ECLI:NL:RBGEL:2021:7328

ECLI:NL:RBGEL:2021:7328, Rechtbank Gelderland, 08-12-2021, C/05/390154 / HA ZA 21-336

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-12-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer C/05/390154 / HA ZA 21-336
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Tussenvonnis. Koopovereenkomst woning. Non-conformiteit. Scheurvorming buitenmuur. Voortschrijdend proces? Deskundigenbericht.

Uitspraak

4. Onderzoek:

Op onze aanwijzingen zijn op 2 plaatsen t.p.v. de 2 grote scheuren, waarbij het vermoeden was dat deze ook in de fundering zouden doorlopen, de fundering vrijgegraven.

(…)

Conclusie: de scheuren lopen niet door tot in de fundering.

Voorts is door archiefonderzoek wel het een en onder vast te stellen omtrent de historie van het pand.

(…)

Omtrent de fundering onder dit extra spouwblad is weinig na te gaan, volgens onderzoek ter plaatse is er een minimale extra fundering voorzien.

Na het wegnemen van het luik voor het raam nabij de badkamer is geconstateerd dat hier geen aansluiting meer bestond tussen kozijn en metselwerk.

Tevens zijn de rollagen boven dit kozijn gescheurd zodat zij als bezweken moeten worden beschouwd. Verder zaten er meerdere stenen geheel los langs de scheur onder het kozijn.

Uit de grondgegevens uit de buurt blijkt dat er in de bodem op variabele plaatsen en dieptes lagen klei aanwezig zijn. Het vermoeden bestaat dat deze ook onder deze woning aanwezig zijn.

5. Oorzaak / conclusie:

Uit vorenstaande is te concluderen dat er meerdere gevallen kunnen worden aangewezen welke de scheurvorming in de gevel veroorzaken of hebben veroorzaakt. Allereerst de restauratie van de woning in het verleden waarbij een extra muur is aangebracht (dus extra gewicht), welke een zetting en een scheurvorming tot gevolg kan hebben.

Ook de grondgesteldheid met de aanwezige kleilagen kunnen in de loop van tijd nog zettingen veroorzaken, met name bij grondwaterniveau-wijzigingen. Uit het totaalbeeld van de gevel is vast te stellen dat er zettingen, links en rechts, langs de kelder zijn opgetreden en waarbij de kelder op zijn plaats is gebleven. Dit is een zeer plausibele uitleg daar bekend is dat kelderconstructies zich veel stijver voordoen in vergelijking met de aansluitende funderingen.

Verder concluderen wij dat de herstelde scheur nabij de keuken, weer openstaat waaruit is af te leiden dat de mogelijke zetting nog niet is uitgewerkt.

Ten aanzien van het kozijn nabij de badkamer concluderen wij dat hier het metselwerk zich op slopersniveau bevindt.

6. Advies:

N.a.v. het voorgaande adviseren wij de volgende maatregelen te treffen:

• Om verdere zetting te voorkomen dient de ondergrond onder de fundering middels grondinjectie (naast de kelder) te worden gestabiliseerd (bijv. door Uretek).

• Gezien de staat van het metselwerk, zoals grote scheuren en ondeugdelijk metselwerk adviseren wij het gehele buitenspouwblad te verwijderen en opnieuw aan te brengen.

Op 23 september 2019 heeft Uretek een offerte uitgebracht voor het herstellen van het draagvermogen van de fundering. De kosten worden door Uretek beraamd op € 16.915,80 inclusief btw. In een brief van Uretek aan [eiser] van 5 oktober 2021 met als onderwerp “opdrachtbevestiging” staat een aanneemsom vermeld van € 24.079,00.

Op 11 november 2019 heeft Rowill een offerte uitgebracht voor het uitvoeren van het grondwerk en het opnieuw aanbrengen van groenvoorziening. De kosten worden door Rowill beraamd op € 4.146,31 inclusief btw.

Op 23 november 2019 heeft [renovatiebedrijf] een offerte uitgebracht voor slopen van de bestaande buitenmuur en het realiseren van een nieuwe buitenmuur. De kosten worden door [renovatiebedrijf] begroot op € 12.421.32 inclusief btw. In een nieuwe offerte van 18 oktober 2021 heeft [renovatiebedrijf] de kosten begroot op € 10.692,12 exclusief btw.

