ECLI:NL:RBGEL:2025:10122

ECLI:NL:RBGEL:2025:10122, Rechtbank Gelderland, 19-11-2025, C/05/453992 / HA ZA 25-281

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer C/05/453992 / HA ZA 25-281
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Burgerlijk procesrecht. Bevoegdheidsincident. Competentie kantonrechter. Omvang processtuk. Rechtbank ziet geen reden voor verwijzing of voor vervanging van de dagvaarding door een korter exemplaar.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/453992 / HA ZA 25-281

Vonnis in incident van 19 november 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ODYSSEY NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Odyssey,

advocaat: mr. J.A. Tuinman,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LINGOTTO NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Lingotto,

advocaat: mr. S. Pentinga.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de e-mail van de rechtbank van 6 augustus 2025

- de e-mail van Odyssey van 6 augustus 2025

- de e-mail van de rechtbank van 11 augustus 2025

- de tot onbevoegdverklaring, niet-ontvankelijkverklaring, althans inkorting van de dagvaarding strekkende incidentele conclusie- de conclusie van antwoord in het incident.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

De rechtbank is bevoegd

Partijen hebben ter zake van de ontwikkeling van het Opus-gebouw te Nijmegen als hotel en aansluitende verhuur ervan aan Odyssey, een zogenoemde Ontwikkelovereenkomst en een huurovereenkomst gesloten. In de Ontwikkelovereenkomst staat:

Geschillen tussen partijen zullen in eerste instantie aanhangig worden gemaakt bij de bevoegde burgerlijke rechter in het arrondissement Nijmegen.

Lingotto vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar de kamer voor kantonzaken, locatie Nijmegen. Dat baseert zij op het hiervoor geciteerde beding, dat zij uitlegt als een forumkeuze voor de kantonrechter te Nijmegen in de zin van art. 108 Rv. Hierin kan de rechtbank Lingotto niet volgen, reeds niet om het volgende. Niet in geschil is dat de rechtbank Gelderland hier de relatief bevoegde rechtbank is. Forumkeuze voor de kantonrechter, dus voor de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen, in plaats van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank is niet mogelijk (behoudens wellicht in het zich hier niet voordoende geval van prorogatie op de voet van art. 96 Rv). De wetgever heeft het takenpakket van de kantonrechter voorgeschreven. Het is niet aan partijen om daarin een andere, eigen keuze te maken.

Dit laat onverlet dat de rechtbank, zo nodig ambtshalve, dient na te gaan of de zaak op de voet van art. 71 Rv moet worden verwezen naar een kamer voor kantonzaken en, zo ja, naar welke locatie dan verwezen moet worden. Blijkens het partijdebat in het incident verschillen partijen erover of de zaak een huurovereenkomst betreft in de zin van art. 93 aanhef en onder c Rv. Zoals in art. 71 lid 3 Rv is bepaald moet de vraag of verwijzing nodig is dan worden beoordeeld aan de hand van een voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. Nu (nog) geen eis in reconventie is ingesteld kan met een dergelijke vordering op dit moment niet op de voet van art. 97 Rv rekening worden gehouden. Wat het onderwerp van het geschil betreft geldt het volgende.

Het Opus-gebouw dateert van 1922. Lingotto heeft het gebouw in eigendom verworven om het tot hotel te (laten) verbouwen en als zodanig te gaan verhuren. Odyssey heeft zich ertoe verbonden het gebouw na de verbouwing van Lingotto te gaan huren en als hotel te gaan exploiteren. De Ontwikkelovereenkomst strekte ertoe dat de verbouwing aan de wensen van partijen zou voldoen. In deze overeenkomst is geregeld welke partij welke werkzaamheden voor haar rekening neemt. Over dit laatste zijn gedurende de verbouwing geschillen gerezen. Partijen hebben ervoor gekozen het nodige werk niettemin te laten uitvoeren en om de geschilpunten na de oplevering alsnog te regelen of aan een bindend adviseur of de rechter ter beslissing voor te leggen, zodat het hotel in gebruik zou kunnen worden genomen en omzet zou kunnen genereren. Op 15 oktober 2022 is het hotel definitief opgeleverd en is de huur aangevangen.

De dagvaarding strekt kort gezegd ertoe dat Lingotto aan Odyssey zal betalen wat Odyssey per saldo te veel heeft betaald aan het nodige werk, zoals hiervoor bedoeld, en voorts dat Lingotto zal worden veroordeeld om de contractuele boete voor laattijdige vooroplevering uit art. 7.11, althans art. 7.4, en art. 7.5 van de Ontwikkelovereenkomst te voldoen. Naar voorlopig oordeel is het onderwerp van het geschil daarmee nu beperkt tot de rechtsverhouding uit de Ontwikkelovereenkomst en wat partijen daarover nader hebben afgesproken en betreft dit onderwerp niet ook de huurovereenkomst (in de zin van art. 103 Rv) tussen partijen. Dat in zowel de Ontwikkelovereenkomst als de huurovereenkomst is bepaald dat zij onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden maakt het voorgaande niet anders. Lingotto heeft verder opgeworpen dat het geschil over de vraag voor wiens rekening het nodige werk komt in wezen een vraag naar het opleveringsniveau van het gehuurde betreft en daarom samenhangt met de huurovereenkomst. Niet in geschil is echter dat het hotel is opgeleverd en dus aan de vereisten daarvoor voldeed. Het gaat in deze zaak nu om de vraag welke partij welke kosten moet dragen die daarvoor moesten worden gemaakt. Dit heeft met de huurovereenkomst als zodanig niet van doen. Niet in geschil is dat de zaak niet vanwege het beloop van de vorderingen door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist. Voor verwijzing naar de kamer voor kantonzaken ziet de rechtbank nu dus onvoldoende aanleiding.

Geen strijd met het procesreglement

Odyssey heeft bij e-mail van 6 augustus 2025 aan de rechtbank en Lingotto desgevraagd de noodzaak van de omvang van haar dagvaarding aan de rolrechter toegelicht. Bij e-mail van 11 augustus 2025 heeft de rolrechter partijen laten weten dat deze toelichting volstaat. Een bevel om het processtuk te vervangen, op de voet van art. 2.13 van het Landelijk procesreglement van 1 juli 2025, is niet gegeven. Van deze beslissing wordt, anders dan Lingotto lijkt te betogen, niet teruggekomen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de dagvaarding is betekend voordat het betreffende procesreglement in werking trad. Het betreft hier bovendien een discretionaire bevoegdheid van de rechter tegenover een partij en niet een voorschrift waarop een partij jegens haar wederpartij aanspraak kan maken en in welk verband hoor en wederhoor zouden moeten worden toegepast, nog daargelaten dat Lingotto gelegenheid had om in te spreken. Lingotto was bij voormelde e-mailcorrespondentie ingekopieerd. Lingotto vraagt bovendien de dagvaarding op een haar welgevallig wijze te laten herschrijven. Zij miskent daarmee dat het aan Odyssey is om te bepalen wat zij vordert en hoe zij die vordering toelicht. De dagvaarding blijft dus in de huidige vorm geaccepteerd.

De incidentele vorderingen zijn niet toewijsbaar. Lingotto zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident, waaronder de nakosten.

De hoofdzaak zal voor conclusie van antwoord worden verwezen naar de rol. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt Lingotto in de proceskosten, aan de zijde van Odyssey tot op heden begroot op € 792,00 (€ 614,00 aan salaris advocaat (1 punt, tarief II) + € 178,00 aan nakosten), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Lingotto niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 31 december 2025 voor conclusie van antwoord,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.

512/1547

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?