook niet-ontvankelijk in de vorderingen verklaren.

Onderdeel D

Nu dit onderdeel van de vorderingen van [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet inhoudelijk is betwist, voldoende is onderbouwd en de rechtbank redelijk voorkomt, zal de rechtbank aan elk van hen het gevorderde bedrag van € 19.800,00 aan schade door studievertraging toewijzen.

Ten aanzien van het bedrag van € 19.800,00 met betrekking tot onderdeel D zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 22 maart 2010. Deze datum ligt in het midden tussen 20 januari 2003, de datum van overlijden van [slachtoffer] , en 24 mei 2017, de datum waarop de vorderingen zijn ingediend, omdat de schade gedurende deze periode is ontstaan.

Onderdeel E

Nu dit onderdeel van de vorderingen van [benadeelde 1] niet inhoudelijk is betwist, voldoende is onderbouwd en de rechtbank redelijk voorkomt, zal de rechtbank de gevorderde bedragen van € 5.999,39 (factuur [naam 6] ) en € 350,00 (forfaitaire telefoonkosten) toewijzen.

De vervaldatum van de factuur betreft 15 juni 2017, zodat voor het bedrag van € 5.999,39 vanaf die datum de wettelijke rente zal worden toegewezen. Ten aanzien van het bedrag van € 350,00 zal de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de al eerder genoemde datum 22 maart 2010.

Conclusie

Bovenstaande houdt in dat de civiele vorderingen worden toegewezen tot een bedrag van € 118.292,34 aan [benadeelde 1] en een bedrag van telkens € 19.800,- aan [benadeelde 2] , aan [benadeelde 3] en aan [benadeelde 4] , met daarbij de wettelijke rente. De benadeelde partijen worden voor het overige niet-ontvankelijk in de vorderingen verklaard.

De rechtbank zal bepalen dat verdachte hoofdelijk met zijn medeverdachte aansprakelijk is voor de betaling van de hierboven genoemde bedragen. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen. De gevorderde en toegewezen wettelijke rente/vergoeding voor proceskosten is daar conform de landelijke oriëntatiepunten niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente met betrekking tot de vordering van [benadeelde 1] is met betrekking tot het bedrag van € 112.292,95 (onderdeel A, B en E ten aanzien van € 350,00) toewijsbaar vanaf 22 maart 2010 en over het bedrag van € 5.999,39 (onderdeel E voor het overige) toewijsbaar vanaf 15 juni 2017. De gevorderde wettelijke rente is met betrekking tot de overige vorderingen geheel toewijsbaar vanaf 22 maart 2010 (telkens onderdeel D).

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 63, 157, 287 en 288 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (feiten 1 subsidiair en 2):

 veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 subsidiair en 2 tot betaling van

schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 118.292,34 (honderdachttienduizend tweehonderdtweeënnegentig euro en vierendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 112.292,95 per 22 maart 2010 en over een bedrag van € 5.999,39 per 15 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

€ 112.292,95 per 22 maart 2010 en over een bedrag van € 5.999,39 per 15 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 245 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (feiten 1 subsidiair en 2):

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (feiten 1 subsidiair en 2):

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] (feiten 1 subsidiair en 2):

BIJLAGE:

Aan verdachte wordt – na een toegewezen vordering wijziging tenlastelegging – verweten dat:

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, tengevolge

waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd

gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (poging) diefstal (met geweldpleging)/afpersing (van een auto, Opel [type] met kenteken [kenteken] ), althans enig vermogensdelict, en/of handelen in strijd met de Opiumwet, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer( s )

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, tengevolge

waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Opel [type] met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( s ), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader( s ) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) met een vuurwapen een of meer

kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

of

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een auto (Opel [type] met kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( s ), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) zich hebben/heeft begeven naar een parkeerplaats ("Bloemers"), gelegen in Nationaal Park Veluwezoom & Deelerwoud (De Posbank) en/of (aldaar) hebben/heeft gezocht naar een (geschikte) auto en/of, nadat de eigenaar van die auto, [slachtoffer] , -onverwachts- ter plaatse was gekomen, in de richting van die [slachtoffer] zijn/is gelopen en/of -dreigend- naar die [slachtoffer] hebben/heeft geroepen: "wij willen jouw auto", althans dergelijke -dreigende- woorden hebben/heeft geuit in de richting van die [slachtoffer] , en/of (vervolgens) met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

of

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( s ), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om hij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer( s ) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader( s ), althans alleen, zich heeft begeven naar een parkeerplaats (“Bloemers”), gelegen in Nationaal Park Velumezoom & Deelerwoud (De Posbank, waarna verdachte en/of verdachten mededader ( s ) hebben/heeft gezocht naar een

(weg te nemen/geschikte) auto en/of, nadat de eigenaar van die auto, [slachtoffer] , -onverwachts- ter plaatse was gekomen, in de richting van die [slachtoffer] zijn/is gelopen en/of (vervolgens) met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

of

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Rheden, althans in Nederland, ter uitvoering van, het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een auto (Opel [type] met kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader( s ), zich heeft begeven naar een parkeerplaats (“Bloemers”), gelegen in Nationaal Park Veluwezoom & Deelerwoud (De Posbank),

waarna verdachte en/of verdachtes mededader( s ) hebben/heeft gezocht naar een

(geschikte) auto en/of, nadat de eigenaar van die auto, [slachtoffer] ,

-onverwachts- ter plaatse was gekomen, in de richting van die [slachtoffer] zijn/is

gelopen en/of -dreigend- naar die [slachtoffer] hebben/heeft geroepen: “wij willen jouw auto”, althans dergelijke -dreigende- woorden hebben/heeft geuit in de richting van die [slachtoffer] , en/of (vervolgens) met een vuurwapen een of meer kogels in/door het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 20 januari 2003 te Erp, gemeente [plaats] , en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader( s ) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten in/rondom/over een auto (Opel [type] met kenteken [kenteken] ) en/of (vervolgens) een molotovcocktail hebben/heeft

aangestoken en/of een bol met een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft besprenkeld en/of aangestoken en/of (vervolgens) die molotovcocktail en/of die brandende bol in/tegen die auto hebben/heeft gegooid en/of (aldus) die (vloei-)stof in/op/rondom die auto in brand hebben/heeft gestoken en/of brand hebben/heeft gesticht, in elk geval opzettelijk (open)

vuur in aanraking hebben/heeft gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (in de nabijheid staande) struiken, planten, bomen, gras en/of heide, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JERF Actueel 2017/198
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?