Op 7 juli 2020 is op verzoek van [eiser] aan [gedaagde 1] een brief van de advocaat van [eiser] betekend. In de brief staat het volgende:

Mijn cliënte heeft een vordering op uw beiden hoofdelijk op grond van onder andere maar

niet uitsluitend, non-conformiteit, toerekenbare tekortkoming, onrechtmatig handelen en dwaling.

Mijn cliënte handhaaft haar vorderingen nadrukkelijk. Middels dezen wordende vorderingen van client nadrukkelijk gestuit, ter voorkoming van verjaring. U dient er nadrukkelijk rekening mee houden alsnog in rechte wordt betrokken.

Voor zover vereist stel ik u bij deze nog nadrukkelijk in gebreke en ik stel u aansprakelijk voor alle door cliënte geleden en te lijden schade.

Op 23 augustus 2021 heeft Polygon in opdracht van [eiser] onderzoek aan de woning verricht en een rapport opgesteld. Polygon heeft geconcludeerd dat er ten tijde van het onderzoek geen lekkage meetbaar is in de waterdragende leidingen.

3. Het geschil

[eiser] vordert – na vermeerdering van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans binnen een in goede justitie te bepalen termijn, over te gaan tot nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en de gebreken deugdelijk en blijvend te herstellen conform de in het geding gebracht rapportages, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor elke dag dat [gedaagde 1] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

subsidiair:

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag van € 43.760,65 plus p.m. aan herstelkosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

primair en subsidiair:

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het wijzen vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen de opeisbare boete zoals omschreven in artikel 10.3 van de NVM-koopovereenkomst, vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

meer subsidiair:

- verklaart voor recht dat [gedaagde 1] c.s. toerekenbaar tekort is geschoten in de

nakoming van de tussen partijen gesloten NVM-koopovereenkomst;

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 43.760,65 plus p.m. te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag de verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen de opeisbare boete zoals omschreven in artikel 11.3 van de NVM-koopovereenkomst, te weten het bedrag als daar omschreven tot aan de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

meer meer subsidiair:

de koopovereenkomst gesloten tussen [eiser] en [gedaagde 1] c.s. ontbindt, namelijk voor het gedeelte dat correspondeert met de waarde van de herstelkosten ten bedrage van € 43.760,65 plus p.m. en [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 43.760,65 plus p.m. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

[gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen de opeisbare boete zoals omschreven in artikel 11.3 van de NVM-koopovereenkomst, vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der partiële ontbinding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

meer meer meer subsidiair:

- de koopovereenkomst gesloten tussen [eiser] en [gedaagde 1] c.s. partieel vernietigt dan wel de koopovereenkomst wijzigt op grond van artikel 6:228 jo 6:230 lid 2 BW, in die zin dat de koopprijs met de herstelkosten ter hoogte van € 43.760,65 plus p.m. wordt verminderd en [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 43.760,65 plus p.m. binnen veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;

- [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, althans een in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiser] te voldoen de opeisbare boete zoals omschreven in artikel 11.3 van de NVM-koopovereenkomst, te weten het bedrag als daar omschreven tot aan de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

in alle gevallen:

- [gedaagde 1] c.s. veroordeelt in de kosten van deze procedure waaronder begrepen de deskundigenkosten als voornoemd, met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] in de wettelijke rente over die proceskosten vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan

de dag der algehele voldoening en [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten als genoemd onder XIX, althans een bedrag dat uw rechtbank redelijk voorkomt, en de nakosten.

Aan haar vordering heeft [eiser] , zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. De woning beantwoordt niet aan de overeenkomst. Er is sprake van ernstige scheurvorming in de zijgevel en de fundering deugt niet. De scheurvorming is nog steeds bezig, er is vochtoverlast en sprake van instortingsgevaar. Deze gebreken waren al aanwezig ten tijde van de eigendomsoverdracht en staan een normaal gebruik als woonhuis in de weg. [gedaagde 1] is daarmee tekort geschoten in de nakoming van zijn verbintenis uit de koopovereenkomst. Door de gebreken niet aan [eiser] mee te delen, heeft [gedaagde 1] in strijd gehandeld met de op hem rustende mededelingsplicht. Daarmee is ook sprake van dwaling.

