ECLI:NL:RBGEL:2024:9890

ECLI:NL:RBGEL:2024:9890

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-05-2024
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 05/262237-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Art 241 Sr (nieuw): opzetaanranding. Verdachte heeft onder invloed van drugs en alcohol onverhoeds de borsten van kennis van hem betast. Omdat hij first offender is en zelf ook ernstig is getroffen door de gevolgen van zijn onaanvaardbaar handelen, volstaat rb met taakstraf van 50 uur. Schadevergoeding toegewezen van € 750 immaterieel en € 30.219,00 materieel, waarvan € 27.525,00 wegens studievertraging. Rb plaatst vraagtekens bij hantering van dit soort forfaitaire bedragen ingevolge Richtlijn Letselschade Studievertraging, waarbij ieder verband met aard van het vergrijp, de schuld van dader en omstandigheden waaronder het werd begaan, wordt losgelaten en de rechter weinig tot geen mogelijkheden heeft tot -ambtshalve- ingrijpen om te komen tot redelijk resultaat.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/262237-25

Datum uitspraak : 1 mei 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Nijmegen

met een persoon, te weten [aangever] ,

een of meer seksuele handelingen heeft verricht,

immers heeft verdachte, terwijl hij achter die [aangever] stond,

op onverhoedse wijze zijn beide armen onder de oksels van die [aangever]

geschoven en (vervolgens) met beide handen de borsten van die [aangever]

vastgepakt en/of in die borsten geknepen,

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die

[aangever] daartoe de wil ontbrak.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 9 – 10;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 april 2026.

Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft verdachte, terwijl hij achter die [aangever] stond, op onverhoedse wijze zijn beide armen onder de oksels van die [aangever]

geschoven en (vervolgens) met beide handen de borsten van die [aangever] vastgepakt en/of in die borsten geknepen, terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzetaanranding

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft afscheid moeten nemen van zijn vriendengroep en heeft zijn drugsprobleem aangepakt. Hij heeft op een volwassen manier verantwoordelijkheid genomen en zijn levensstijl aangepast. Het is daarom passend om aan hem een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van aangeefster, een destijds goede vriendin van verdachte. Nadat aangeefster, verdachte en de rest van hun vriendengroep na een feestje in een café aankwamen, greep verdachte onverhoeds met beide handen de borsten van aangeefster vast. Dit gebeurde terwijl aangeefster met de rug naar verdachte toe stond en een deel van de vriendengroep daar naast stond. Verdachte heeft door zo te handelen een inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van aangeefster. Uit de slachtofferverklaring die aangeefster ter terechtzitting heeft voorgedragen, volgt dat dit incident een grote impact op haar heeft gehad.

Persoon van verdachte De rechtbank heeft gezien dat uit het strafblad van verdachte, gedateerd 18 maart 2026, blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

De rechtbank houdt rekening met het reclasseringsadvies, gedateerd 10 april 2026. De reclassering schrijft dat verdachte zijn leven op orde heeft, dat hij gestopt is met drugsgebruik en met overmatig alcoholgebruik en dat zijn focus ligt bij zijn opleiding, werk en sport. Zijn leefgebieden worden als stabiel omschreven. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij vindt dat interventies of toezicht niet nodig zijn.

De straf

Het is duidelijk geworden dat verdachte die avond een overmaat aan alcohol had gedronken, daartoe uitgedaagd door zijn vrienden. Tussendoor had hij ook nog drugs gebruikt. Hij heeft als gevolg daarvan nauwelijks nog herinnering aan het gebeuren. De volgende dag merkte hij dat er iets vervelends gebeurd moest zijn omdat van zijn vriendengroep niemand reageerde op zijn oproepen. Toen hem duidelijk werd wat er gebeurd was, heeft hij meteen zijn spijt betuigd aan aangeefster en alle anderen. Hij heeft geprobeerd het uit te praten, maar daarvoor was bij aangeefster geen ruimte meer. Het gebeuren, hoewel het hem valt toe te rekenen, heeft ook voor hem veel gevolgen gehad, zoals het wegvallen van zijn vriendengroep en het feit dat hij nu een strafblad heeft. Daar houdt de rechtbank rekening mee.

Gelet op al het voorgaande en de straffen die in soortgelijke zaken werden opgelegd, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uur passend. Deze taakstraf wordt vervangen door 25 dagen hechtenis als de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. Deze straf is lager dan geëist door de officier van justitie. Dit komt omdat de rechtbank (nog) meer rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij oprecht spijt heeft betuigd en daarna zijn levenswijze heeft aangepast om herhaling te voorkomen.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 30.219,00 aan materiële schade en € 1.250,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het bedrag aan materiële schade is opgebouwd uit de volgende posten:

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schadeposten is door de verdediging aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat beoordeling van deze schadeposten een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren en omdat onvoldoende is gebleken van een causaal verband tussen het strafbare feit en de opgelopen studievertraging van de benadeelde partij.

