ECLI:NL:RBGEL:2024:1865

ECLI:NL:RBGEL:2024:1865, Rechtbank Gelderland, 29-03-2024, 05.060074.23

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 29-03-2024
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 05.060074.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

Veroordeling verkrachting, verminderd toerekenbaar

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-060074-23

Datum uitspraak : 29 maart 2024

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[vedachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] (Marokko),

wonende aan de [adres] ,

raadsvrouw: mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat in Barneveld.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 juni 2021 te [woonplaats] , door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten

waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 juni 2022 is aangeefster naar de woning van verdachte in [woonplaats] gegaan en aldaar hebben zij voetbal gekeken, muziek geluisterd en alcohol gedronken.

Op enig moment hebben aangeefster en verdachte seks gehad, waarbij in ieder geval de volgende handelingen zijn verricht:

- het zoenen van haar nek;- het betasten van haar borsten met zijn handen en zijn tong; - het betasten van haar vulva met zijn handen;- het brengen van zijn tong tussen en over haar schaamlippen;- het brengen van zijn penis in haar vagina.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en nader toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. De verklaring van [slachtoffer] is vanwege enkele inconsistenties onbetrouwbaar en er zit daarnaast onvoldoende steunbewijs in het dossier. Er heeft seks plaatsgevonden maar er was geen sprake van dwang en verdachte had er geen opzet op om iemand seksuele handelingen te laten ondergaan tegen haar wil.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat niet wordt betwist dat op 21 juni 2021 tussen verdachte en aangeefster de tenlastegelegde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft te beoordelen of de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en of de dwanghandelingen die door verdachte worden ontkend bewezen kunnen worden verklaard.

Juridisch kader bewijs in zedenzaken (bewijsminimumregel)

Het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, kan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige (artikel 342, tweede lid, Sv). Deze bepaling strekt ter waarborging van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen in het geval de verklaring van één getuige over relevante feiten en omstandigheden op zichzelf staat en onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling heeft volgens vaste rechtspraak betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. De vraag of aan dit bewijsminimum is voldaan, vergt een beoordeling van het concrete geval. In het geval de rechter de verklaringen van een getuige geloofwaardig acht, dan is daarmee nog niet voldaan aan het bewijsminimum. Het gaat dan immers nog steeds om één bewijsmiddel. Het betrouwbaarheidsoordeel moet dus niet verward worden met de bewijsminimumregel.

Bewijsmiddelen

Aangeefster heeft verklaard dat zij verdachte kent omdat zij op dezelfde RIBW-woongroep hebben gewoond. Ze hadden elkaar lange tijd niet gesproken en kregen via de app weer contact met elkaar. Verdachte wilde, op een voor haar dwingende toon, dat zij bij hem langs kwam. Hij wilde met haar dronken worden en vroeg of zij bleef slapen. Aangeefster heeft aangegeven dat zij dat niet wilde en dat zij niet veel mocht drinken vanwege haar gezondheidsproblemen. Op 21 juni 2022 is aangeefster met de taxi naar de woning van verdachte gegaan en hebben zij samen voetbal gekeken. Verdachte bleef Sambuca voor aangeefster inschenken, ondanks dat zij dat niet wilde. Verdachte praatte veel over seks en over zijn ex. Ook praatte hij over kapot neuken en dat hij die avond iemand wilde neuken en iemand ging bellen. Dat voelde niet goed voor aangeefster en zij heeft haar voormalige activiteiten begeleidster gewaarschuwd, omdat zij niet zomaar weg kon. Zij werd een beetje bang. Zij durfde niet weg omdat verdachte haar zou bedreigen. Verdachte begon aangeefster te masseren op haar rug, schouders en boven haar borsten. Zij raakte daardoor in trance vanwege eerder misbruik, ze bevroor. Verdachte ging met zijn handen in haar bh en over haar buik. Aangeefster heeft haar hemd uit gedaan omdat verdachte dat dwingend zei. Hij deed vervolgens haar bh uit en likte haar borsten. Hij wilde haar kussen, maar dat weerde zij af. Hij kuste toen haar nek en zei ‘ik wil dat je me zoent’, waarop aangeefster zei dat zij dat niet wilde. Verdachte deed zijn broek en onderbroek uit en zei ‘ik wil dat je me pijpt, ik wil dat je me stijf maakt’. Aangeefster gaf aan dat zij dat niet wilde en zij heeft hem niet gepijpt. Verdachte duwde haar gezicht naar zijn gezicht en richting zijn penis.