Het verweer van [gedaagde 1] strekt tot afwijzing van de vordering. [gedaagde 1] betwist dat sprake is van non-conformiteit. De woning is geschikt om te bewonen. Het gaat om een oude woning waaraan geen hoge eisen mogen worden gesteld. [gedaagde 1] was ten tijde van de verkoop niet bekend met de scheurvorming en hij betwist dat de scheurvorming ten tijde van de verkoop van de woning al aanwezig was. [gedaagde 1] was enkel bekend met één scheur en die is bij de verkoop aan [eiser] gemeld. Van dwaling is geen sprake en voor zover de vordering daarop is gegrond, is die vordering verjaard.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vraag die in deze zaak centraal staat is of er sprake is van non-conformiteit van de door [gedaagde 1] aan [eiser] verkochte woning voor de gevolgen waarvan [gedaagde 1] naar stelling van [eiser] moet instaan. Het gaat om door [eiser] na de levering geconstateerde scheurvorming in de buitenmuur. In dat verband beroept [eiser] zich ook op dwaling. Op dat laatste zal de rechtbank nu eerst ingaan.

Dwaling

De scheur die [eiser] heeft geconstateerd is, naar zij stelt, voor een deel al eerder gerepareerd. [eiser] stelt dat [gedaagde 1] met die reparatie bekend moest zijn geweest en haar daarover had moeten informeren, te meer nu de scheur voor haar niet direct zichtbaar was omdat daartegen een klimplant (hedera) groeide. Als zij hiervan voorafgaand aan de aankoop had geweten dan had zij de koopovereenkomst niet of onder andere voorwaarden gesloten.

Het verweer van [gedaagde 1] is onder meer dat [eiser] geen beroep meer op dwaling toekomt door verjaring. De rechtbank volgt [gedaagde 1] in dit verweer. Zoals [gedaagde 1] terecht heeft gesteld, moet een stuitingshandeling ingevolge artikel 3:317 lid 2 BW binnen zes maanden worden gevolgd door het instellen van een rechtsvordering. De brief van [eiser] van 7 juli 2020 is aan te merken als een stuitingshandeling. De stuitingsbrief is echter pas op 10 juni 2021 gevolgd door het exploot van dagvaarding, waarmee de stuitingsbrief voor wat betreft de dwaling zonder rechtsgevolg bleef. Aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep op dwaling en de mogelijke gevolgen daarvan komt de rechtbank dan ook niet toe.

Non-conformiteit

Op grond van artikel 7:17 BW moet de woning aan de overeenkomst beantwoorden (de conformiteitseis). Deze hoofdregel is in de koopovereenkomst nader uitgewerkt in artikel 6.3 van de koopovereenkomst. Dit artikel, gelezen in samenhang met artikel 6.1, houdt in dat [eiser] de woning heeft geaccepteerd met alle gebreken, dus ook de gebreken die zij niet kende, behalve aan [eiser] onbekende en niet kenbare gebreken die het normaal gebruik als woonhuis belemmerden.

Omdat het hier een voorgedrukte standaardbepaling betreft waarover partijen niet afzonderlijk hebben gesproken of onderhandeld, komt het bij de uitleg aan op de betekenis die partijen naar gangbaar spraakgebruik aan die bepaling mochten toekennen (ECLI:NL:HR:AU2414). Daarbij dient de bepaling te worden gelezen in de context van de gehele overeenkomst, dus ook in samenhang met de ouderdomsclausule en de vragenlijst (ECLI:NL:GHARL:2020:3682). Verder moeten ook alle (overige) feiten en omstandigheden ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst in aanmerking worden genomen.

Naar gangbaar spraakgebruik wordt onder ‘normaal gebruik als woonhuis’ verstaan dat in een woning gewoond moet kunnen worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast.

De vraag die voorligt is of de door [eiser] geconstateerde gebreken het normaal gebruik als woonhuis belemmerden. Met andere woorden: of sprake is van een wezenlijk gebrek. Pas als daarvan sprake is, kan dit leiden tot aanspraken van [eiser] uit hoofde van de met [gedaagde 1] gesloten koopovereenkomst.