De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schade op het standpunt gesteld dat deze schadepost dient te worden gematigd. Hiertoe is aangevoerd dat in vergelijkbare gevallen een bedrag van € 500,00 wordt toegekend. Dit bedrag vindt ook aansluiting bij de Rotterdamse Schaal.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

De benadeelde partij stelt dat zij als gevolg van het strafbare feit studievertraging heeft opgelopen. Het handelen van verdachte heeft een terugval in depressieve klachten veroorzaakt waardoor zij na 23 maart 2025 geen studieresultaten meer heeft behaald. Dit heeft geleid tot één jaar studievertraging. De rechtbank oordeelt als volgt.

De benadeelde partij volgde de Hbo-opleiding leraar Nederlands. De vordering is onderbouwd met brieven tussen de benadeelde partij en de psychotherapeut en tussen de benadeelde partij en de studieloopbaanbegeleider. Eveneens zijn haar cijfers en behaalde studiepunten overgelegd. Uit de brief van de psychotherapeut blijkt dat de benadeelde partij direct na het strafbare feit een terugval heeft gekregen in depressieve klachten waardoor zij lamgeslagen was en enkele weken niet naar haar werk heeft kunnen gaan. Verder blijkt uit de informatie van de studieloopbaanbegeleider dat zij voor 23 maart 2025 haar studiepunten behaalde en dat zij in de periode hierna, tot juli 2025 geen studiepunten heeft behaald. Voor 23 maart 2025 was de verwachting dat de benadeelde haar eerste studiejaar zou behalen voor 1 augustus 2025. Vanwege haar afwezigheid na 23 maart 2025 is deze verwachting bijgesteld. Na augustus 2025 werd zij daarom opnieuw in leerjaar 1 geplaatst en niet in leerjaar 2. De rechtbank is van oordeel dat de overlegde stukken voldoende onderbouwen dat de benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit studievertraging heeft opgelopen.

Voor de bepaling van de omvang van de schade heeft de benadeelde partij aansluiting gezocht bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Hieruit volgt dat, in het geval van één jaar studievertraging op de hogeschool, een bedrag van € 27.525,00 geïndiceerd is. Van de zijde van verdachte zijn geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie kunnen dragen dat integrale toewijzing tot kennelijk onredelijke gevolgen zou leiden, hetgeen zou kunnen leiden tot matiging van het schadebedrag naar een bedrag dat wel redelijk is. De rechtbank mag een dergelijk verweer en de daarvoor benodigde feitelijke grondslag niet ambtshalve toepassen. Omdat in het onderhavige geval sprake is van één jaar studievertraging, zal de rechtbank de gevorderde kosten van € 27.525,00 toewijzen.

De rechtbank wijst wel op de vergaande consequenties die het hanteren van dit soort richtlijnen met forfaitaire schadebedragen kan hebben. Enerzijds is het begrijpelijk dat de rechtspraktijk behoefte heeft aan ‘hard and fast rules’ voor de vaststelling van dit soort type schade. Anderzijds is het ook wrang dat verdachte door zijn in een opwelling gepleegd onrechtmatig handelen van relatief beperkt ingrijpende aard, nu wordt geconfronteerd met een vergelijkenderwijs zeer hoge schadeclaim, die in beginsel niet direct kan worden gerelateerd aan hetgeen nu werkelijk is voorgevallen bij en rondom het bewezenverklaarde feit.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank eveneens het gevorderde bedrag voor het collegegeld van € 2.694,00 toewijzen. De rechtbank zal het aan materiële schade gevorderde bedrag dan ook in zijn geheel toewijzen.

Immateriële schade

Op grond van de wet komt immateriële schade onder meer voor vergoeding in aanmerking als de benadeelde partij “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” (artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek).

Verdachte heeft een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van de benadeelde partij. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Uit de door de benadeelde partij overgelegde stukken blijkt dat er sprake is van een aantasting in de persoon. Gelet op de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in soortgelijke zaken met een redelijk beperkte impact, toewijzen, acht de rechtbank een vergoeding van € 750,00 passend. De benadeelde partij zal voor het resterende bedrag niet ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Conclusie

De toe te wijzen bedragen zijn dus de volgende:

De rechtbank vermeerdert het toegewezen bedrag voor materiële schadevergoeding van

€ 30.219,00 met de wettelijke rente met ingang van 30 maart 2026, zijnde de datum van indiening van de vordering.

De rechtbank vermeerdert het toegewezen bedrag aan immateriële schade van

€ 750,00 met de wettelijke rente met ingang van 23 maart 2025, zijnde de pleegdatum van het feit.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f en 241 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 50 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

ten aanzien van de benadeelde partij [aangever]

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] :

- de materiële schade € 30.219,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de immateriële schade € 750,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 30.219,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2026, en € 750,00 aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 188 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.J.H. Hovens
  • mr. J.M. Breimer

Griffier

  • mr. A.A.M. Disberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand