ECLI:NL:RBGEL:2025:10018

ECLI:NL:RBGEL:2025:10018, Rechtbank Gelderland, 17-04-2025, 331776

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 17-04-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer 331776
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0004825 BWBR0006622

Samenvatting

Veroordeling art. 6 WVW met de dood tot gevolg

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.331776.24

Datum uitspraak : 17 april 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsvrouw: mr. P. Hoesstee, advocaat in Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 10 maart 2024 te Azewijn in de gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Ulft, gaande in de richting van de T-aansluiting van de Meilandsedijk (N816) met de Op den Dam, daarmede rijdende over de weg de Meilandsedijk (N816), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden,hierin bestaande dat verdachte,terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/ofterwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/ofterwijl hij de T-aansluiting (van de Meilandsedijk (N816)) met de Op den Dam naderde en/ofterwijl een ander voertuig (personenauto) vanaf de Op den Dam linksaf wilde slaan de Meilandsedijk (N816) richting Ulft, en/of hij (verdachte) dit voertuig al had waargenomen en/of- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of- voornoemd T-aansluiting is benaderd met een gemiddelde snelheid ongeveer gelegen tussen de 123 en 126 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- niet heeft geremd en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie en/of- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto)en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) werden gedood;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 10 maart 2024 Azewijn in de gemeente Montferland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Ulft, gaande in de richting van de T-aansluiting van de Meilandsedijk (N816) met de Op den Dam, daarmede rijdende over de weg de Meilandsedijk (N816),- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of- voornoemd T-aansluiting is benaderd met een gemiddelde snelheid ongeveer gelegen tussen de 123 en 126 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- niet heeft geremd en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie en/of- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto)en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op 10 maart 2024 Azewijn in de gemeente Montferland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Ulft, gaande in de richting van de T-aansluiting van de Meilandsedijk (N816) met de Op den Dam, daarmede rijdende over de weg de Meilandsedijk (N816),- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of- voornoemd T-aansluiting is benaderd met een gemiddelde snelheid ongeveer gelegen tussen de 123 en 126 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- niet heeft geremd en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie en/of- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/ofis gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto)en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 10 maart 2024 vond op de Meilandsedijk (N816) in Azewijn, gemeente Montferland, een ongeluk plaats tussen een Audi en een Hyundai. Verdachte kwam als bestuurder van de Audi vanuit de richting van Ulft en ging in de richting van de T-aansluiting van de Meilandsedijk met de Op den Dam om daar rechtdoor te gaan. Verdachte was beginnend bestuurder en hij was goed bekend met de verkeerssituatie ter plaatse. De Hyundai reed voorafgaand aan het ongeval over de Op den Dam en ging in de richting van voornoemde T-kruising. Hier was de bestuurder van de Hyundai voornemens om linksaf te slaan en de N816 op te rijden in de richting van Ulft. De bestuurder van de Hyundai verleende de bestuurder van de Audi geen voorrang. Beide voertuigen kwamen op het kruisingsvlak met elkaar in botsing. De inzittenden van de Hyundai, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , kwamen bij dit ongeval om het leven.

Ten tijde van het ongeval was het daglicht. Het weerbeeld was droog en helder. Beide partijen hebben elkaar vrij goed moeten kunnen zien naderen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft verzocht verdachte partieel vrij te spreken van de roekeloosheid en stelt zich op het standpunt dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Allereerst is verdachte voldoende op het verkeer blijven letten. Hij heeft namelijk verklaard dat hij de Hyundai zag en dacht dat die bij de haaientanden zou gaan stoppen. Ten tweede was verdachte weliswaar met zijn telefoon aan het filmen, hij bleef echter “gewoon” door de voorruit kijken om het verkeer in de gaten te houden. Ten derde kan de daadwerkelijk gereden snelheid niet worden vastgesteld. Een boordsnelheidsmeter is namelijk door het Nederlands Meetinstituut niet goedgekeurd als meetmiddel. Daarbij zaten er onder de auto van verdachte opvallend grote wielen, waardoor de conclusie van het forensisch onderzoek is dat onbekend is in welke mate de snelheidsmeter van de auto afweek. Ten vierde kan van verdachte niet worden verlangd dat hij had moeten remmen of zijn snelheid had moeten aanpassen, omdat hij op een voorrangsweg reed.

Verder ontbreekt het causaal verband. De bestuurder van de Hyundai naderde een voorrangsweg en had verdachte voorrang moeten verlenen. Dat de bestuurder van de Hyundai een inschattingsfout heeft gemaakt, kan verdachte niet worden aangerekend.

Als de rechtbank dit standpunt niet volgt, moet verdachte partieel worden vrijgesproken van de ten laste gelegde roekeloosheid. De raadsvrouw bepleit eveneens vrijspraak van het subsidiair ten laste gelegde.

De beoordeling door de rechtbank

Oplettendheid

De telefoon van verdachte is onderzocht. De gebeurtenissen op de telefoon zijn hieronder in een tabel weergegeven, waarbij ‘Touching = l’ het moment is dat de gebruiker het scherm aanraakt en ‘Touching =0’ het moment dat de gebruiker het scherm loslaat.

