RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.000948.25
Datum uitspraak : 11 april 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats],
op dit moment gedetineerd in de P.I. [P.I.].
Raadsman: mr. R.A. Bos, advocaat in Hoofddorp.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 31 december 2024 te Zevenaar, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 78 bolletjes met een nettogewicht van in totaal 748,8 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- de kennisgeving van inbeslagneming, p. 70-71;
- het overdrachtsformulier goederen, p. 72;
- het proces-verbaal NFiDENT onderzoek verdovende middelen met bijlage, p. 77-80;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 28 maart 2025.
Verdachte heeft de bolletjes gekregen van een onbekend gebleven ander. Ook het ticket voor de bus is door een ander geboekt. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van bewuste en nauwe samenwerking met een ander.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 31 december 2024 te Zevenaar, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 78 bolletjes met een nettogewicht van in totaal 748,8 gram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat er een lagere gevangenisstraf wordt opgelegd dan door de officier van justitie is geëist. Zijn cliënt is vaker in Nederland geweest om te zoeken naar werk. Hij moet financieel bijdragen om zijn familie in Nigeria te kunnen onderhouden, maar omdat hij geen werk kon vinden, zag hij zich ertoe genoodzaakt om de drugs te smokkelen. Cliënt heeft een enorm gezondheidsrisico op de koop toegenomen en dat heeft hij gedaan omdat hij wanhopig was. Gezien de oriëntatiepunten van de rechtspraak zou cliënt zeven maanden gevangenisstraf opgelegd kunnen krijgen, maar vanwege voornoemde persoonlijke omstandigheden zou dit aanzienlijk lager moeten zijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft met hulp van onbekend gebleven personen in Nederland 78 bollen met heroïne geslikt en wilde deze via Duitsland naar Italië vervoeren.
Het is algemeen bekend dat harddrugs een verwoestende werking hebben op mensen die daarvan afhankelijk zijn en op de samenleving als geheel, mede door de criminaliteit die verbonden is aan en voortvloeit uit het gebruik van harddrugs. Verdachte is er door zijn handelswijze mede de oorzaak van dat die drugs beschikbaar blijven en dat de daarmee gepaard gaande overlast in stand blijft. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.
Verdachte heeft verklaard tot zijn daad te zijn gekomen vanwege een nijpende financiële situatie van hem en zijn familie. Het slikken van bolletjes is zeker niet zonder gevaar en kan zelfs de dood ten gevolg hebben. Dat verdachte bereid was een dergelijk risico te nemen, zegt iets over de wanhoop en de nijpende situatie waarin verdachte zich bevond. De rechtbank zal daar rekening mee houden bij het opleggen van de straf.
Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van
5 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;
beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment dat de opgelegde straf
gelijk is aan de tijd door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht.