RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 10611787 \ CV EXPL 23-1863
Vonnis van 11 september 2024
in de zaak van
1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
beiden te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] . (in mannelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
beiden te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke gedaagden] (in mannelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. M.K. Wehkamp.
1. De verdere procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 juli 2024 - de akte van [gezamenlijke eisers] . - de akte van [gezamenlijke gedaagden]
- het emailbericht van de griffier aan partijen van 29 augustus 2024 met als bijlage de nieuwe kostenspecificatie van de deskundige.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
De deskundige heeft verzocht om een aanvulling op het voorschot. Partijen hebben hierop kunnen reageren.
De kantonrechter heeft op 28 augustus 2024 telefonisch contact gehad met de deskundige. De deskundige heeft uitgelegd dat hij dieper in de grond moet kijken, waardoor hij op hogere kosten komt. Desgevraagd vindt de deskundige een ‘oppervlakkiger’ onderzoek niet zinvol omdat hij dan de aan hem gestelde vragen niet kan beantwoorden.
De kantonrechter is van oordeel dat het voorschot dat wordt gevraagd redelijk is. [gezamenlijke eisers] . zal deze kosten moeten voldoen.
De deskundige zal nadat [gezamenlijke eisers] . de kosten heeft voldaan kunnen beginnen met het onderzoek.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 6.546,10 inclusief btw,
bepaalt dat [gezamenlijke eisers] . dit aanvullend voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
verwijst voor het overige met betrekking tot het onderzoek naar het tussenvonnis van 24 april 2024,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2024.