ECLI:NL:RBGEL:2023:4241

ECLI:NL:RBGEL:2023:4241, Rechtbank Gelderland, 25-07-2023, AWB - 22 _ 5008

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 25-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AWB - 22 _ 5008
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2025:2862
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Aanmaningskosten naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij de naheffingsaanslag niet heeft ontvangen en dat daarom geen aanmaningskosten in rekening mogen worden gebracht. De heffingsambtenaar heeft erop gewezen dat de ontkenning van de ontvangst ongeloofwaardig is, gegeven de persoon van de gemachtigde. Dit is ook zo geoordeeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak inzake wahv-zaken (ECLI:NL:GHARL:202:10825). Volgens het hof ontkent deze gemachtigde stelselmatig de ontvangst van belangrijke stukken ontkend en dat dit ongeloofwaardig is. De rechtbank toetst of de heffingsambtenaar de verzending aannemelijk heeft gemaakt, waarbij naast de gegevens van de postkamer ook in het oordeel wordt betrokken dat van de bulkzendingen van 207 respectievelijk 373 naheffingsaanslagen uitsluitend de ontvangst van de twee naheffingsaanslagen van de twee belastingschuldigen die door deze gemachtigde worden vertegenwoordigd is ontkend. De rechtbank acht de verzending daarom aannemelijk en omdat de gemachtigde niets stelt, is de ontkenning van de ontvangst niet geloofwaardig.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, verweerder.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 augustus 2022.

Verweerder heeft belanghebbende aangemaand om een naheffingsaanslag parkeerbelasting te betalen. Daarbij heeft verweerder € 8 aanmaningskosten in rekening gebracht.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanmaningskosten. Verweerder heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar tijdig beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] (kantoorgenoot van de gemachtigde van belanghebbende) en namens verweerder [naam 2] en [naam 3].

De zaak is met toestemming van partijen gelijktijdig behandeld met de zaak AWB 22/5007 van [naam 4].

Feiten

3. Tot de gedingstukken behoren kopieën van interne e-mails aan en van de postkamer (copyshop) van de gemeente Nijmegen over de verzending van de naheffingsaanslag en de aanmaning.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de in rekening gebrachte aanmaningskosten en de beslissing omtrent de gevraagde dwangsom. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.

5. De rechtbank is van oordeel dat de aanmaningkosten terecht in rekening zijn gebracht en dat terecht geen dwangsom is toegekend.

Zijn de aanmaningskosten terecht in rekening gebracht?

6. Volgens belanghebbende zijn de aanmaningskosten ten onrechte in rekening gebracht omdat hij de naheffingsaanslag parkeerbelasting niet heeft ontvangen. Het is aan verweerder om de verzending aannemelijk te maken met een verzendadministratie. Deze ontbreekt, aldus belanghebbende.

7. Volgens verweerder heeft hij aannemelijk gemaakt dat het aanslagbiljet in een bulk van in totaal 373 aanslagbiljetten is verstuurd. Verweerder verwijst naar de e-mails vermeld onder punt 3. Verweerder heeft tijdens de zitting bovendien gesteld dat uit deze bulk en een andere bulk alleen belanghebbende en nog één belastingschuldige – van wie de zaak gelijktijdig is behandeld - bezwaar hebben gemaakt omdat zij de naheffingsaanslag niet zouden hebben ontvangen en beide belastingschuldigen worden vertegenwoordigd door het kantoor van de gemachtigde. Dit maakt volgens verweerder aannemelijk dat de ontkenning van de ontvangst ongeloofwaardig is. Verweerder verwijst ter onderbouwing hiervan ook nog naar de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2022 waarin het hof heeft geoordeeld dat de ontkenning van de ontvangst van de oproepingsbrief voor de zitting in die en dertien andere zaken door dezelfde gemachtigde ongeloofwaardig is. Verweerder ziet een patroon waarbij de gemachtigde van belanghebbende in een groot aantal zaken de ontvangst van stukken betwist zonder dat dat geloofwaardig is. Verweerder heeft ook nog gewezen op 18 door hem op rechtspraak.nl gevonden uitspraken uit 2021 en 2022 waarin de gemachtigde de ontvangst van een stuk (aanslagen, uitspraken op bezwaar, herstelverzuimbrieven en oproepingsbrieven) heeft ontkend, waaruit dit patroon zichtbaar wordt.

8. Anders dan door verweerder voorgesteld, zal de rechtbank in deze zaak toetsen aan het door de Hoge Raad geformuleerde toetsingskader in het geval de ontvangst van een stuk wordt ontkend.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag per post is verzonden. Dit volgt uit de kopie van de aanbieding van de bulk van 373 naheffingsaanslagen aan de postkamer in samenhang met de geloofwaardige verklaring van verweerder dat alleen de ontvangst van het aanslagbiljet van belanghebbende is ontkend. Hierbij betrekt de rechtbank ook de geloofwaardige verklaring ter zitting dat ook van een andere bulkpartij van 207 naheffingsaanslagen uitsluitend door de gemachtigde namens een andere belastingplichtige de ontvangst is ontkend. Gelet hierop, houdt de rechtbank rekening met de aanmerkelijke kans dat de ontkenning van de ontvangst in deze zaak onwaar is en dat daarentegen aannemelijk is dat óók de onderhavige naheffingsaanslag is verzonden aan het adres van belastingschuldige. De rechtbank is zich bewust van de impact van dit oordeel, maar ziet zich hierbij gesteund door het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in de hierboven genoemde uitspraak van 15 december 2022, waarin is geoordeeld dat de ontkenningen van de ontvangst van de gemachtigde ongeloofwaardig zijn.

10. Nu de verzending aannemelijk is gemaakt door verweerder ligt het op de weg van belanghebbende om het vermoeden van bezorging op het juiste adres te ontzenuwen door de ontvangst gemotiveerd te betwisten. Belanghebbende heeft in dit verband echter niets gesteld, zodat de ontkenning van de ontvangst niet geloofwaardig is. Het beroep is in zoverre ongegrond.

Heeft belanghebbende recht op een dwangsom?

11. Volgens belanghebbende is ten onrechte geen dwangsom toegekend.

12. Niet in geschil is dat verweerder op 11 augustus 2022 in gebreke is gesteld en verweerder op dat moment nog geen uitspraak op bezwaar had gedaan. De eerste dag waarover verweerder een dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na 11 augustus 2022. De rechtbank gaat ervan uit dat dit 26 augustus 2022 is en dat 25 juli 2022 de laatste dag was waarop nog uitspraak gedaan kon worden zonder een dwangsom verschuldigd te zijn. De uitspraak op bezwaar dateert van 24 augustus 2022 en daarom heeft verweerder terecht geconcludeerd dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt. Er bestaat daarom geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding of vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F.J.S. Molleman, rechter, in aanwezigheid van N. Habibi, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer).

Als het een Rijksbelastingzaak betreft (dat is een zaak waarbij de Belastingdienst partij is), kunt u digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds per brief op de hierna vermelde wijze.

Betreft het een andere belastingzaak (bijvoorbeeld een zaak waarbij een heffingsambtenaar van een gemeente of een samenwerkingsverband partij is), dan kan het hoger beroep uitsluitend worden ingesteld door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2023/1806
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?