Uit de opgenomen video met de naam ‘EF178DFE-41B8-41CB-9BDD-24C538232C84.mp4’

(volgnummer 69) blijkt dat er vanuit de auto van verdachte gefilmd is uit de richting van de bestuurder, aan zijn rechterkant. Tijdens het filmen via de Snapchat-applicatie moet de record-knop worden vastgehouden. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon in de auto met de hand bedient terwijl hij hem in de hand vast houdt en dat hij de seconden voor het ongeluk met zijn telefoon in zijn hand een Snapchatfilmpje aan het maken was.

De rechtbank is op basis van voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte vanaf bijna vier minuten tot één seconde vóór het verkeersongeval zijn telefoon heeft bediend terwijl hij aan het rijden was. Hij had dus niet zijn volle aandacht bij het verkeer, maar werd afgeleid door zijn handmatig telefoongebruik.

Snelheid

De videobeelden ‘EF178DFE-41B8-41CB-9BDD-24C538232C84.mp4’ tonen 5 seconden lang het rijgedrag van de bestuurder van de Audi over ruwweg de laatste 160 meter voorafgaand aan het ongeval. De beelden tonen een gedeelte van het dashboard van de Audi, waarop de snelheid is te zien, en het zicht vanuit dit voertuig naar voren.

Op het moment dat de Audi zich ruwweg 160 meter bevindt van de T-aansluiting, waar het ongeval plaatsvond, is de weergegeven snelheid op het dashboard 123 km/u. Op het moment dat de Audi zich ruwweg 120 meter van de plaats van de botsing bevindt, is de weergegeven snelheid 126 km/u. Het laatste fragment toont de Audi en de Hyundai zeer kort voor de botsing. Het dashboard van de Audi geeft een snelheid van 129 km/u aan. De Hyundai staat nu op het punt om het kruisingsvlak op te rijden. De afstand van de Audi tot de T-aansluiting waarop het ongeval plaatsvond, is nog ruwweg 25 meter.

Verdachte heeft verklaard dat hij de Hyundai zag rijden en dat hij geen snelheid geminderd heeft omdat hijverwachtte dat de Hyundai zou stoppen nu hijzelf op een voorrangsweg reed.

De maximum toegestane snelheid op de Meilandsedijk bedroeg 80 km/uur.Op het wegdek werden geen remsporen waargenomen.

Tijdens het technische onderzoek aan de Audi zagen de verbalisanten dat er opvallend grote wielen onder Audi gemonteerd waren. De velgen van de Audi waren voorzien van banden in de maat 255/35 R19. De rolomtrek van deze banden was circa 2077 mm en viel buiten de tolerantie van de snelheidsmeter. Een te grote rolomtrek zal er in resulteren dat de snelheid die door het voertuig geregistreerd wordt verhoudingsgewijs lager is dan door de fabrikant bedoeld. Het verschil tussen de maximum omtrek en de gemonteerde omtrek was 3,2 centimeter en 1,56%. Een snelheidsmeter van een personenauto is zo ontworpen dat deze altijd een te hoge snelheid weergeeft.Onbekend is in welke mate de snelheidsmeter van de Audi fabrieksmatig afweek. De voor de snelheidsmeter te grote bandmaat zal de afwijking van de snelheidsmeter waarschijnlijk deels of geheel opgeheven hebben.

De rechtbank is op basis van bovenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte 6 tot 1 seconde voorafgaand aan het verkeersongeval ongeveer van 123 tot 129 km/u heeft gereden, terwijl de maximum toegestane snelheid 80 km/u bedroeg, en de snelheid opliep. Dat er wielen met een grote bandmaat onder de auto zaten doet aan deze conclusie niets af. Gelet op het aangehaalde proces-verbaal van forensisch onderzoek verkeer zou, als de bandmaat al een afwijking van de snelheidsmeter zou geven, de werkelijke snelheid hoger hebben gelegen dan de snelheidsmeter aangaf. Niet lager, Verdachte heeft dus minstens ongeveer 123 tot 129 km/u gereden.

Schuld aan het verkeersongeval

Voor een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) moet worden vastgesteld dat de verdachte zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, ten gevolge waarvan iemand is gedood, zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van gedragingen, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts verdient opmerking dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte meerdere verkeersovertredingen heeft begaan. De ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/u is door verdachte met ongeveer 43 km/u tot 49 km/u overschreden en verdachte heeft tot één seconde voorafgaand aan het verkeersongeval zijn telefoon vanuit zijn hand bediend, terwijl van verdachte met deze snelheid extra oplettendheid en voorzichtigheid mag worden verwacht. Daarbij komt dat verdachte zag dat de Hyundai de voorrangsweg naderde en verdachte zijn zeer hoge snelheid niet heeft aangepast. De rechtbank is van oordeel dat deze opeenvolging van verkeersovertredingen maken dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden.