Hij trok haar broek uit, ging haar met zijn vingers betasten en met zijn vingers in haar vagina. Verdachte reed tegen haar lichaam tot zijn piemel stijf was. Hij draaide aangeefster om zodat zij op haar buik lag en begon met penetreren. Verdachte legde aangeefster in een andere houding, zodat zij op haar rug lag en ging haar toen weer penetreren. Hij kwam klaar in haar. Aangeefster heeft meermaals gezegd dat zij niet wilde. Zij deed haar benen over elkaar en schermde haar lichaam af met haar handen en armen, maar die duwde verdachte weg en hij zei dat zij haar handen weg moest doen. Aangeefster heeft verklaard dat zij moeilijk haar grenzen kan aangeven door haar problematiek, daarvoor zit zij bij de RIBW. Toen zij door de taxi naar huis was gebracht heeft zij de crisisdienst gebeld. Zij hebben haar begeleiding gebeld.

Op de telefoon van aangeefster is een whatsapp gesprek tussen [telefoonnummer 1] [vedachte] en

[telefoonnummer 2] [slachtoffer] aangetroffen. Dit chatgesprek begon op 2 mei 2021 en eindigde op 22 juni 2021. [slachtoffer] reageerde op 19 juni 2021 op het bericht van [vedachte] van 2 mei 2021. De rechtbank stelt vast dat uit het chatgesprek volgt, dat [vedachte] graag met [slachtoffer] wilde afspreken om samen alcohol te drinken. Ook gaf [vedachte] meerdere malen aan dat [slachtoffer] wel kon blijven slapen. [slachtoffer] gaf meerdere malen aan dat zij aan de sondevoeding zit en niet veel kan drinken, omdat het gevaarlijk voor haar kan zijn. Ook gaf [slachtoffer] aan dat zij gewoon thuis zou slapen.

Op 19 juni 2021 vanaf 3:21:35 PM(UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

[vedachte] : “Haha zo mooi weer vandaag kan nog alles als ij wil komen wel leuk lachen het is lang geleden jo met jou ff wat danken en zat worden hahaha weet jij' nog ton wij dronken waren jij en ik was lachen jo met jou hahahaha”

[slachtoffer] : “Ik zit met het pontje terug”

[vedachte] : “Anders blijf ok heb groot huis of is pas laat de pont tog”

[vedachte] : “Zowel mooi zijn ais jij zo komt het is lang geleden pont is tig laat open nog....”

[vedachte] : “Toch is,laat donker en ik weet zekker jij heb ook zien in om te drinken samen ik heb ook zo its ff dronken worden wij zo ton lachen tof hahahaha”

(…)

[vedachte] : “Fan blijf slapen ik eet jou niet op groot huis heb drie slaap kamer duren eten geven en kom mooi weekend voor ons tof”

[slachtoffer] : “Ik kan wel andere x”

[vedachte] : “Eten geven morgen brief naar huis is op tijd”

(…)

[vedachte] : “En jij heb ook gooie fiets tof ook zonder pont tof als jij kan”

[vedachte] : “Ik weet zekker dat jij ook zien in heb drinken met mij samboga”

[vedachte] : “Jij kan zonder pont ook met jou gooie fiets tof mooi weer merk jij niet zo hier”

(…)

[slachtoffer] : “Hahaha jij bent niet goed boor ik ga echt niet fietsen over de brug heen”

[slachtoffer] : “En al helemaal niet in de nacht terug”

[slachtoffer] : “Ik kan voor de rest wel andere dagen”

[vedachte] : “Blijf jij slapen drie bed En heb ik drie slaap kamer en eet jou niet op hahahaha”

[vedachte] : “Vandaag is zaterdag mooi dag om met jou samboga drinken hahahaha jij heb ook er zuen in dronken worden is kang geleden he hahaha”

[slachtoffer] : “Ik mag niet eens drinken”

[slachtoffer] : “Ik heb in januari een maand in het ziekenhuis gelegen”

[slachtoffer] : “Ik heb sondevoeding”

[vedachte] : “hahaha ton ook niet en ik ook ton niet hahaha tof deed wij dat hahaha”

(…)

[slachtoffer] : “ik kan wel maandag komen”

[slachtoffer] : “samen voetbal kijken?”

