ECLI:NL:RBGEL:2025:10009

ECLI:NL:RBGEL:2025:10009, Rechtbank Gelderland, 10-11-2025, 076723

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 076723
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001941

Samenvatting

De meervoudige militaire kamer veroordeelt een 33-jarige oud-militair wegens het aanwezig hebben en verstrekken van MDMA en legt hem daarvoor een taakstraf op van 30 uren

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/076723-24

Datum uitspraak : 10 november 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

Raadsman: mr. A.P. Knippenbergh, advocaat in Best.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2023 tot en met 18 juli 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 20 april 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat enkel een bewezenverklaring kan volgen voor de aanwezigheid van MDMA en dat verdachte voor het overige deel van de tenlastelegging partieel moet worden vrijgesproken.

Beoordeling door de militaire kamer

Aanleiding

In het vierde kwartaal van 2023 zijn twee meldingen binnengekomen bij het Team Criminele Inlichtingen (verder: TCI), waarin werd aangegeven dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] – kort gezegd – drugs binnen de poorten van de kazerne in [plaats] haalde. Deze meldingen, die geen zelfstandig bewijsmiddel vormen, hebben geresulteerd in een uitgebreider onderzoek, waarbij onder meer de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn onderzocht.

Onderzoek telefoon

In de onder verdachte in beslag genomen Iphone 13 Pro zijn onder andere de volgende berichten aangetroffen in gesprekken tussen het nummer [telefoonnummer 1] en het nummer [telefoonnummer 2]:

Verklaring verdachte

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de Koninklijke Marechaussee op 12 november 2024 (verder: KMar) verklaard dat de Iphone 13 Pro zijn telefoon is en dat hij het nummer [telefoonnummer 1] gebruikt. Verder heeft hij verklaard dat hij op drie momenten harddrugs heeft gekocht bij medeverdachte [medeverdachte] . Dit ging in twee gevallen om XTC-pillen: éénmaal 60 en éénmaal 84 stuks. Verdachte gaf bij medeverdachte [medeverdachte] aan wat hij nodig had, medeverdachte [medeverdachte] gaf hierop aan wat dit moest kosten en een paar dagen later gaf medeverdachte [medeverdachte] de drugs dan aan verdachte op de kazerne. Verdachte kocht de pillen ook wel in om aan vrienden door te verkopen.Conclusie

De militaire kamer acht op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tweemaal een hoeveelheid XTC-pillen, oftwel: MDMA, heeft gekocht van medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte bestelde de pillen via Whatsapp bij [medeverdachte] en [medeverdachte] leverde deze vervolgens aan verdachte af op de kazerne. De militaire kamer acht – gelet op de verklaring van verdachte – tevens bewezen dat verdachte deze XTC-pillen heeft verstrekt. Verdachte kocht een grote hoeveelheid in bij medeverdachte [medeverdachte] voor eigen gebruik, maar ook om de pillen door te verkopen aan vrienden.

(partieel) vrijspraak feit 1 en 2

De militaire kamer spreekt verdachte partieel vrij voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op de overige drugs. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de KMar verklaard over een derde keer waarbij sprake zou zijn van andersoortige drugs, echter heeft hij dat op de terechtzitting ontkend. Het procesdossier bevat Whatsappberichten waaruit afgeleid zou kunnen worden dat deze berichten over drugs gaan, maar geenszins valt op basis van enkel deze berichten vast te stellen om welke drugs dit gaat. Voorts ontbreekt het aan ander bewijs om ten aanzien van cocaïne, 4-MMC en 3-MMC tot een bewezenverklaring te komen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2023 tot en met 18 juli 2023 te Oirschot, Eindhoven en/of te Oss, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC,

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 10 lid 4 van de Opiumwet, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot het verrichten van 80 uren werkstraf subsidiair 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij een bewezenverklaring aan verdachte een lagere taakstraf moet worden opgelegd dan door de officier van justitie is geëist. Verder heeft de raadsman bepleit om geen voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en verstrekken van harddrugs, te weten MDMA. Drugsgebruik zorgt maatschappelijk gezien voor veel schade en veroorzaakt problemen voor de gezondheid en verslavingsproblemen. Daarnaast houdt drugsgebruik de handel in drugs in stand. Deze handel gaat vaak direct of indirect gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Verdachte heeft het feit gepleegd tijdens zijn diensttijd. Hij was op de hoogte van het zerotolerancebeleid dat binnen Defensie ten aanzien van drugs geldt, maar desondanks heeft hij harddrugs binnen de kazerne gebracht. Van militairen mag een andere houding ten opzichte van drugs en drugsgebruik worden verwacht. Verdachte heeft met zijn handelen het imago van zowel de Koninklijke Landmacht als van Defensie als geheel schade toegebracht.

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte van 23 september 2025 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ten aanzien van de strafoplegging houdt de militaire kamer rekening met de proceshouding van verdachte en met straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. De militaire kamer houdt bij de strafoplegging ook rekening met het feit dat onderhavige zaak verstrekkende gevolgen heeft gehad voor verdachte, namelijk zijn ontslag bij Defensie. De militaire kamer is van oordeel dat verdachte zich bewust had moeten zijn van zijn bijzondere positie als militair, waarbij hij een voorbeeldfunctie had. Tegelijkertijd valt het verdachte te prijzen dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen ten aanzien van de hem verweten gedragingen.

Alles overziend acht de militaire kamer een taakstraf van dertig uren passend en geboden. Deze straf is lager dan de eis van de officier van justitie, nu de militaire kamer tot een andere bewezenverklaring is gekomen. De militaire kamer ziet voorts geen aanleiding tot het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, zoals door de officier van justitie is geëist, gelet op het tijdsverloop, de lessen die verdachte lijkt te hebben geleerd en het blanco strafblad van de verdachte.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet.

9. De beslissing

De militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 30 (dertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.M.H. Pennings

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?