Uit het onderzoek van de politie komt naar voren dat de bestuurder van de Hyundai een inschattingsfout heeft gemaakt door de auto van verdachte geen voorrang te verlenen. De verdediging heeft de suggestie gedaan dat die inschattingsfout mogelijk is veroorzaakt door de medische situatie van de bestuurder van de Hyundai; sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Parkinson. Deze suggestie wordt weerlegd door de bevindingen van de politie die uitwijzen dat de inschattingsfout is te verklaren door de zeer hoge snelheid van verdachte. Dat wordt ondersteund door de simulatie die de politie heeft gemaakt aan de hand van de videobeelden, om te onderzoeken wat de invloed van de snelheid van de Audi op het ongeval was. De simulatie doet vermoeden dat de Hyundai zijn links afslaande manoeuvre veilig had kunnen maken als verdachte zich gehouden had aan de maximum snelheid van 80 km/u. De bestuurder van de Hyundai had geen rekening hoeven te houden met een auto die de maximum toegestane snelheid zo zeer aanzienlijk overschreed.

Bewezen is daarom dat het verkeersongeval, als gevolg waarvan de heer [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2] zijn overleden aan de schuld van verdachte te wijten is.

Het verkeersgedrag van de verdachte is naar het oordeel van de rechtbank echter juridisch niet aan te merken als roekeloos. Voor een bewezenverklaring van roekeloosheid is onder meer vereist dat de verkeersregels in ernstige mate geschonden zijn. Het bedienen van de telefoon en te hard rijden in de seconden voor de aanrijding acht de rechtbank, in de gegeven omstandigheden, een rustige, overzichtelijke voorrangsweg, waarbij verdachte zijn aandacht ook bij het verkeer had en de Hyundai had gezien, daarvoor onvoldoende, net als de officier van justitie en de raadsvrouw. Wel is sprake van een zeer hoge mate van schuld.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 10 maart 2024 te Azewijn in de gemeente Montferland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van Ulft, gaande in de richting van de T-aansluiting van de Meilandsedijk (N816) met de Op den Dam, daarmede rijdende over de weg de Meilandsedijk (N816), roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden,

hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of

terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of

terwijl hij de T-aansluiting (van de Meilandsedijk (N816)) met de Op den Dam naderde en/of

terwijl een ander voertuig (personenauto) vanaf de Op den Dam linksaf wilde slaan de Meilandsedijk (N816) richting Ulft, en/of hij (verdachte) dit voertuig al had waargenomen en/of

- niet of onvoldoende heeft opgelet op het overige verkeer en/of het overstekende verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of

- in strijd met artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een mobiel elektronisch apparaat (een telefoon) heeft vastgehouden en/of deze telefoon heeft gebruikt en/of bediend en/of

- voornoemde T-aansluiting is genaderd met een gemiddelde snelheid ongeveer gelegen tussen de 123 en 126 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- niet heeft geremd en/of zijn snelheid niet of onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van de door hem bestuurde personenauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) werden gedood.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd voor de bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft als beginnend bestuurder zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gereden en hierdoor een ernstig verkeersongeval veroorzaakt, waardoor het echtpaar in de andere auto, mevrouw [slachtoffer 2] en de heer [slachtoffer 1] , is overleden. Verdachte reed met een snelheid van ongeveer 123 t/m 129 km/u, terwijl de toegestane snelheid 80 km/u bedroeg, en heeft tot een seconde vóór het verkeersongeval met zijn telefoon een filmpje gemaakt van hoe hard hij reed. Door de zeer hoge snelheid van verdachte heeft de bestuurder van de andere auto de situatie niet goed kunnen inschatten en is de voorrangsweg opgereden, waarna de auto’s met elkaar in botsing zijn geraakt. De rechtbank rekent het handelen van verdachte hem zeer zwaar aan.

Verdachte heeft met zijn gedragingen diep en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van mevrouw [slachtoffer 2] en de heer [slachtoffer 1] , zoals blijkt uit de indrukwekkende slachtofferverklaringen die door en namens hen op de zitting zijn voorgelezen. Het verdriet is groot en de familie mist het echtpaar nog iedere dag. Wat hen daarnaast hard raakt is dat verdachte hun lange tijd het gevoel gaf dat niet hij, maar de heer [slachtoffer 1] het ongeval had veroorzaakt. De familie vindt dit heel teleurstellend en onbegrijpelijk. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf hun leed zal kunnen wegnemen.

De rechtbank weegt verder mee dat verdachte nog relatief jong is en bezig is zijn leven op te bouwen. Daarnaast zal hij zijn leven lang met zich meedragen dat hij twee mensen het leven heeft ontnomen. De rechtbank heeft gezien dat de slachtofferverklaringen verdachte hebben geraakt.

De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend, met uitzondering van de onvoorwaardelijke duur van de rijontzegging. De rechtbank houdt er meer dan de officier van justitie rekening mee dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft bij zijn werk. Alles overwegend acht de rechtbank passend een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, en een rijontzegging voor de duur van 3 jaar, waarvan 2 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren;

 bepaalt dat een gedeelte van deze rijontzegging, te weten 2 jaren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.P.T. Blokhuis
  • mr. R.M. Schoo

Griffier

  • mr. T.J. Schoen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?