[vedachte] : “Ok kijk maar maandadg jan maar dan hoelaat anders morgen kan ook tig”

[slachtoffer] : “Morgen is het Vaderdag en ben ik de hele dag op de boot”

(…)

[vedachte] : “Wel kan wel alleen moet jij willen niet lui zijn zo hier als jij echt wik hahahaha”

(…)

[vedachte] : “Ok maar eind middag is dat niet te laat blijf jij slapen dan maandag… als jij dronken worden gaan wij lachen”

[slachtoffer] : “Ik ga kotsen ik heb al half jaar niks op”

(…)

[vedachte] : “Ok maandag eind van de middag tig dan blijf jij tog mag niet uit korsten huis is groot zo lekker zijn met jou weer drinken”

(…)

[vedachte] : “Echt ik heb zo veel eiglujk vandaag met jou drinken jo ...hshaha weet ik zekker dat jij ook dat wik alleen durf niet te fietsen zo gedaan als tig blijf jij slapen”

[vedachte] : “ik weet echt dat jij vandaag ook eik alleen durf niet te komen met fiets jij blijf tig slapen jo hahaha”

[vedachte] : “Wat ik denk over vandaag jij heb echt zien in net als drinken met jou en jij met mij alleen moet jij if fietsen en tog slaap jij zo en dag op zaterdag”

Vervolgens stuurt [vedachte] nog een aantal keren dat hij bijna niet kan wachten tot maandag en jammer dat [slachtoffer] maandag pas komt en dat hij zin heeft om met [slachtoffer] te drinken.

Op 20 juni 2021 vanaf 2:40:20 PM(UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

(…)

[vedachte] : “En ik heb groot huis kan jij dien wat jij wil he ff gek dien wij twee he jij heb ook er zuen in he”

(…)

[vedachte] : “Nee ik heb tweepersoons bed en een persoon al klaar mag lezen jij hahaha”

[vedachte] : “Kan tig niet op de bank en ik heb beden hahaha”

Op 21 juni 2021 vanaf 11:08:54 AM(UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

(…)

[vedachte] : “ik zie ik ben al aan bier thuis en muziek de bij hagaha”

[slachtoffer] : “Straks ben je helemaal zag al ik kom”

[vedachte] : “Nee ik jan veel drinken jo ik was ton in culmborg rustig alleen hahaha jij gaat kapot la Chen met mij straks”

[vedachte] : “Ik ben juist vrolijk als ik drink en gezellig juist hahaha”

[slachtoffer] : “Oke”

[slachtoffer] : “Ik ga vanavond denk wel met taxi terug naar huis”

[slachtoffer] : “Thuis slapen is beter voor me”

[vedachte] : “Waarom jij jan slapen lekker rustig aan dien beter jo ik ben tig alleen en groot huis dus”

[slachtoffer] : “Omdat ik morgen ook weer afspraken heb”

[vedachte] : “Veel beter rustig aan dan mirgen naar huis en ij eet jou niet op jo [slachtoffer] ”

(…)

[vedachte] : “Beter voor heen.kater kan jij nog taxi weer bestellen”

[slachtoffer] : “Nee ik wil gewoon thuis slapen”

[vedachte] : “Beter eerst geen dan van huer vellen weer jij weet nasr noiit tog”.

Op de telefoon van aangeefster is een whatsapp gesprek tussen telefoonnummer [telefoonnummer 3] [vriendin 1] en [telefoonnummer 2] [slachtoffer] aangetroffen. Het eerste bericht van dit chatgesprek was op 20 juni 2021 was en het laatste bericht op 22 juni 2021. [slachtoffer] gaf in het gesprek aan dat [vedachte] bizar gedrag vertoonde en dat zij het niet vertrouwde. Zij gaf aan dat [vedachte] wilde afspreken en dat hij bleef hameren op het drinken en dat hij haar dronken wilde hebben. Op 21 juni 2021 om 6:13:42 PM (UTC+2) stuurde [slachtoffer] een chatbericht naar [vriendin 1] waarin [slachtoffer] zegt dat zij nu bij [vedachte] is. Op 21 juni 2021 vanaf 9:23:30 PM (UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

[slachtoffer] : " [vriendin 1] .."

[vriendin 1] : "Ja."

[slachtoffer] : "Ik typ als ik zo naar huis ben had niet moeten gaan"

[vriendin 1] : "Ohjee meid"

[slachtoffer] : "Jaa nee echt... ik sta te sjacken"

[slachtoffer] : "Ik dacht als ik niet ga slapen en niet ga drinken doet hij niks..."

[vriendin 1] : "Wat is er gebeurd"

[slachtoffer] : "Godver taxi komt pas over een uur"

[slachtoffer] : "Hij heeft me dus gewoon genomen zonder condoom alles he...."

[vriendin 1] : "Meid toch"

[slachtoffer] : "Ik kan nu niets alleen wachten op taxi"

[slachtoffer] : "Echt smerig bha bha"

[slachtoffer] : "Ik wilde net he heb niet meegewerkt 20x gezegd dat ik net niet wilde.

(…)

[slachtoffer] : “Sorry ik durf alleen tegen jouw te zeggen en ik weet dat ik nu gelijk tegen iemand moet zeggen anders doe ik het straks nooit meer”

[vriendin 1] : “Dat lucht echt op meid geloof me”

[slachtoffer] : “Ik voel me echt smerig”

Op de telefoon van aangeefster is eveneens een whatsapp gesprek tussen telefoonnummer [telefoonnummer 4] [vriendin 2] en telefoonnummer [telefoonnummer 2] [slachtoffer] aangetroffen.

Op 21 juni 2021 vanaf 19:22:03 (UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

[slachtoffer] : “Omg Ik ben echt in een gevaarlijke situatie nu”

[slachtoffer] : “Sorry dat ik je ermee lastig val maar ik ben dus bij oud huisgenoot die me donken aan

het voeren is en me het bed in wil hebben en ik kan niet weg”

[vriendin 2] : “Gaam xxxof wat jij wil”

[slachtoffer] : “Ik kan niet eens weg gaan”

[slachtoffer] : “Ben met taxi komt pas om 11 uur”

En vanaf 22:49:44 (UTC+2) zijn de volgende berichten gestuurd:

[vriendin 2] : “Is t gelukt ben hier op werk super druk en heb nachtdienst”

[slachtoffer] : “Nee…”

[slachtoffer] : “Ik ben aan wachten op taxi”

[slachtoffer] : “En daarna ga ik geluk crisis dienst bellen”

[slachtoffer] : “Kon geen kant op”

[vriendin 2] : “Waarom crisisdienst?”

[slachtoffer] : “Ik zei toch dat hij me het bed in probeerde te krijgen”

[slachtoffer] : “Kan ik nog zo har tegen stribbelen”

[vriendin 2] : “Heb je t toegelaten?”

[slachtoffer] : “Nee”

[slachtoffer] : “Wtf wat denk je”

[slachtoffer] : “Ik zeg toch dat ik het niet wil”

[vriendin 2] : “Waarom dan crisisdienst?”

[slachtoffer] : “Jezus serieus”

[slachtoffer] : “Dat ik het niet toelaat Will niet zeggen dat het niet gebeurd is hé”

[vriendin 2] : “Oke ik ga van mezelf uit sorru”

[slachtoffer] : “Nou jullie weten allemaal dat ik niet met iemand naar bed wil”

[vriendin 2] : “Begrijp ik”

(…)

[slachtoffer] : “Ik zei toch ik kan niet voor mezelf opkomen…”.

Aangeefster heeft op 21 juni 2021 om 21:40:38 uur met Versis regiovervoer gebeld. Zij geeft in het gesprek aan ‘ik wil dadelijk, ik wil eigenlijk nu terug naar huis’.

Verdachte heeft verklaard dat dat hij seks heeft gehad met [slachtoffer] en dat zij dat ook wilde. Hij dacht dat aangeefster wilde omdat zij elkaar kusten en zij geen nee heeft gezegd. Hij dacht dat zij seks met hem wilde omdat zij geen nee zei tegen het kussen en niet wegliep. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat aangeefster ziek was, omdat zij bij het RIBW zat voor begeleiding. Verdachte heeft verklaard dat aangeefster toen zij bij hem thuis kwam een fles en slangetjes in haar neus of mond had. Hij heeft verklaard dat zij zo dun was dat haar botten zichtbaar waren en dat zij zich diep gesneden had.

