RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11528565 \ CV EXPL 25-977
Vonnis van 24 september 2025
in de zaak van
ZORGKANTOOR MARIPOSA V.O.F.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Mariposa,
gemachtigde: Alkema - Vloet - Kuijpers Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. P.G.W. van Wees.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Partijen hebben op 1 september 2023 een ‘woon-zorgovereenkomst short stay’ gesloten, op basis waarvan [gedaagde] van Mariposa vanaf 11 september 2023 het appartement aan [adres 1] te [woonplaats] (hierna: het gehuurde) heeft gehuurd.
Op 10 oktober 2023 heeft [bedrijf 1] . de defecte rookmelder in het gehuurde vervangen. Op de betreffende factuur ten bedrage van € 1.161,87 staat als omschrijving “basesounder en rookmelder vervangen i.v.m. vervuiling door wierrook.” Mariposa heeft deze rekening betaald.
[gedaagde] heeft vanaf november 2023 een huurachterstand laten ontstaan.
De huurovereenkomst is inmiddels beëindigd en [gedaagde] heeft het gehuurde verlaten.
De huurachterstand was aan het einde van de huurovereenkomst opgelopen tot een bedrag van € 3.125,00.
Bij brief van 16 juli 2024 heeft de gemachtigde van Mariposa [gedaagde] aangemaand tot betaling van een bedrag van € 4.286,87 aan hoofdsom en € 155,78 aan rente. Daarnaast zijn de buitengerechtelijke incassokosten aangezegd indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen zou betalen. Omdat betaling uitbleef, volgde op 1 augustus 2024 een tweede brief van de gemachtigde van Mariposa waarin ook betaling van de buitengerechtelijke incassokosten is gevorderd. Vervolgens heeft correspondentie tussen de gemachtigden van partijen plaatsgevonden.
[gedaagde] is niet tot betaling van enig bedrag overgegaan.
3. Het geschil
Mariposa vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan Mariposa te betalen een bedrag van € 5.265,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.286,87 vanaf 21 januari 2025 totdat alles is betaald, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Mariposa legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst de achterstallige huurtermijnen van in totaal € 3.125,00, te vermeerderen met de daarover verschenen rente, alsnog dient te voldoen. Daarnaast moet [gedaagde] de kosten voor het vervangen van de rookmelder van € 1.161,87 betalen op basis van de op de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Tot slot dient zij de door Mariposa gemaakte buitengerechtelijke incassokosten te voldoen.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, behoudens het deel dat ziet op de achterstallige huurtermijnen, met compensatie van de proceskosten.
[gedaagde] erkent de verschuldigdheid van de huurachterstand. Zij maakt echter bezwaar tegen de gevorderde herstelkosten. [gedaagde] betoogt dat zij niet aansprakelijk is voor het defect aan de rookmelder en dat het ook niet redelijk en billijk is dat deze kosten voor haar rekening komen. Het deel van de vordering dat ziet op de buitengerechtelijke incassokosten moet ook worden afgewezen, omdat de door de gemachtigde van Mariposa verrichtte handelingen alleen voorbereidingen zijn geweest op een gerechtelijke procedure, aldus [gedaagde] .
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
[gedaagde] moet de achterstallige huurtermijnen betalen
[gedaagde] erkent dat zij nog een bedrag van € 3.125,00 aan achterstallige huurtermijnen aan Mariposa moet voldoen. De kantonrechter zal haar daartoe veroordelen. Ook is [gedaagde] de hierover verschenen wettelijke rente verschuldigd, steeds vanaf de respectievelijke vervaldata van de huurtermijnen tot aan de dag van betaling.