Wezenlijk gebrek?

Tussen partijen is niet in discussie dat in de linker zijgevel van de woning meerdere scheuren aanwezig zijn. ZNEB en [onderzoeker] hebben in hun rapporten de scheuren beschreven en met foto’s toegelicht en [gedaagde 1] heeft de waarnemingen van ZNEB en [onderzoeker] zoals verwoord in de rapporten inhoudelijk niet betwist.

De rechtbank stelt voorop dat de scheuren in de buitenmuur op zichzelf niet reeds maken dat sprake is van een wezenlijk gebrek. Er kan in het verleden door allerlei oorzaken, zoals zetting van de bodem, scheurvorming in de muur zijn opgetreden. Als de zetting tot stilstand is gekomen, en de muur constructief solide is gebleven, kan de woning normaal en veilig worden bewoond. Scheuren in een muur zijn weliswaar niet fraai, maar tasten het gebruik van de woning als woonhuis niet aan. Voor zover [eiser] stelt dat reeds de geconstateerde scheuren leiden tot non-conformiteit, volgt de rechtbank haar daarin dus niet.

Ook de door [eiser] gestelde vochtoverlast in de badkamer is op zichzelf niet aan te merken als een wezenlijk gebrek. Nog daargelaten dat een badkamer naar zijn aard een vochtige ruimte is, en het vocht dus allerlei oorzaken kan hebben, valt niet in te zien dat het vocht het normaal gebruik als woning belemmert.

Met betrekking tot de scheurvorming heeft [eiser] echter ook gesteld dat die nog steeds gaande is. Volgens [eiser] is aan de muur te zien dat de scheuren in het verleden op meerdere plekken met voegwerk zijn gerepareerd en dat na de reparaties opnieuw scheurvorming heeft plaatsgevonden. Dit zou zijn oorzaak vinden in de ondeugdelijke fundering. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [eiser] zich beroepen op de rapporten van ZNEB en [onderzoeker] , alsmede verwezen naar een offerte van Uretek.

De genoemde rapporten, zoals hiervoor geciteerd onder 2.10 en 2.11, gaan uitgebreid in op de diverse scheuren in de muur en de mogelijke oorzaken daarvan. ZNEB concludeert dat de linker zijgevel “forse scheurvorming heeft opgelopen” en dat “het buitenspouwblad van de gemetselde geïsoleerde spouwmuur constructief in een slechte staat” verkeert. Volgens ZNEB “kan” de oorzaak gelegen zijn in een ongelijke zetting van de fundatie op staal en de kelderruimte. Ook [onderzoeker] noemt de later geplaatste extra muur op de fundering van de aanbouw als mogelijke oorzaak van zetting en scheurvorming. Ook de mogelijk aanwezige kleilagen kunnen volgens [onderzoeker] in de loop der tijd zettingen hebben veroorzaakt. Wat in beide rapporten echter ontbreekt, zijn waarnemingen en conclusies over de vraag of er sprake is van een voortschrijdend proces van verzakking dan wel zetting, en daarmee scheurvorming, terwijl ZNEB en [onderzoeker] een voortschrijding ook niet lijken uit te sluiten. Zo noemt ZNEB dat “ter plaatse van de aanbouw de gevel onderhevig (is) aan zettingen” en dat in de gevel “spanningen zijn waargenomen”. En zo concludeert [onderzoeker] dat “de herstelde scheur nabij de keuken weer openstaat waaruit is af te leiden dat de mogelijke zetting nog niet is uitgewerkt”. Ook wordt in de rapporten niet uitgesproken of er een noodzaak is tot herstel binnen afzienbare termijn. ZNEB concludeert dat de linkerzijgevel dient te worden vervangen “om eventuele gevolgschade in de toekomst te voorkomen”. En [onderzoeker] adviseert om de ondergrond onder de fundering middels grondinjectie te stabiliseren “om verdere zetting te voorkomen”.