Betrouwbaarheid verklaring aangeefster

De rechtbank merkt allereerst op dat de beschuldigingen zijn geuit door een psychisch kwetsbare vrouw. De rechtbank is zich hiervan bewust, maar stelt dat dit niet betekent dat de verklaringen minder betrouwbaar of onbetrouwbaar zijn. Op basis van de bewijsmiddelen uit het dossier, in onderlinge samenhang beschouwd, is de rechtbank van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen en overweegt daartoe het volgende. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster consistent, authentiek en voldoende gedetailleerd. Aangeefster heeft zowel in het informatief gesprek zeden als in haar aangifte nagenoeg hetzelfde verklaard. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen indicaties zijn dat aangeefster niet de waarheid heeft gesproken. De door de verdediging aangedragen verschillen in de afgelegde verklaringen zijn niet van dien aard dat op grond daarvan tot het oordeel moet worden gekomen dat aangeefster niet de waarheid heeft gesproken. Bovendien komen de door aangeefster en verdachte beschreven seksuele handelingen nagenoeg overeen.

Steunbewijs

De rechtbank is tevens van oordeel dat is voldaan aan het bewijsminimum. De verklaringen van aangeefster worden ten aanzien van de seksuele handelingen ondersteund door de verklaring van verdachte. Uit de verschillende app-gesprekken blijkt volgens de rechtbank dat verdachte op dwingende toon heeft gecommuniceerd richting aangeefster, dat zij geen weerstand heeft kunnen of durven bieden en dat aangeefster de seksuele handelingen vervolgens niet vrijwillig heeft ondergaan. Dat laatste leidt de rechtbank af uit het feit dat aangeefster al voordat er iets was gebeurd een bericht naar [vriendin 2] heeft gestuurd dat ze in een gevaarlijke situatie zat, geen kant op kon en zij naderhand vrijwel meteen het taxibedrijf heeft gebeld omdat zij direct naar huis wilde. Daar komt nog bij dat aangeefster [vriendin 1] die avond ook berichten heeft gestuurd waaruit volgens de rechtbank blijkt dat zij niet wilde, dit meermalen tegen verdachte heeft gezegd, niet heeft meegewerkt en bang was, en aangeefster eveneens diezelfde avond contact heeft gezocht met de crisisdienst.

Dwang

Uit de verklaring van aangeefster volgt dat zij zowel verbaal als non-verbaal kenbaar heeft gemaakt dat zij geen seks wilde met verdachte. Zij heeft tegengewerkt door haar lichaam te beschermen met haar handen. Daarnaast heeft ze tegen verdachte gezegd dat het pijn deed en dat hij moest stoppen. Door geen gehoor te geven aan verbale en non-verbale signalen van verzet van aangeefster heeft verdachte haar ertoe gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Daarnaast heeft verdachte zich voorafgaand en tijdens de ontmoeting in zijn woning opdringerig, dwingend en dominant opgesteld, waardoor aangeefster zich niet aan de situatie durfde te onttrekken. Dat kon zij ook niet omdat zij op de taxi moest wachten.

Daar komt bij dat verdachte wist dat aangeefster een kwetsbaar persoon was en hij misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en mentale overwicht op haar.

Conclusie

Alles in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn en gaat er daarom, mede gelet op het steunbewijs, vanuit, dat alle door aangeefster in haar verklaringen genoemde seksuele handelingen, onder dwang, hebben plaatsgevonden.

De rechtbank komt tot de conclusie dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 21 juni 2021 te [woonplaats] , door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten

waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

verkrachting.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de rechtbank rekening dient te houden met de verminderde toerekenbaarheid gelet op de persoon van verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer] . Dit gebeurde in zijn woning. Het slachtoffer heeft meerdere keren aangegeven geen seks met hem te willen, maar daar heeft verdachte zich niet door laten tegenhouden. Daarmee heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Verdachte is aan de kwetsbare positie van het slachtoffer voorbij gegaan en heeft kennelijk alleen oog gehad voor bevrediging van zijn eigen lustgevoelens.