[gedaagde] hoeft de vervangingskosten voor de rookmelder niet te betalen
De kantonrechter stelt voorop dat op Mariposa, die zich beroept op het rechtsgevolg van haar stelling dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade aan de rookmelder, op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de stelplicht en de bewijslast rust van die stelling. Mariposa heeft in de dagvaarding gesteld dat de herstelkosten van de rookmelder op grond van de huurovereenkomst voor rekening van [gedaagde] komen. Vervolgens heeft zij in de conclusie van repliek gesteld dat [gedaagde] aansprakelijk is voor deze kosten op grond van artikel 13.1 van de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde ‘Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ (hierna: AB) en dat [gedaagde] op basis van dat artikel aansprakelijk is, “uitgaande van de factuur waaruit volgt dat de rookmelder/base sounder defect zijn geraakt door toedoen van [gedaagde] .”
De kantonrechter constateert dat artikel 13.1 AB de huurder verplicht tot onverwijlde inkennisstelling van (dreigende) schade. Dit artikel biedt dan ook geen grondslag voor dit deel van de vordering. Voor zover Mariposa heeft bedoeld te verwijzen naar artikel 13.6 AB, dat ziet op de aansprakelijkheid van schade aan het gehuurde, overweegt de kantonrechter het volgende. Artikel 13.6 AB bepaalt dat de huurder aansprakelijk is voor schade die is ontstaan door een aan hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst, waarbij alle schade (behalve brandschade) wordt vermoed daardoor te zijn ontstaan. Dit artikel sluit aan bij artikel 7:218 lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin een gelijkluidend wettelijk bewijsvermoeden is opgenomen. Het betoog van [gedaagde] dat artikel 13.6 AB (zij noemt in haar conclusie van dupliek artikel 13.1 AB, maar de kantonrechter begrijpt dat ook zij hier eigenlijk artikel 13.6 AB bedoelt) onredelijk is, gaat dan ook niet op.
Nu sprake is van een bewijsvermoeden ligt het op de weg van [gedaagde] om tegenbewijs te leveren. [gedaagde] betwist dat door haar toedoen schade is ontstaan aan de rookmelder. Volgens haar kan dat ook haast niet, aangezien zij pas een kleine maand in het appartement woonde toen de rookmelder is vervangen. [gedaagde] heeft daarnaast aangevoerd dat er reeds vóór haar intrek in het gehuurde klachten waren van andere bewoners over de rookmelder en dat zij zelf ook vanaf de aanvang van de huurovereenkomst storingen ervaarde. Mariposa heeft vervolgens in haar conclusie van repliek volstaan met het verwijzen naar de factuur waarop staat dat de rookmelder en base sounder zijn vervangen in verband met vervuiling door wierrook. Zij heeft de door [gedaagde] gestelde feiten en omstandigheden over de eerdere klachten over de rookmelder echter onweersproken gelaten. Gelet hierop heeft [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter voldoende twijfel laten ontstaan over de oorzaak van de schade en heeft Mariposa daardoor niet aan de op haar rustende bewijslast voldaan. De kantonrechter zal het deel van de vordering dat ziet op de vervangingskosten van de rookmelder daarom afwijzen.
[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
Mariposa vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Mariposa heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het verweer van [gedaagde] dat Mariposa alleen voorbereidende handelingen heeft verricht voor deze gerechtelijke procedure gaat niet op. Daarom zal dit deel van de vordering worden toegewezen, met dien verstande dat de kosten alleen worden berekend over de toe te wijzen hoofdsom van € 3.125,00. Dat resulteert in een toe te wijzen bedrag van € 529,38.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Mede doordat zij heeft nagelaten de huurachterstand aan Mariposa te voldoen, terwijl zij daartoe wel verplicht was, heeft Mariposa zich immers genoodzaakt gezien deze gerechtelijke procedure te starten.
Het in de dagvaardingskosten opgevoerde bedrag van € 1,00 aan CCBR wordt afgewezen, omdat raadpleging van dit register gratis is, zodat geen sprake is van (noodzakelijke) verschotten. De proceskosten van Mariposa worden daarom begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.350,14
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Mariposa te betalen een bedrag van € 3.125,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende huurtermijnen tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Mariposa te betalen een bedrag van € 529,38 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.350,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.
41245 \ 53331