De offerte van Uretek, waarnaar [eiser] nog heeft verwezen, kan aan de onderbouwing niet bijdragen, omdat een offerte slechts ziet op uitvoering van op te dragen werkzaamheden (in dit geval voortvloeiend uit het rapport van [onderzoeker] ) en uit de offerte verder niet blijkt dat Uretek zelfstandig onderzoek naar een mogelijke voortschrijding van de zetting en scheurvorming heeft gedaan.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank voornemens een deskundigenbericht bevelen. De deskundige zal gevraagd worden om, kort gezegd, vast te stellen of ten tijde van de eigendomsoverdracht van de woning sprake was van een voortschrijdend proces van zetting en/of scheurvorming en in hoeverre herstel binnen afzienbare termijn noodzakelijk was. Daarbij zal worden betrokken de staat van de linker buitenmuur (‘het buitenspouwblad’) van de woning.

Voordat tot een bevel tot een deskundigenbericht wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen.

De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van bouwconstructie en is voornemens de volgende vragen aan de deskundige voor te leggen:

1. Wat is de oorzaak van de scheurvorming in de linker zijgevel van de woning?

2. Was, naar uw inschatting, op 9 juli 2018 (het moment van eigendomsoverdracht) een eindsituatie bereikt met betrekking tot de zetting en scheurvorming?

3. Zo nee, hoe heeft de situatie zich sinds 9 juli 2018, naar uw inschatting, ontwikkeld en hoe zal zich de situatie in de toekomst ontwikkelen en met welke gevolgen?

4. Wat was, naar uw inschatting, op 9 juli 2018 de constructieve staat van het buitenspouwblad van de linker zijgevel?

5. Welke maatregelen dienen te worden getroffen om de gestelde gebreken te herstellen? Is het nodig om, voor het behoud van de constructie staat, het buitenspouwblad van de linker zijgevel te vervangen?

6. Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

7. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [eiser] moeten worden betaald.

Voor het geval de deskundige in zijn eindrapport tot de conclusie komt dat op 9 juli 2018 sprake was van een voortschrijdend proces van zetting en/of scheurvorming, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gebrek dat het gebruik van de woning als woonhuis belemmert en daarmee van non-conformiteit voor de gevolgen waarvan [gedaagde 1] moet instaan. Weliswaar gaat het om een woning die ten tijde van de aankoop circa 83 jaar oud was en moeten de gerechtvaardigde verwachtingen ten aanzien van de bouwkwaliteit in dat licht worden beoordeeld, maar ook dan hoefde [eiser] een dergelijk gebrek dat het behoud van de woning bedreigt niet te verwachten. In dat geval kan zonder het nemen van ingrijpende maatregelen op termijn niet meer in de woning worden gewoond, waaronder wordt verstaan een wonen op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder een wezenlijke aantasting van het woongenot.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van non-conformiteit – en dus van een tekortkoming door [gedaagde 1] – kan in het midden blijven of het voortschrijdend proces van zetting en scheurvorming bij [gedaagde 1] bekend was, zoals [eiser] stelt. Indien sprake is van een gebrek dat het normaal gebruik als woonhuis belemmert, komt dat gebrek namelijk sowieso voor risico van [gedaagde 1] , behalve als het gebrek voor [eiser] kenbaar was. De rechtbank is van oordeel dat het gebrek voor [eiser] niet kenbaar was en zij ter zake van dit gebrek geen onderzoeksplicht heeft geschonden. De linker zijgevel was immers geheel bedekt met hedera zodat bij de aankoop de staat van de muur voor [eiser] niet zichtbaar was. [eiser] had ook geen reden te twijfelen of er sprake was van scheurvorming of zetting omdat in de vragenlijst bij de koopovereenkomst voor (gerepareerde) scheuren/beschadigingen in/aan de gevels slechts “keukenraam boven” werd genoemd. De door [gedaagde 1] ondertekende vragenlijst is weliswaar geen garantie, maar dat betekent niet dat de lijst zonder betekenis is voor de uitleg van de overeenkomst. Zo hoefde [eiser] op grond van het gegeven antwoord “ja, keukenraam boven” niet te verwachten dat er ónder de hedera (meer) gerepareerde scheuren zouden zitten. [eiser] noch de door haar ingeschakelde bouwkundige had in het traject voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst de veel uitgebreidere scheurvorming redelijkerwijs kunnen ontdekken.

De rechtbank zal de overige beslissingen aanhouden tot na het deskundigenbericht.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de zaak weer op de rol van 22 december 2021 zal komen voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Hilberink en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?