Bij slachtoffers van verkrachting blijven in het algemeen lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bestaan, zo ook bij [slachtoffer] . Dat het een ingrijpende gebeurtenis is geweest, blijkt ook uit hetgeen namens het slachtoffer ter terechtzitting is voorgehouden in het kader van het spreekrecht. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 21 februari 2024, waaruit blijkt dat hij in 2014 reeds eerder is veroordeeld voor verkrachting.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het multidisciplinair rapport van 20 juni 2014. De psycholoog rapporteerde destijds het volgende:

“Er is bij betrokkene sprake van een beperkt intelligentie niveau en een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur. (…) Vanuit zijn intellectuele beperktheid kan hij snel overzicht verliezen, zaken niet goed begrijpen en/of verkeerd interpreteren en achterdochtig worden. (…) Bij toename van spanning/stress is hij geneigd deze af te wenden door drugs en/of alcohol te gebruiken. (…) Bij problemen of overvraging van betrokkene loopt de spanning op en is er sprake van een verhoogde kans op het ontwikkelen van angst en achterdocht waarbij hij middelen gebruik als copingsstrategie inzet. (…)”

De psychiater rapporteerde het volgende:

“Betrokkene is een man bij wie sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens in de zin van verslavingsproblematiek. Daarnaast is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een verstandelijke beperking. (…) Vanuit zijn beperkte arsenaal aan copingsvaardigheden en zijn kwetsbaarheid, reageert betrokkene op spanningen en stress met middelengebruik (alcohol en/of drugs) met toenemend disfunctioneren als gevolg”

De reclassering heeft op 8 februari 2024 gerapporteerd en heeft geconcludeerd dat verdachte matig alcohol drinkt en dat er momenteel geen aanwijzingen zijn voor problematisch alcoholgebruik. Volgens de reclassering valt niet uit te sluiten dat het gebruik van alcohol in combinatie met zijn boosheid/jaloezie in verband met zijn ex-vriendin in juni 2021 hem dermate heeft ontremd dat hij de controle over zichzelf verloren heeft. De verstandelijke vermogens van verdachte zijn dermate laag dat er geen sprake is van enig lerend vermogen. Inzicht gevende therapie dan wel hulpverlening heeft volgens de reclassering dan ook weinig zin. De huidige woonbegeleiding vanuit het RIBW, die zich vooral toespitst op het regelen van praktische zaken, lijkt dan ook het maximaal haalbare.

Hoewel de psycholoog en psychiater destijds vanwege de ontkenning van verdachte geen uitspraak hebben kunnen doen over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte, heeft de rechtbank in 2014 geoordeeld dat het bewezenverklaarde verdachte niet volledig kan worden toegerekend.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank ten aanzien van onderhavige verkrachting eveneens aanleiding het bewezen verklaarde verminderd aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank acht het aannemelijk dat nog altijd sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een verstandelijke beperking en dat deze gebrekkige ontwikkeling ook in onderhavig feit heeft doorgewerkt. Het alcoholgebruik heeft er in combinatie met zijn boosheid hoogstwaarschijnlijk voor gezorgd dat hij de controle over zichzelf is verloren. Dat verdachte een kwetsbare persoonlijkheid heeft staat niet ter discussie.

Derhalve is de rechtbank van oordeel dat een langdurige en geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is geëist niet passend is. Daarentegen is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van het feit niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat – gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop – een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend is.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 11.425,00 aan materiële schade bestaande uit de volgende schadeposten:

en € 10.000,00 aan smartengeld, beide vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat slechts de kosten voor de hulphond die tot nu toe zijn gemaakt kunnen worden toegewezen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Zij voert daartoe aan dat de benadeelde voorafgaand aan het feit al allerlei problemen had en niet is vast te stellen welk deel van de problemen aan het handelen van verdachte te wijten zijn. Daarnaast voert de verdediging aan dat de hulphond pas later is aangeschaft en de trainingen pas heel recent zijn begonnen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De schadeposten zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Met betrekking tot de nog te maken kosten voor het vervolgtraject van de training van de hulphond is de rechtbank van oordeel dat deze vooralsnog slechts berusten op een algemene raming en daarmee onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank verklaart aangeefster derhalve niet-ontvankelijk voor dat deel van de vordering.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vorderingen van € 1.425,00 voor wat betreft de aanschaf van de hulphond en de € 1.292,94 voor het tot nu toe gevolgde traject kunnen worden toegewezen.

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de verkrachting zijn de psychische problemen van benadeelde in ernstige mate toegenomen, de benadeelde is hierdoor op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 10.000,00 vaststellen.

Verdachte is vanaf 21 juni 2021 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 242 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;

De vordering van de benadeelde partij

De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Mr. Y van Wezel is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Y.H.M. Marijs
  • mr. Y. van Wezel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?