RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05-112532-20
Datum uitspraak: 20 januari 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[Betrokkene ] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in de RIBW aan de [adres] in [verblijfplaats] .
Raadsvrouw: mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is op 20 januari 2021 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 20 januari 2021 en voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 19 januari 2024.
Bij vordering van 28 november 2024, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op
dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd
voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 20 januari 2025 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat er veel dingen goed gaan. Betrokkene heeft inzicht in zijn valkuilen, prettige dagbesteding op een zorgboerderij en hij staat open voor hulp. Uit de adviezen blijkt echter dat hij er nog niet is en dat vervolgstappen in een rustig tempo genomen moeten worden.
De raadsvrouw van betrokkene sluit zich aan bij het standpunt van de officier, de reclassering en de psychiater om te verlengen met één jaar. Betrokkene wil dit zelf ook graag.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege een poging tot doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis, een psychotische stoornis, een trauma-gerelateerde stoornis en een stoornis in cannabisgebruik, thans in vroege remissie in een gereguleerde omgeving.
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is in maart 2022 verhuisd naar de RIBW in [verblijfplaats] en wordt begeleid door Kairos. Momenteel woont hij hier nog steeds en hij mag hier blijven, ook wanneer de terbeschikkingstelling beëindigd wordt. Hij heeft goed contact met zijn medebewoners en hij wordt goed begeleid. Betrokkene heeft dagbesteding op een zorgboerderij waar hij drie keer per week naar toe gaat. In april 2024 is betrokkene door de begeleiders van de RIBW betrapt op het weggooien van een lege fles alcohol. Hij heeft desgevraagd toegegeven aan de begeleiding dat hij alcohol had gedronken. Betrokkene gaf aan dat dit in een opwelling gebeurde en dat hij de fles in één keer had leeggedronken. Hij weet dat dit niet mag, maar de zucht naar alcohol was op dat moment groot. Het lukt betrokkene nog niet om zonder hulp van derden weerstand te bieden aan deze zucht. De reclassering heeft hem een berisping gegeven en daarna moest hij wekelijks urinecontroles doen. Deze controles waren telkens negatief. Daarnaast is betrokkene in het afgelopen jaar eenmaal vergeten om zijn avondmedicatie in te nemen. Begeleiding en controle blijven belangrijk om dergelijke incidenten te voorkomen.
Los van deze incidenten is betrokkene een persoon die openstaat voor hulpverlening en ook inziet dat hij deze nodig heeft om de risico’s tegen te gaan. Betrokkene wordt iedere avond door zijn begeleiders bezocht en dan bespreken zij de dag. Betrokkene heeft oog voor zijn valkuilen en ziet dat hij soms impulsief is en moeilijk ‘nee’ kan zeggen. Betrokkene is nog niet volledig psychosevrij, waardoor het cruciaal is dat hij leert om op tijd de begeleiding in te schakelen wanneer hij zucht naar middelen ervaart. In de toekomst wil betrokkene werken aan het bespreekbaar maken van eventuele terugvallen in alcoholgebruik of het vergeten van zijn avondmedicatie. Daarnaast wil betrokkene uiteindelijk van de maatregel terbeschikkingstelling af, maar momenteel ervaart hij deze als een veilige stok achter de deur die hem garandeert dat er zorg en begeleiding voor hem is. Het wordt duidelijk dat een extern kader van zorg en voorwaarden nog nodig is om het risico op psychische ontregeling, en daaruit voortkomend gewelddadig gedrag, tegen te gaan. Door de reclassering en door de psychiater wordt geadviseerd om de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met één jaar.
De deskundige heeft het advies ter zitting toegelicht in die zin dat betrokkene het afgelopen jaar enkele misstappen heeft begaan, maar dat er sindsdien geen gebruik meer is geconstateerd. Betrokkene is weer stabiel. De maatregel terbeschikkingstelling is nog nodig om te voorkomen dat de structuur wegvalt en betrokkene hierdoor ontregeld raakt.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de psychiater volgt dat de kans op herhaling van gewelddadig gedrag binnen de maatregel terbeschikkingstelling als laag kan worden ingeschat. Bij het wegvallen van deze maatregel kan het risico oplopen tot matig, nu betrokkene nog te weinig vaardigheden bezit om een terugval in middelengebruik te voorkomen en deze bespreekbaar te maken. Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de beschermende factoren ervoor zorgen dat het risico op gewelddadig gedrag in de huidige context als laag wordt ingeschat. Het risico op psychotische ontregeling en gewelddadig gedrag kan oplopen tot matig wanneer de externe structuur wegvalt. Er is dan sprake van overprikkeling, stress en een gebrek aan zorg. Om het recidiverisico aanvaardbaar laag te houden is het nodig dat betrokkene preventieve hulpverlening blijft ontvangen zodat er kan worden ingegrepen bij decompenseren in (pre)psychose.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling nog onverminderd aanwezig is.
Conclusie
Uit de rapportages en wat ter zitting is besproken, blijkt dat betrokkene stappen in de goede richting zet, maar dat aan de criteria voor verlenging nog steeds is voldaan. De rechtbank is verder van oordeel dat een geleidelijke weg de grootste kans van slagen zal hebben. Wanneer betrokkene een stabiele lijn blijft vertonen, kan wellicht volgend jaar worden bekeken of de zorg mogelijk kan worden overgeheveld naar de GGZ met een WLZ-indicatie en of er dan termen aanwezig zijn voor een zorgmachtiging.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel eisen. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met één jaar verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [Betrokkene ] met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.T.G. van Wandelen, als voorzitter, mr. Y. Yeniay-Cenik en mr. J.M. Hollebrandse, als rechters in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 januari 2025.
De griffier is buiten staat mede te ondertekenen