ECLI:NL:RBGEL:2025:10008

ECLI:NL:RBGEL:2025:10008, Rechtbank Gelderland, 10-11-2025, 076661

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 076661
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0008804

Samenvatting

De meervoudige militaire kamer veroordeelt een 33-jarige oud-militair wegens het aanwezig hebben, vervoeren, verkopen, afleveren en verstrekken van MDMA. Daarnaast acht de militaire kamer bewezen dat hij twee messen aanwezig heeft gehad. De militaire kamer legt aan hem een taakstraf op van 40 uren en daarnaast een geldboete van 500 euro.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/076661-24

Datum uitspraak : 10 november 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [gebooredatum] 1992 in [geboortedatum] ,

wonende aan de [adres] ,

Raadsvrouw: mr. L. Janse, advocaat in 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2023 tot en met 18 juli 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Oirschot een of meerdere wapens van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes en/of een vlindermes voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 en feit 2 bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat – kort gezegd – niet kan worden vastgesteld dat de middelen die zijn opgenomen in de tenlastelegging ook daadwerkelijk middelen betroffen genoemd in lijst I of lijst II van de Opiumwet. Ten aanzien van feit 3 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de militaire kamer.

Beoordeling door de militaire kamer

Aanleiding

In het vierde kwartaal van 2023 zijn twee meldingen binnengekomen bij het Team Criminele Inlichtingen (verder: TCI), waarin werd aangegeven dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] – kort gezegd – drugs binnen de poorten van de kazerne in [plaats] haalde. Deze meldingen hebben geresulteerd in een uitgebreider onderzoek, waarbij onder meer de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn onderzocht.

Onderzoek telefoon

In de onder medeverdachte [medeverdachte] in beslag genomen Iphone 13 Pro zijn onder andere de volgende berichten aangetroffen in gesprekken tussen het nummer 31644855010 en het nummer [telefoonnummer 1]:

Verdachte heeft verklaard dat [telefoonnummer 1] zijn telefoonnummer is.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft tijdens zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee (verder: KMar) verklaard dat de Iphone 13 Pro zijn telefoon is en dat hij het nummer [plaats] gebruikt. Verder heeft [medeverdachte] verklaard dat hij op drie momenten harddrugs heeft gekocht bij verdachte. Dit ging in twee gevallen om XTC-pillen: éénmaal 60 en éénmaal 84 stuks. Medeverdachte [medeverdachte] gaf bij verdachte aan wat hij nodig had, verdachte gaf hierop aan wat dit moest kosten en een paar dagen later gaf verdachte de drugs op de kazerne aan medeverdachte [medeverdachte] . De Whatsapp-gesprekken vinden derhalve bevestiging in de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , die heeft verklaard dat hij op meerdere momenten harddrugs heeft gekocht bij verdachte.

Door de verdediging is het verweer gevoerd dat, nu er geen drugs zijn aangetroffen en geen (indicatieve) test heeft plaatsgevonden, er onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte middelen voorhanden heeft gehad die zijn verboden bij lijst I van de Opiumwet. Dit verweer kan naar het oordeel van de militaire kamer niet slagen, aangezien de aanwezigheid van drugs, althans een dergelijke (indicatieve) test, niet zonder meer vereist zijn om tot een bewezenverklaring te komen.

Conclusie

De militaire kamer acht op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat medeverdachte [medeverdachte] tweemaal een hoeveelheid XTC-pillen, oftewel: MDMA, heeft besteld bij verdachte. Hierop volgde een afspraak om de pillen af te leveren op de kazerne door verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] .

De militaire kamer acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte MDMA aanwezig heeft gehad, heeft vervoerd, verkocht, verstrekt en afgeleverd.

(partieel) vrijspraak feit 1 en 2

De militaire kamer spreekt verdachte partieel vrij voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op de overige drugs. Het procesdossier bevat Whatsappberichten waaruit afgeleid zou kunnen worden dat deze berichten over drugs gaan, maar geenszins valt op basis van enkel deze berichten vast te stellen om welke drugs dit gaat. Voorts ontbreekt het aan ander bewijs om ten aanzien van cocaïne, 4-MMC en 3-MMC tot een bewezenverklaring te komen.

Ten aanzien van feit 3:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal, p. 126-128;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2023 tot en met 18 juli 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 4 juli 2024 te Oirschot een of meerdere wapens van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een valmes en/of een vlindermes voorhanden heeft gehad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 4 van de Opiumwet, meermalen gepleegd.

feit 3:

handelen in strijd met art. 13 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot

een gevangenisstraf voor de duur van twee weken geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van honderd uren werkstraf subsidiair 50 dagen hechtenis. Tot slot heeft de officier van justitie ten aanzien van feit 3 gevorderd dat aan verdachte betaling van een geldboete van 250 euro wordt opgelegd, te vervangen door 5 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat moet worden meegewogen dat de getuigen hebben verklaard verdachte niet als een handelaar te zien. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat verdachte op grote schaal en voor financieel gewin harddrugs verkocht. Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de zaak bestuursrechtelijk al gevolgen heeft gehad voor verdachte, waarbij hij oneervol is ontslagen. Strafverminderend dient voorts het tijdsverloop te worden meegewogen.

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een taakstraf moet worden opgelegd.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben, vervoeren, verkopen, afleveren en verstrekken van harddrugs, te weten MDMA. Drugsgebruik zorgt maatschappelijk gezien voor veel schade en veroorzaakt problemen voor de gezondheid en verslavingsproblemen. Daarnaast houdt drugsgebruik de handel in drugs in stand. Deze handel gaat vaak direct of indirect gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft het feit gepleegd tijdens zijn diensttijd. Hij was op de hoogte van het zerotolerancebeleid dat binnen Defensie ten aanzien van drugs geldt, maar desondanks heeft hij harddrugs binnen de kazerne gebracht. Van militairen mag een andere houding ten opzichte van drugs en drugsgebruik worden verwacht. Verdachte heeft met zijn handelen het imago van zowel de Koninklijke Landmacht als van Defensie als geheel schade toegebracht.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte van 23 september 2025 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ten aanzien van de strafoplegging houdt de militaire rekening met de proceshouding van verdachte en met straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. De militaire kamer houdt bij de strafoplegging ook rekening met het feit dat onderhavige zaak verstrekkende gevolgen heeft gehad voor verdachte, namelijk zijn ontslag bij Defensie. De militaire kamer is van oordeel dat verdachte zich bewust had moeten zijn van zijn bijzondere positie als militair, waarbij hij een voorbeeldfunctie had. Alles overziend acht de militaire kamer een taakstraf van veertig uren en daarnaast een geldboete van 500 euro passend en geboden. Deze straf is lager dan de eis van de officier van justitie, nu de militaire kamer tot een andere bewezenverklaring is gekomen. De militaire kamer ziet voorts geen aanleiding tot het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, zoals door de officier van justitie is geëist, gelet op het tijdsverloop en het blanco strafblad van de verdachte.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c, 22d, 23, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet;

- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 40 (veertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

 legt op een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.M.H. Pennings

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?