beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/406303 / KG RK 22-527
Beslissing van 5 september 2022
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] .,
wonende te Winterswijk,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.J. Peerdeman,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1. Het wrakingsverzoek
De wrakingskamer heeft op 8 juli 2022 het verzoek tot wraking van de rechter
ontvangen.
De wrakingskamer heeft verzoeker bij e-mail van 18 juli 2022 in de gelegenheid gesteld het verzoek tot wraking in te laten dienen door een advocaat.
2. De beoordeling
In artikel 1.2 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland staat dat een wrakingsverzoek door een advocaat moet worden ingediend in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is. Dit volgt uit arresten van de Hoge Raad van 28 juni 1985 (NJ 1985, 836) en van 18 december 1998 (NJ 1999, 271).
In de hoofdzaak waarin verzoeker wraakt, is procesvertegenwoordiging verplicht. Dit betekent dat het wrakingsverzoek door een advocaat moet worden ingediend.
Vaststaat dat het wrakingsverzoek niet is ingediend door een advocaat. Bij e-mail van 18 juli 2022 is verzoeker in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen. Het verzuim is tot op heden niet hersteld zodat de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek zal verklaren.
3. De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.