RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 10423080 \ CV EXPL 23-841
Vonnis van 20 september 2023
in de zaak van
LEASEPROCES B.V.,
wonende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Leaseproces,
gemachtigde: mr. A. Frederiksen,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Leaseproces verleent juridische bijstand aan afnemers van effectenleaseovereenkomsten.
[gedaagde] heeft (met de rechtsvoorganger van) Dexia Nederland B.V. (hierna: Dexia) een effectenleaseovereenkomst afgesloten. Naar aanleiding van deze overeenkomst is tussen [gedaagde] en Dexia een geschil ontstaan.
Daarop heeft [gedaagde] zich tot Leaseproces gewend. Door ondertekening van een offerte van 20 juli 2005 is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen met de volgende inhoud:
“Hierbij bevestigen wij u dat wij bereid zijn om voor u een procedure te voeren tegen Dexia Bank voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton.
Wij berekenen hiervoor de volgende percentages over het resultaat, d.w.z. het voordeel voor u ten opzichte van het bemiddelingsvoorstel Duisenberg:
- 30% over de eerste € 10.000,-;
- 20% over het meerdere tot € 20.000,-;
- 10% over het meerdere tot € 30.000,-;
- 5% over het meerdere vanaf € 30.000,-.
Deze percentages zijn ook verschuldigd als met Dexia een schikking wordt getroffen. Voor een schikking is altijd uw toestemming nodig.”
Bij e-mail van 2 november 2020 heeft Leaseproces het volgende aan [gedaagde] bericht:
“In juni stuurde ik u een e-mail met de stand van zaken in uw dossier. Ik gaf daarbij aan dat er nog een rechtsvraag open lag over het handelen van VERO.
De Hoge Raad heeft deze rechtsvraag afgelopen vrijdag beantwoord. Het handelen van VERO levert geen extra grond voor een schadevergoeding op. Helaas geen positieve afloop dus. Dit betekent dat het voor u niet gelukt is een juridische grond te creëren voor een schadevergoeding ten aanzien van de betaalde inleg.
In uw dossier resteert voor nu een openstaande restschuld. Dexia is vaak bereid deze gedeeltelijk of volledig kwijt te schelden. U bent in dat geval af van de achterstandscodering in het BKR-register.
Ik kan voor u vandaag nog een voorstel bij Dexia opvragen als u dat wenst. Een dergelijk voorstel tot kwijtschelding van de restschuld is momenteel het maximaal haalbare in uw dossier.”
Op 10 april 2021 heeft [gedaagde] zelf met Dexia een schikking ‘met gesloten beurzen’ getroffen.
Op 17 mei 2022 heeft Leaseproces de volgende factuur aan [gedaagde] verstuurd:
“Berekening resultaat (voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling):
Van Dexia te ontvangen € 0,00+
Restschuld € 7.675,35
Af: Duisenberg vergoeding € 5.072,88 -/-
_________
Voordeel t.o.v. de Duisenbergregeling € 2.602,47
_________
Totaal voordeel € 2.602,47
Aan Leaseproces komt toe:
Het aan Leaseproces toekomende percentage over het voordeel (zie offerte) € 780,74
BTW correctie i.v.m. verhoging van 19% naar 21% € 13,12+
_______
Totaal (incl. 21% btw) € 793,86
Terugbetaling griffierecht € 196,00 -/-
_______
Totaal nog door u te betalen (incl. 21% btw) € 597,86”
[gedaagde] heeft de factuur niet betaald.
3. Het geschil
Leaseproces vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
i. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 609,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 597,86 vanaf 16 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening,
subsidiair:
ii. voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 609,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 597,86 vanaf 16 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening,
primair en subsidiair:
iii. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 89,68 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding – 20 maart 2023 – tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de nakosten.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan [gedaagde] aan Leaseproces de opdracht heeft gegeven om hem bij te staan in zijn geschil met Dexia. De opdracht is gegeven op basis van ‘no cure no pay’. De cure is in de overeenkomst uitgelegd als het voordeel voor [gedaagde] ten opzichte van de Duisenberg-regeling. De pay is uitgelegd als een afgesproken percentage over dit voordeel.
Niet in geschil is dat [gedaagde] op grond van de Duisenberg-regeling recht had op een bedrag van € 5.072,88. Evenmin in geschil is dat de effectenleaseovereenkomst van [gedaagde] in een restschuld is geëindigd van € 7.675,35, terwijl hij met Dexia een schikking met gesloten beurzen is overeengekomen. Dat betekent dat [gedaagde] , zoals ook Leaseproces heeft voorberekend, ten opzichte van de Duisenberg-regeling een voordeel van (€ 7.675,35
-/- € 5.072,88) € 2.602,47 heeft behaald.
Het voorgaande is niet zo zeer in discussie tussen partijen. Waar zij wel van mening over verschillen, is het antwoord op de vraag of dit door de schikking behaalde voordeel moet worden aangemerkt als een cure zoals hierboven beschreven. Volgens [gedaagde] moet die vraag ontkennend worden beantwoord, omdat het voordeel buiten de voorgenomen procedure en zonder rechtstreekse bemoeienis van Leaseproces is behaald.
