3. Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 07 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door tezamen met zijn mededaders meerdere malen met twee, in elk geval één automatisch vuurwapen, te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en een pistool (merk Glock, kaliber 9 mm Parabellum), meerdere kogels op die [slachtoffer] af te vuren, waardoor die [slachtoffer] in zijn borstkas en zijn borst werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Primair
Medeplegen van moord.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. Overwegingen ten aanzien van de straf
Het standpunt van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft geëist dat [verdachte] wordt veroordeeld voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] op 7 november 2015 te Krommenie tot een gevangenisstraf van 22 jaar. [verdachte] had een afspraak met het slachtoffer en speelde vervolgens alle informatie over zijn bewegingen, kleding etc. door aan de uitvoerders. Dit terwijl het slachtoffer hem beschouwde als een goed en veilig contact voor wie hij meende niet te hoeven vrezen. [verdachte] onderhield in de laatste uren intensief contact met [slachtoffer] en dreef hem zo in de handen van de schutters. [verdachte] wist dat [slachtoffer] zou worden geliquideerd en zijn dubbelspel maakte het voor de uitvoerders mogelijk dat zij het slachtoffer dood konden schieten. Dit getuigt van een buitengewoon kil en berekenend karakter.
Ten aanzien van het beslag stelt het Openbaar Ministerie dat dit verbeurd moet worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit om tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde, medeplichtigheid aan moord, te komen en daarvoor een gevangenisstraf van tussen de 8 tot 12 jaar op te leggen. Indien de rechtbank toch tot bewezenverklaring van het medeplegen van moord komt, bepleit de raadsman een gevangenisstraf tussen de 12 en de 15 jaren. Daartoe is aangevoerd dat [verdachte] weliswaar een hele verwerpelijke rol heeft gespeeld bij de liquidatie van [slachtoffer] , maar dat hij niet degene is geweest die de trekker heeft overgehaald. Dit rechtvaardigt een lagere straf dan die wordt opgelegd aan opdrachtgevers voor een liquidatie en de schutters.
De raadsman verzoekt de rechtbank geen rekening te houden met de veroordeling voor een poging tot doodslag uit 2002 en niet mee te gaan in de tendens om steeds zwaardere straffen op te leggen.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het justitieel documentatie register van 4 april 2019 en een reclasseringsrapport van 11 december 2019.
Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de moord op [slachtoffer] .
De achtergrond van deze moord
De rechtbank vindt het belangrijk om kort de achtergrond van het tenlastegelegde feit te schetsen. Sinds 2012 is er een voortdurend conflict tussen verschillende criminele groeperingen. Aanleiding hiervoor zou zijn dat de ene groep criminelen de andere groep ervan verdenkt een partij cocaïne in de haven van Antwerpen te hebben geript. In deze partij cocaïne zou gezamenlijk zijn geïnvesteerd door een groep personen onder leiding van [naam 32] / [naam 17] en een groep personen onder leiding van [naam 33] . Dit conflict leidde tot een golf van liquidaties en pogingen daartoe.
Eén van de meest gewelddadige schietincidenten in deze golf van liquidaties vond plaats op 29 december 2012 in Amsterdam (de zogenaamde Staatsliedenbuurt-zaak). Daarbij kwamen [naam 34] en [naam 1] , de broer van medeverdachte [naam 19] , om het leven. Deze aanslag zou gericht zijn op [naam 17] , maar hij wist te ontkomen. Verdachten in deze zaak zouden behoren tot de groep van [naam 33] . Van de gebroeders [naam 5] is bekend dat zij eerst hoorden bij de groep [naam 17] , maar dat zij zich later bij de groep van [naam 33] hebben aangesloten. [naam 5] was aanwezig bij de liquidatie van [naam 33] . Voorts wordt hij in het criminele milieu er van verdacht [naam 17] naar de Staatliedenbuurt te hebben gelokt. [naam 33] is op 22 mei 2014 geliquideerd.
[slachtoffer] zou lange tijd bij de groep van [naam 33] hebben gehoord. [slachtoffer] is aangemerkt als verdachte van de moord op [naam 13] . In het onderzoek naar deze moord zijn aanwijzingen gevonden dat het een vergismoord betrof en dat [naam 19] het beoogde doelwit van deze aanslag was.
