RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/880477-19
Datum uitspraak : 17 maart 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1958 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman (strafzaak): mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem.
Raadsman (ontneming): mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat in Hoofddorp.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 8 april 2016 tot en met 1 april 2019, te Velserbroek, in elk geval in Nederland, een voorwerp/voorwerpen, te weten: - een hoeveelheid geld (ongeveer 38.485,00) en/of - een voertuig (merk: Mercedes, kenteken [kenteken] ),heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
2. De standpunten
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat in de periode van 8 april 2016 tot en met 1 april 2019 in totaal € 38.485,- aan contante stortingen door verdachte zijn gedaan. Verdachte heeft het voertuig met kenteken [kenteken] op 19 maart 2018 gekocht voor een bedrag van € 11.737,-. Dit bedrag is contant betaald. Dat dergelijke contante geldbedragen op de bankrekening zijn gestort en uitgegeven, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen. Van verdachte mag daarom worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.
Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf zijn 22e een kluis bij de ABN AMRO heeft gehad en veel geld heeft gespaard. Hij ontving zijn salaris contant. Daarnaast handelde verdachte in auto’s en de contante winst deed hij in de kluis. In 2006 heeft hij een erfenis ontvangen van zijn moeder. Daarvan heeft hij contante opnames gedaan en het geld in de kluis gedaan. In 2016 is verdachte gestopt met zijn baan en is hij gaan leven van het geld uit de kluis. Hij deed contante stortingen in verband met de betaling van de vaste lasten. In 2018 heeft hij de auto gekocht met geld uit de kluis. In 2019 was het geld op en heeft verdachte een uitkering aangevraagd. Tijdens de zitting van 22 april 2024 is door de verdediging een kopie van bankafschriften van de kasopnames overgelegd van andere bankrekeningen dan waarnaar door de politie onderzoek is gedaan. Nader onderzoek naar die bankrekeningen bleek wegens verloop van tijd niet meer mogelijk te zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Niet kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde feit.
4. De beslissing
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.