ECLI:NL:RBGEL:2018:2261

ECLI:NL:RBGEL:2018:2261, Rechtbank Gelderland, 22-05-2018, AWB - 17 _ 6898

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-05-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 17 _ 6898
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2020:2104
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320

Samenvatting

Wet inkomstenbelasting 2001. Aftrek specifieke zorgkosten en giften gecorrigeerd wegens gebrek aan bewijsstukken. Correctie terecht. Beroep op vertrouwensbeginsel verworpen.

Uitspraak

[X] , wonende te [Z] , eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van verweerder van 10 november 2017 waarin de bezwaren van eiseres tegen de aan haar opgelegde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) voor de jaren 2013 en 2014 en de aanslag IB/PVV voor het jaar 2015, alsmede de beschikkingen belastingrente, ongegrond zijn verklaard.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2018.

Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] en mr. [A] .

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [1927] . Zij woont op het adres [A-straat 1] te [Z] . In de jaren 2013, 2014 en 2015 heeft op dit adres ook een zoon van eiseres, [B] (hierna: de zoon), gewoond. De zoon is door de FIOD aangemerkt als verdachte in een strafzaak in verband met onder andere het doen van onjuiste aangiften IB/PVV.

2. Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat de aangiften van eiseres zijn verzonden vanaf het IP-adres van de zoon. Als gevolg daarvan heeft verweerder informatie opgevraagd, waarop hij geen of onvoldoende antwoord heeft gekregen. Daarom heeft verweerder aan eiseres navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 en 2014 opgelegd en is verweerder bij de vaststelling van de aanslag IB/PVV 2015 afgeweken van de aangifte. De correcties hebben betrekking op de aftrek voor specifieke zorgkosten en de aftrek voor giften. Met betrekking tot de aftrek voor specifieke zorgkosten bedragen de correcties voor de jaren 2013, 2014 en 2015 respectievelijk € 12.997, € 13.116 en € 15.421. Eiseres heeft in die jaren een pensioeninkomen gehad van respectievelijk € 15.820, € 16.102 en € 16.235.

3. In geschil is of verweerder de aftrek specifieke zorgkosten terecht heeft gecorrigeerd en of verweerder het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.

4. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de navorderingsaanslagen ten onrechte aan haar zijn opgelegd en dat zij recht heeft op aftrek van specifieke zorgkosten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij na het ontvangen van de definitieve aanslagen haar administratie heeft opgeruimd en vernietigd en dat zij de bij haar in bezit zijnde administratie reeds aan verweerder heeft overgelegd. Volgens eiseres heeft zij al jaren ongeveer dezelfde zorgkosten en heeft verweerder voor het jaar 2011 de aftrek van specifieke zorgkosten geaccepteerd. Eiseres heeft erop gewezen dat zij vanwege haar leeftijd meerdere ziektekosten heeft gemaakt, zoals kosten voor huishoudelijke hulp, uitgaven voor medicijnen, kosten voor kleding en beddengoed en vervoerskosten. Met betrekking tot de correctie voor de aftrek van giften heeft eiseres geen gronden aangevoerd.

5. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de navorderingsaanslagen terecht aan eiseres zijn opgelegd. Verweerder heeft daartoe aangevoerd dat de bewijsnood voor de jaren 2013 en 2014 voor risico van eiseres komt en dat zij voor het jaar 2015 de door haar gestelde aftrek niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook is volgens verweerder geen sprake van gewekt vertrouwen.

6. Op eiseres rust de bewijslast om voor elk belastingjaar apart en opnieuw met bewijsstukken aannemelijk te maken dat zij recht heeft op aftrekposten voor specifieke zorgkosten en giften. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet aan deze bewijslast heeft voldaan. Er is geen sprake van in rechte te honoreren vertrouwen op basis van de gang van zaken in 2011. De rechtbank verwijst voor de verdere motivering van dit oordeel naar de duidelijke uitleg in het verweerschrift onder nummer 6 en de nummers 7.2 tot en met 7.4.

7. In het nadere stuk van 23 april 2018 heeft eiseres aangevoerd dat zij niet begrijpt dat verweerder mag navorderen nadat zij al definitieve aanslagen heeft gehad. De rechtbank merkt hierover op dat verweerder op grond van de wet (artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) mag navorderen als hij na de definitieve aanslag nieuwe informatie ontdekt waaruit blijkt dat te weinig belasting is geheven. Dat is hier gebeurd door het strafrechtelijk onderzoek tegen de zoon van eiseres. Eiseres wijst er verder op dat zij door deze procedure veel stress ervaart, die haar kwalen nog erger maakt. Zij vindt dat zij daarom recht heeft op de aftrekposten, ook zonder bewijsstukken. De rechtbank kan hier niet in meegaan. Eiseres kan alleen recht hebben op aftrekposten als zij de bewijsstukken overlegt en antwoord geeft op vragen van verweerder over de huishoudelijke hulp. Dit heeft eiseres niet gedaan.

8. Gelet op wat hiervoor is overwogen zijn de beroepen ongegrond verklaard.

9. Nu eiseres geen afzonderlijke beroepsgronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft aangevoerd, zijn ook de beroepen inzake de beschikkingen belastingrente ongegrond verklaard.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Smit, rechter, in aanwezigheid van S. Lensink MSc, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2018/1164 V-N 2018/44.2.2 NLF 2018/1218 NLF 2018/1218 FutD 2018-1495 Viditax (FutD) 2018052804
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?