De liquidatiegolf is extreem gewelddadig en kenmerkt zich door:
De opsporing van deze feiten vraagt een enorme inzet van politie en justitie en desondanks lijkt er nog geen einde aan te komen. Het extreme aanhoudende geweld zorgt voor onrust in de maatschappij. Mensen worden bang, omdat de schietpartijen letterlijk op openbare plaatsen plaatsvinden.
De liquidatie van [slachtoffer]
Op 7 november 2015 werd [slachtoffer] doodgeschoten aan de [straatnaam 1] in Krommenie. Veel getuigen horen de aanslag omdat er in een woonwijk wordt geschoten. Verschillende auto’s van omwonenden zijn beschadigd door de rondvliegende kogels. Uit de aangetroffen hulzen blijkt dat er tenminste 29 keer is geschoten: 17 keer met een automatisch geweer en 12 keer met een pistool.
Uit de PGP-berichten tussen [naam 1] , [naam 2] , [naam 11] , [verdachte] en de niet geïdentificeerde [e-mailadres 9] , [naam 28] en [naam 29] / [naam 29] blijkt dat de aanslag al sinds 31 oktober 2015 werd voorbereid. [slachtoffer] zelf heeft tegen getuigen verteld dat hij al eerder verdachte auto’s in de omgeving heeft gezien. [slachtoffer] droeg in verband met een mogelijke aanslag op zijn leven een kogelwerend vest. Een vest dat uiteindelijk niet bestand was tegen een schot afgevuurd met een automatisch wapen.
De inhoud van het intensieve PGP-verkeer tussen de [verdachte] , de informant van de criminele organisatie, de organisatoren en de schutters en van de sms-berichten tussen [verdachte] en [slachtoffer] is zeer schokkend. Hieruit blijkt dat [verdachte] in de nacht van 6 op 7 november 2015 met [slachtoffer] in Amsterdam gaat stappen. Terwijl [verdachte] met [slachtoffer] aan het stappen is, houdt hij de organisatie van de aanslag op de hoogte van de verblijfplaats van [slachtoffer] . Hij gaat samen met [slachtoffer] naar het centraal station, en geeft aan de organisatie door dat [slachtoffer] in de trein stapt. Vervolgens krijgen de schutters van [naam 1] opdracht om [slachtoffer] bij het station van Krommenie op te wachten en geen genade te tonen. Na de aanslag wordt de auto in Amsterdam-Noord in brand gestoken.
[verdachte] was een “vriend” van [slachtoffer] die dagelijks via sms-berichten en telefoongesprekken contact met hem had. Het was [verdachte] die de schutters naar [slachtoffer] leidde, die [slachtoffer] letterlijk voor de loop van het automatische geweer plaatste dat hem doodde. [naam 2] en [naam 11] waren de schutters. [naam 11] is inmiddels zelf vermoord. [naam 1] had direct contact met [naam 2] , [naam 11] en [naam 25] , respectievelijk de schutters en de chauffeur van de vluchtwagen, en hield hen nauwgezet op de hoogte van de bewegingen van [slachtoffer] met het oog op diens aanstaande liquidatie. Daarbij gaf [naam 1] aan [naam 2] , [naam 11] en [naam 25] ook instructies, zoals dat ze klaar moesten staan, en hij heeft de schutters betaald.
De strafmaat
[verdachte] heeft samen met anderen [slachtoffer] op gruwelijke wijze vermoord. Als [verdachte] al berouw heeft, dan heeft hij dat niet getoond. Hij lijkt gewetenloos. Naast het leed en verdriet bij de nabestaanden, ontstaat er door het extreme geweld grote onrust in de samenleving. Er is in het wilde weg geschoten met een pistool en een automatisch wapen. Ook het gevaar wat hierdoor ontstaat voor omstanders moet tot uiting komen in de op te leggen straf.
Het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd, rechtvaardigen de oplegging van een lange gevangenisstraf. Als de rechtbank kijkt naar de rol van [verdachte] , komt zij tot het opleggen van lagere straf dan geëist door de officieren van justitie. Reden hiervoor is dat [verdachte] weliswaar een zeer verwerpelijke rol heeft gespeeld bij de liquidatie van [slachtoffer] - doordat hij informatie gaf aan de schutters kon [slachtoffer] worden geliquideerd - maar dat hij niet degene is die het dodelijke schot heeft gelost.
