RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 10582739 \ CV EXPL 23-1707
Vonnis van 27 december 2023
in de zaak van
[naam eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
[naam gedaagd bedrijf] B.V., MEDE H.O.D.N. [bedrijf],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.C. Stam.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 augustus 2023
- de akte aanvullende producties van [eiser]
- productie 18 van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 14 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] is een onderneming die handelt in auto’s.
[gedaagde] heeft op een internetplatform - Marktplaats of Autoscout - een Volkswagen Transporter Multivan te koop aangeboden. Het betrof een auto uit 2011 met een tellerstand van 159.115.
Op 8 april 2023 heeft [eiser] een proefrit gemaakt en daarna heeft hij de auto van [gedaagde] gekocht voor de prijs van € 20.00,00. [eiser] heeft toen een aanbetaling gedaan van
€ 2.000,00.
Op 13 mei 2023 heeft [eiser] de auto bij [gedaagde] opgehaald.
[gedaagde] heeft een factuur opgesteld en deze is op 13 mei 2023 aan [eiser] overhandigd.
Op de factuur is vermeld:
“OPTIES
MOTOR DEFECT
(…)”
Bij brief van 8 juni 2023, die ook per e-mail is verzonden, is [gedaagde] namens [eiser] in gebreke gesteld. In de brief is vermeld dat de auto een extreem hoog olieverbruik heeft en dat de motor gereviseerd moet worden. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld het gebrek binnen zeven dagen na dagtekening van de brief te herstellen, bij gebreke waarvan de overeenkomst als ontbonden zou worden beschouwd.
[gedaagde] heeft hierop dezelfde dag geantwoord: “Het voertuig is duidelijk aan u cliënt verkocht met een defecte motor. Zoals duidelijk aangegeven op het koopcontract/factuur.”
[eiser] heeft de motor van de auto op 30 juni 2023 bij een derde laten reviseren. Hij heeft hiervoor een bedrag betaald van € 7.699,36.
3. Het geschil
[eiser] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van
a. a) de kosten van herstel ad € 7.699,36;
b) de motorrijtuigenbelasting ad € 236,33
c) verzekeringspremies ad € 121,99;
d) de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.179,75;
e) de wettelijke rente over de posten onder a tot en met d vanaf 8 april 2023 tot de datum van herstel;
f) de proceskosten.
[eiser] legt aan de gevorderde hoofdsom onder a ten grondslag dat de auto nadat de koop gesloten was, gebrekkig bleek. De auto voldeed niet aan de overeenkomst, omdat [eiser] niet behoefde te verwachten dat de motor direct gereviseerd moest worden. [gedaagde] heeft de auto niet binnen de hem gestelde termijn hersteld, waarna [eiser] de auto bij een derde heeft laten herstellen. De daaraan verbonden kosten moet [gedaagde] aan [eiser] betalen.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure waaronder de nakosten.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De auto moet op grond van het bepaalde in artikel 7:17 BW aan de koopovereenkomst beantwoorden. De auto moest dus de eigenschappen bezitten die [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. [eiser] mocht in beginsel verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Hij moest dus met de auto kunnen rijden, zonder dat hij voortdurend olie moest peilen en bijvullen.
Vast staat dat de motor van de auto moest worden gereviseerd en dat het gebrek aan de motor al aanwezig was bij aflevering van de auto. [gedaagde] beroept zich echter op het bepaalde in het vijfde lid van artikel 7:17 BW, omdat [eiser] toen de overeenkomst gesloten werd, wist van het gebrek.
[gedaagde] verwijst hiervoor op de eerste plaats naar de door [eiser] getekende factuur, waarop is vermeld “motor defect”. In het midden kan blijven of [eiser] de factuur inderdaad heeft getekend, waaraan [eiser] twijfelt. Redengevend hiervoor is, dat de koopovereenkomst al, mondeling, is gesloten op 8 april 2022 en de factuur pas is getekend op 13 mei 2022, toen [eiser] de auto kwam ophalen. Zonder nadere toelichting van [gedaagde] , die ontbreekt kan, anders dan waarvan [gedaagde] kennelijk uitgaat, niet met succes worden aangevoerd dat de mededelingen op de factuur deel uitmaken van de overeenkomst. Dit verweer wordt dus verworpen.
[gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat [eiser] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 8 april 2022 al wist dat de motor defect was omdat dit hem door [gedaagde] is medegedeeld. [eiser] heeft betwist dat [gedaagde] een dergelijke mededeling heeft gedaan.
[eiser] heeft onweersproken aangevoerd dat in de advertentie geen melding is gemaakt van het feit dat de motor defect was. [eiser] had op kortere termijn een auto nodig om met (veel) kinderen op vakantie te gaan en was niet geïnteresseerd in een auto met een gebrek. Als in de advertentie had gestaan dat de motor defect was, was [eiser] niet gaan kijken, aldus [eiser] . [eiser] heeft schriftelijke verklaringen ingebracht van [betrokkene 1] en zijn dochter [betrokkene 2] . Beiden hebben verklaard dat zij op 8 april aanwezig waren bij de koop van de auto en dat geen van de verkopers ( [gedaagde] en zijn vader), iets hebben gezegd over een defect. Uiteraard wordt een beperkte waarde aan de verklaringen gehecht, omdat deze niet onder ede zijn afgelegd en daarnaast van familie/bekenden van [eiser] afkomstig zijn. De verklaringen komen echter authentiek over en zijn gedetailleerd, zodat deze niet zonder betekenis zijn.
De kantonrechter overweegt, dat niet valt in te zien waarom [eiser] in de door hem geschetste situatie, een auto met een defecte motor zou willen kopen. In dit verband is ook opmerkelijk dat, waar [eiser] pas toen hij de auto kwam bezichtigen geconfronteerd werd met de omstandigheid dat de motor defect was, hij zelfs niet heeft onderhandeld over de prijs, zo blijkt ook uit de verklaringen. Dat dit wel is gebeurd, is niet door [gedaagde] gesteld.
Op [gedaagde] rust de stelplicht van zijn (bevrijdend) verweer dat hij mededeling heeft gedaan van het gebrek. [gedaagde] heeft in deze procedure niet anders gesteld dan dat de verkoper heeft gezegd tegen [eiser] dat de motor stuk was. [gedaagde] heeft desgevraagd ook niet kunnen vertellen wat de reactie van [eiser] daarop was. Bezien in het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden, oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde] haar verweer onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Dit betekent dat niet is gebleken dat [gedaagde] de mededeling heeft gedaan.
De kantonrechter begrijpt uit het petitum en de omstandigheid dat de auto inmiddels is gerepareerd, dat [eiser] anders dan in de ingebrekestelling is verwoord en in het lichaam van de dagvaarding ook wordt benoemd, geen ontbinding van de koopovereenkomst (meer) wenst. De vordering met betrekking tot de herstelkosten moet daarom zijn gebaseerd op het bepaalde in artikel 6:74 BW, dat [eiser] recht geeft op aanvullende schadevergoeding als sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. [gedaagde] is haar verbintenis uit de koopovereenkomst niet nagekomen. Uit de e-mail van [gedaagde] van 8 juni 2023 als reactie op de brief die diezelfde dag namens [eiser] is verzonden, kon niet anders worden afgeleid dan dat zij niet alsnog zou nakomen, zodat toen vast stond dat ook sprake was van een tekortkoming. Hiermee is aan de voorwaarden voor het recht op schadevergoeding voldaan. De hoogte van de herstelkosten is niet betwist, zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.
De wettelijke rente is verschuldigd vanaf 30 juni 2023 omdat de schade toen is geleden. Omdat is gevorderd dat de rente zal worden toegewezen tot de dag van herstel (en dus niet tot de dag van betaling door [gedaagde] ), dus 30 juni 2023, zal geen rente worden toegewezen.
De gevorderde vergoeding van de motorrijtuigenbelasting en de verzekeringspremies zal worden afgewezen. Deze bedragen had [eiser] ook moeten betalen als [gedaagde] wel een goede auto had verkocht, zodat deze uitgaven geen gevolg zijn van het niet nakomen van [gedaagde] van haar verbintenis uit de koopovereenkomst.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn, toewijzen tot het bedrag van € 759,97. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] ter zake eerder in verzuim is geraakt.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
132,29
- griffierecht
€
244,00
- salaris gemachtigde
€
660,00
(2,00 punten × € 330,00)
Totaal
€
1.036,29
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 7.699,36,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 759,97 voor buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.036,29,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.J.I.M. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op
27 december 2023.