In dat standpunt wordt [gedaagde] niet gevolgd. In de overeenkomst is expliciet opgenomen dat Leaseproces ook bij een schikking aanspraak maakt op een pay: “Wij berekenen hiervoor de volgende percentages over het resultaat, (…). Deze percentages zijn ook verschuldigd als met Dexia een schikking wordt getroffen”. In beginsel is [gedaagde] daarom het afgesproken percentage over het behaalde resultaat aan Leaseproces verschuldigd. Dat kan anders zijn, indien zou blijken dat het resultaat in het geheel geen verband houdt met de door Leaseproces verrichtte werkzaamheden. Zoals ook [gedaagde] lijkt toe te geven – in zijn conclusie van repliek beschouwt hij de bewering van Leaseproces dat Dexia door haar jarenlange druk schikkingen is gaan treffen als gedeeltelijk waar – is van een dergelijke situatie hier geen sprake. Door Leaseproces is gemotiveerd gesteld dat zij door de jaren heen diverse werkzaamheden ten behoeve van [gedaagde] heeft verricht. Het gaat dan onder meer om het sturen van een aansprakelijkheidsstelling, een opt-outverklaring, meerdere stuitingsbrieven, het opvragen van diverse (financiële) stukken en het periodiek contact opnemen met [gedaagde] om hem op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de rechtspraak. Dit laatste heeft Leaseproces ook gedaan vlak voordat [gedaagde] een schikking met Dexia trof. In het hierboven weergegeven e-mailbericht wordt namelijk gelezen dat Leaseproces [gedaagde] eind 2020 heeft uitgelegd dat de toenmalige lijn in de rechtspraak voor hem niet gunstig was, om welke reden Leaseproces hem heeft gewezen op de mogelijkheid om de zaak tegen gesloten beurzen te schikken. Vervolgens heeft [gedaagde] aldus geschikt. Van een situatie waarin tussen het behaalde resultaat en de werkzaamheden van Leaseproces geen enkel verband bestaat kan dus niet worden gesproken.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat de overeenkomst niet meer bestond op het moment waarop hij met Dexia een schikking aanging. In de kern houdt het verweer van [gedaagde] op dit punt in dat het voor hem allemaal te lang duurde, dat tussen het sluiten van de overeenkomst en het aangaan van de schikking (ruim) 15 jaren zijn verstreken, dat Leaseproces niets meer voor hem kon betekenen en dat hij om die reden een schikking met Dexia is aangegaan. Nog daargelaten dat niet wordt ingezien op welke grond Leaseproces zou zijn tekortgeschoten, is niet gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst heeft ontbonden of op andere wijze aan Leaseproces kenbaar heeft gemaakt dat hij de overeenkomst wilde laten eindigen. Dat betekent dat de overeenkomst is blijven doorlopen en dat deze nog bestond op het moment dat met Dexia een schikking werd getroffen.
In het verlengde van het voorgaande heeft [gedaagde] ook aangevoerd dat de aanspraken van Leaseproces zijn verjaard, maar in dat standpunt kan hij evenmin worden gevolgd. Voor geldvorderingen zoals hier aan de orde, geldt een verjaringstermijn van vijf jaar vanaf de dag nadat de vordering opeisbaar is geworden. Binnen die termijn moet de dagvaarding zijn uitgebracht of de verjaring zijn gestuit door Leaseproces. De factuur van Leaseproces dateert van 17 mei 2022 en de dagvaarding van 20 maart 2023. Van verjaring kan daarom geen sprake zijn.
Als slotsom heeft daarom te luiden dat Leaseproces terecht aanspraak maakt op een vergoeding. Niet weersproken is dat die vergoeding, na verrekening, nog een bedrag van
€ 597,86 bedraagt. De vordering in hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
Tegen de mede gevorderde wettelijke rente heeft [gedaagde] geen specifiek verweer gevoerd, zodat deze eveneens zal worden toegewezen. Het gaat dan om een bedrag van
€ 11,86.
Leaseproces vordert verder een vergoeding van € 89,68 voor buitengerechtelijke werkzaamheden. Leaseproces heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW en de hoogte van de gevorderde vergoeding is in overeenstemming met de tarieven genoemd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ook dit deel van de vordering zal daarom worden toegewezen.
De door partijen aangevoerde argumenten, die in het voorgaande niet aan de orde zijn gekomen, behoeven geen bespreking, nu deze, in het licht van hetgeen is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kunnen leiden.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Leaseproces als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
107,84
- griffierecht
€
322,00
- salaris gemachtigde
€
264,00
(2,00 punten × € 132,00)
Totaal
€
693,84
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Leaseproces te betalen een bedrag van € 609,72 hoofdsom en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 597,86, met ingang van 16 maart 2023, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Leaseproces te betalen een bedrag van € 89,68 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 20 maart 2023, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Leaseproces tot dit vonnis vastgesteld op € 693,84,
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op
20 september 2023.
fh