[verdachte] heeft zich zowel bij de politie als ter terechtzitting grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen. Ook over zijn persoonlijke omstandigheden heeft hij nauwelijks iets verklaard, aan de reclasseringsrapportage heeft hij onvoldoende meegewerkt, aan rapportages door een psycholoog en een psychiater heeft hij niet mee willen werken. Dit mag, maar heeft als consequentie dat de rechtbank onvoldoende informatie heeft over zijn persoon en daar bij het opleggen van een straf dus ook geen rekening mee kan houden. [verdachte] is eerder met politie en justitie in aanraking gekomen en is in 2002 veroordeeld voor een poging tot doodslag.
Naar het motief van [verdachte] kan de rechtbank dus slechts raden. Ook voor het inschatten van het gevaar op herhaling heeft de rechtbank weinig andere aanknopingspunten, dan zijn strafblad, het gruwelijke feit dat [verdachte] heeft gepleegd en het gemak waarmee hij accepteert dat anderen extreem geweld gebruiken. Ook de raadsman kon de rechtbank geen enkel inzicht geven in de gedachten en motieven van [verdachte] . De reden waarom [verdachte] zeer weinig verklaart over zijn persoonlijke omstandigheden kent de rechtbank niet, maar uit zijn handelen blijkt dat [verdachte] kiest voor een criminele levenswijze. De rechtbank houdt er ernstig rekening mee dat [verdachte] ook in de toekomst bereid is soortgelijke feiten te plegen.
Bovenstaande overwegingen leiden tot de conclusie dat [verdachte] een zwaar misdrijf heeft gepleegd en dat oplegging van een lange gevangenisstraf passend is. [verdachte] gaf anderen de informatie waardoor [slachtoffer] kon worden geliquideerd. Hij deed zich voor als een vriend van [slachtoffer] , maar bleek een verrader te zijn. Hij wist dat bij de liquidatie buitensporig geweld zou worden gebruikt, heeft minachting voor mensenlevens en hij accepteerde dat ook omstanders tijdens de uitvoering van de door hem mogelijk gemaakte liquidatie het leven kunnen verliezen. Hij kiest voor een crimineel leven en het gevaar op recidive is groot.
Argumenten om een lagere gevangenisstraf op te leggen, zou de rechtbank kunnen vinden in de persoon van de verdachte en de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt. Deze argumenten heeft verdachte noch zijn raadsman aangevoerd. Alles overwegend, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 15 jaar passend en geboden.
Voor het beslag:
De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang:
De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp van welke het bewezenverklaarde is begaan:
- drie telefoons, waarvan twee keer een Samsung en een keer een BlackBerry.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot
Ten aanzien van het beslag:
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
o twee bivakmutsen, en
o een USB-stick;
verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven telefoons, te weten:
o twee Samsungs, en
o een BlackBerry.
BIJLAGE I
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Primair
hij op of omstreeks 07 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk
geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, (meerdere malen) met twee, in elk geval één (automatisch[e]) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9 mm Parabellum), een of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer] af te
vuren, waardoor die [slachtoffer] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam, werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;
Subsidiair
[naam 2] en/of [naam 11] en/of [naam 19] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) op of omstreeks 07 november 2015 te Krommenie, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft/hebben beroofd, door tezamen met zijn/hun mededader(s), althans alleen (meerdere malen) met twee, in elk geval
één, (automatisch[e]) vuurwapen(s), te weten een geweer (merk Ceska Zbrojovka, kaliber 7,62x39mm) en/of een pistool (merk Glock, kaliber 9 mm Parabellum), een of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer] af te vuren, waardoor die [slachtoffer] in zijn borstkas en/of zijn borst, althans in zijn lichaam, werd geraakt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2015 tot en met 07 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) medeplichtig is geweest door het (telkens) opzettelijk verschaffen van gelegenheid,
middelen en/of inlichtingen en/of door (telkens) opzettelijk behulpzaam te zijn, hierin bestaande dat verdachte tezamen met zijn mededader(s), althans alleen, aan die [naam 2] en/of die [naam 11] en/of die Lhkorf en/of die andere perso(o)n(en) (telkens) informatie heeft verschaft over de plek waar die [slachtoffer] kon worden geliquideerd/doodgeschoten en/of waar de schutter(s) zich kon(den) opstellen/schuilhouden en/of waar die [slachtoffer] zich bevond en/of over de bewegingen van die [slachtoffer] en/of over de kleding en/of het kogelwerend vest dat die [slachtoffer] droeg.