ECLI:NL:RBGEL:2022:7234

ECLI:NL:RBGEL:2022:7234, Rechtbank Gelderland, 07-12-2022, ARN 21/5004

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 07-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer ARN 21/5004
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2024:1296
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0002672 BWBR0005537 BWBR0006736 BWBR0011353 BWBR0019286 BWBR0030915 BWBR0032671

Samenvatting

Verweerder heeft de aftrek van een aantal door eiser gedane giften aan buitenlandse instellingen geweigerd. Eiser is het hier niet mee eens en stelt dat deze instellingen voldoen aan de Nederlandse materiële voorwaarden voor het verkrijgen van de ANBI-status. Eiser verwijst naar het arrest Persche. Ter discussie staat de vraag of de eis dat zij in Nederland een ANBI-status aanvragen in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal. De rechtbank oordeelt van niet. De giftenaftrek maakt geen onderscheid tussen giften aan binnenlandse en buitenlandse instellingen. In beide gevallen moet de instelling volgens de Nederlandse wetgeving als een ANBI worden aangemerkt. Elke instelling kan een verzoek indienen om als zodanig te worden aangemerkt, ongeacht haar vestigingsplaats. De verwijzing naar het arrest Persche leidt niet tot een ander oordeel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

[eiser] , te [vestigingsplaats] , eiser, en

Zittingsplaats Arnhem Belastingrecht

zaaknummer: AWB 21/5004

in de zaak tussen

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Heerlen, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2020 een aanslag (aanslagnummer [nummer] ) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 oktober 2021 de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen bij brief van 8 oktober 2021 beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2022.

Eiser is verschenen. Namens verweerder is verschenen [persoon A] en [persoon B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiser heeft over het jaar 2020 aangifte gedaan voor de inkomstenbelasting. In de aangifte heeft eiser ter aftrek een aantal giften, die hij in 2020 heeft gedaan, opgevoerd.

2. Verweerder heeft de giftenaftrek gecorrigeerd in de aanslag.

Geschil

3. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat eiser in 2020 de opgevoerde giften heeft gedaan en evenmin is de hoogte van de giften (nog) in geschil. In geschil is uitsluitend of de giften aftrekbaar zijn.

Beoordeling van het geschil

Juridisch kader

4. Giften aan algemeen nut beogende instellingen (hierna: ANBI’s) zijn aftrekbare giften.1

5. Een instelling wordt op verzoek als een ANBI aangemerkt,2mits zij voldoet aan de wettelijke voorwaarden.3

Aftrekbaarheid giften

6. Niet in geschil is dat de instellingen in 2020 geen ANBI-status hadden, noch dat die was aangevraagd, door de instellingen waaraan eiser de giften heeft gedaan.

7. Eiser voert aan dat de buitenlandse instellingen waaraan hij de giften heeft gedaan door de bevoegde buitenlandse belastingautoriteiten naar buitenlandse maatstaven zijn erkend als algemeen nut beogend. Verder voldoen die buitenlandse instellingen ook aan de Nederlandse materiële voorwaarden om een ANBI-status te verkrijgen. Dat zij geen ANBI- status hebben (aangevraagd), kan geen grond zijn om de aftrek te weigeren. Van buitenlandse instellingen kan, vanwege de bewerkelijkheid van het traject, namelijk niet in redelijkheid worden verlangd dat zij in Nederland een ANBI-status aanvragen. Volgens eiser is daarom sprake van strijdigheid met de vrijheid van kapitaal. Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar het arrest Persche.4

8. Verweerder stelt dat de giften niet aftrekbaar zijn, omdat de buitenlandse instellingen geen ANBI-status hebben. Van strijdigheid met het vrije verkeer van kapitaal is zijns inziens geen sprake, omdat de Nederlandse wetgeving geen onderscheid maakt tussen giften aan binnenlandse en buitenlandse instellingen met een ANBI-status. Het arrest Persche is niet van toepassing, omdat dat arrest handelde over een geval waarin een lidstaat de giftenaftrek had geweigerd op de grond dat de betrokken instelling in een ander land was gevestigd. Dat is hier anders: de giften komen niet voor aftrek in aanmerking, omdat de instellingen geen ANBI-status hebben. Zij kunnen deze status wel verkrijgen, mits zij een aanvraag doen en als zij dan aannemelijk maken dat zij aan de voorwaarden voldoen.

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de giftenaftrek terecht heeft geweigerd. De instellingen, waaraan eiser een gift heeft gedaan, hebben namelijk geen ANBI-status en voldoen daarom niet aan de voorwaarde voor giftenaftrek. Het antwoord op de vraag of de instellingen voldoen aan de materiële voorwaarden voor een ANBI-status, kan in het midden blijven, aangezien de aftrek geweigerd is op de grond dat de instellingen geen ANBI-status hebben en de instellingen de ANBI-status hadden kunnen aanvragen. De verwijzing naar het arrest Persche leidt niet tot een ander oordeel. De Nederlandse giftenaftrek maakt, anders dan

1. Artikelen 6.32 tot en met 6.35 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

2 Artikel 5b, zesde lid, van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen.

3 Artikel 5b, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

4 Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2009, C-318/07, ECLI:EU:C:2009:33.

in het arrest Persche aan de orde was, geen onderscheid tussen giften aan binnenlandse en buitenlandse instellingen. In beide gevallen is vereist dat de instelling volgens de Nederlandse wetgeving als een ANBI wordt aangemerkt. Elke instelling kan een verzoek indienen om als zodanig te worden aangemerkt, ongeacht haar vestigingsplaats. In zoverre worden giften aan binnenlandse en buitenlandse instellingen gelijk behandeld. De rechtbank is daarom van oordeel dat geen sprake is van een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.

10. Voor zover eiser stelt dat het voor een buitenlandse instelling moeilijker is om de ANBI-status te krijgen, heeft eiser zijn stelling niet onderbouwd. Eiser heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat de ANBI-eis bij een grensoverschrijdende gift de facto de vrijheid van kapitaalverkeer belemmerd.

Conclusie

11. Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2022/3224 NLF 2023/0036 NTFR 2023/188 met annotatie van Mr. A.A. Fase V-N 2023/8.2.2 Viditax (FutD) 2022122816 FutD 2023-0132
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?