ECLI:NL:RBGEL:2018:1693

ECLI:NL:RBGEL:2018:1693, Rechtbank Gelderland, 13-04-2018, AWB - TU17 _ 6700

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-04-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - TU17 _ 6700
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006622 BWBR0011362

Samenvatting

rijbewijs ongeldig; medisch onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/6700

in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M.L.F.J. Schyns),

en

de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft verweerder het rijbewijs van eiseres ongeldig verklaard.

Bij besluit van 6 november 2017 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door S.J.M. van der Ark.

Overwegingen

1. Verweerder ontving van de politie een melding dat eiseres een hersenbloeding had gehad. Verweerder heeft toen besloten om een medisch onderzoek op te leggen. Eiseres heeft zich op 25 juli 2016 laten onderzoeken door GGZ-arts [GGZ-arts] . Daarnaast is eiseres op verzoek van verweerder op 23 augustus 2016 onderzocht door neuroloog [neuroloog] . [neuroloog] adviseerde verweerder om eiseres een rijtest te laten doen om te beoordelen of eiseres veilig deel kan nemen aan het verkeer. Eiseres heeft twee rijtesten gedaan: op 17 maart 2017 en 20 juni 2017. Aan de hand van de uitslagen van de onderzoeken heeft verweerder besloten het rijbewijs van eiseres op medische gronden ongeldig te verklaren.

2. Eiseres is het niet eens met het besluit. Verweerder stelt in het besluit van 3 juli 2017 dat twee medische onderzoeken hebben uitgewezen dat eiseres niet geschikt is om te rijden. Eiseres kan dit niet volgen. [GGZ-arts] concludeert juist dat zij geschikt is om te rijden. Ook [neuroloog] komt niet tot de conclusie dat eiseres niet geschikt zou zijn om te rijden, maar legt enkel een rijtest op. In de brieven met de uitslag van de rijtesten staat dat eiseres met een prismabril geen zichtafwijkingen heeft. Eiseres stelt dat zij om verschillende, onduidelijke, redenen is getest. Bij de eerste rijtest zou het gaan om haar hersenbloeding en bij de tweede rijtest wordt er bij betrokken dat eiseres klapvoeten en spieratrofie heeft. Eiseres heeft al jaren een klapvoet en dat is geen gevolg van de hersenbloeding. Er is tijdens de rijtesten niet beoordeeld of de medische situatie van eiseres van invloed is op het besturen van de auto. Ook de wijze van testen is volgens eiseres onzorgvuldig verlopen. Eiseres rijdt zelf in een automaat. Verweerder had haar ook in een auto met automaat moeten laten rijden bij de rijtesten.

3. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verweerder aan de hand van de onderzoeksuitkomsten het rijbewijs van eiseres ongeldig mocht verklaren.

4. Verweerder heeft besloten om het rijbewijs ongeldig te verklaren op grond van medisch onderzoek. Verweerder dient aan te tonen dat er een causaal verband is tussen de medische beperkingen van eiseres en haar rijgeschiktheid. [neuroloog] heeft geconstateerd dat eiseres minder kracht in haar benen heeft. De zogeheten koorddansersgang lukte niet. Ook constateerden zowel [neuroloog] als [GGZ-arts] dat met haar prismabril op eiseres geen zichtafwijkingen heeft. Eiseres heeft de twee rijtesten niet met goed gevolg afgelegd. In de rapporten van de rijtesten staat dat eiseres niet in staat is om op juiste wijze haar aandacht te verdelen en dat zij geen goede kijktechniek heeft. Het is echter onduidelijk of dit kijkgedrag verband houdt met een medische beperking. Ook is onduidelijk of de klapvoet van eiseres de reden is dat zij niet geschikt is geacht om te rijden. In het verslag van de eerste rijtest staat dat eiseres het schakelmechanisme voldoende beheerst. In het tweede verslag staat dat eiseres schokkerig rijdt. Hieruit blijkt echter niet dat de klapvoet daarvan de reden is. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is of het rijgedrag van eiseres het gevolg is van haar medische beperkingen. Het besluit van verweerder om het rijbewijs op medische gronden ongeldig te verklaren kent daarom een motiveringsgebrek.

5. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet verweerder kunnen motiveren dat eiseres vanwege haar medische beperkingen de rijtesten niet heeft gehaald. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op 6 weken na verzending van deze tussenuitspraak.

6. Als verweerder geen gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, moet verweerder dat op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb èn om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk meedelen aan de rechtbank. Als verweerder wel gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beide gevallen en in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank in beginsel zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep. Indien verweerder er in de ogen van de rechtbank niet in slaagt het gebrek te herstellen, zal de rechtbank zoveel mogelijk het geschil finaal beslechten.

7. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen 6 weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?