ECLI:NL:RBGEL:2025:10127

ECLI:NL:RBGEL:2025:10127, Rechtbank Gelderland, 05-11-2025, 11594574 CV EXPL 25-713

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 11594574 CV EXPL 25-713
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Apeldoorn
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Schadevergoedigsvordering ex artikel 6:162 BW als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaaknummer: 11594574 \ CV EXPL 25-713

Vonnis van 5 november 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. E.W.K. Horssius,

tegen

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

te Apeldoorn,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Achmea Schadeverzekeringen,

gemachtigde: mr. L. Schuurs.

1. Het verdere verloop van de procedure

Dit blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 juli 2025

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] is werkzaam als schade-expert en treedt in die hoedanigheid op als contra-expert aan de zijde van verzekerden.

3. Het geschil

[eiser] heeft naar aanleiding van het tussenvonnis van 14 mei 2025 aangegeven zijn vordering te willen beperken om zodoende de kantonrechter bevoegd te maken om daarvan kennis te nemen. Na beperking van de vordering vordert [eiser] - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voor zover mogelijk voorraad, Achmea Schadeverzekeringen zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 500,00 aan schadevergoeding, met veroordeling van Achmea Schadeverzekeringen in de proceskosten.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

Achmea Schadeverzekeringen dan wel medewerkers van Achmea Schadeverzekeringen heeft/hebben onrechtmatig tegenover [eiser] gehandeld. Achmea Schadeverzekeringen is op grond van artikel 6:162 BW en/of artikel 6:170 BW gehouden de schade te vergoeden die [eiser] daardoor heeft geleden.

Achmea Schadeverzekeringen voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad dient te zijn voldaan aan de volgende vijf vereisten: onrechtmatig handelen, toerekenbaarheid, schade, causaal verband tussen daad en schade en relativiteit. De stelplicht en bewijslast daarvan rusten op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op [eiser] .

[eiser] stelt dat Achmea Schadeverzekeringen dan wel een aantal van haar medewerkers onrechtmatig tegenover hem heeft/hebben gehandeld door op voorhand aan verzekerden te berichten dat Achmea Schadeverzekeringen de inschakeling van [eiser] als contra-expert niet zal accepteren, althans de daarvoor gemaakte kosten niet aan verzekerden zal vergoeden, omdat [eiser] in de ogen van Achmea Schadeverzekeringen niet voldoet aan de eisen die aan een bekwaam en redelijk handelend schade-expert mogen worden gesteld. Die werkwijze is in strijd met dwingend recht (artikelen 7:959 lid 1 en 7:963 lid 6 BW). De Hoge Raad heeft bepaald dat de beoordeling of de door een verzekerde gemaakte expertisekosten voor vergoeding in aanmerking komen enkel op basis van de dubbele redelijkheidstoets mag plaatsvinden. Dit maakt dat [eiser] niet vooraf en naar eigen inzicht van Achmea Schadeverzekeringen geweigerd mag worden als schade-expert. [eiser] is door deze onrechtmatige handelwijze inkomsten misgelopen. Dit is schade die Achmea Schadeverzekeringen dient te vergoeden, aldus [eiser] .

Achmea Schadeverzekeringen heeft de vordering van [eiser] gemotiveerd betwist. Achmea Schadeverzekeringen betwist in de eerste plaats dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Zij stelt zich op het standpunt dat het vrij haar stond verzekerden vooraf te informeren dat de kosten van [eiser] niet als in redelijkheid gemaakt zullen worden beschouwd. Daarbij heeft zij de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd. Van die toets maakt onderdeel uit of de inschakeling van [eiser] als expert redelijk is. Wat betreft Achmea Schadeverzekeringen is met de strafrechtelijke veroordeling van [eiser] voor verduistering/witwassen aangetoond dat [eiser] onvoldoende geschikt is om als betrouwbare, deskundige en integere contra-expert op te treden. Dat deze veroordeling vanwege een vormfout nog niet onherroepelijk is, doet daar volgens Achmea Schadeverzekeringen niet aan af. De beoordeling of inschakeling van een bepaalde contra-expert redelijk is, mag vooraf plaatsvinden. Het voorgaande leidt er volgens Achmea Schadeverzekeringen toe dat van een normschending geen sprake is. Mocht geoordeeld worden dat wel sprake is van een normschending, dan is volgens Achmea Schadeverzekeringen niet voldaan aan de eis van relativiteit: de wettelijke normen strekken hier immers ter bescherming van verzekerden en niet ter bescherming van [eiser] . Ook betwist Achmea Schadeverzekeringen de gestelde schade en het causaal verband. Het ligt volgens Achmea Schadeverzekeringen voor de hand dat de strafrechtelijke veroordeling van [eiser] op zichzelf al tot omzetverlies zou hebben geleid.

Het lag vervolgens op de weg van [eiser] om zijn vordering nader te onderbouwen. Daarin is hij niet geslaagd. Door Achmea Schadeverzekeringen is gemotiveerd betwist dat zij onrechtmatig tegenover [eiser] heeft gehandeld. [eiser] heeft het vermeende onrechtmatige handelen daar tegenover niet nader onderbouwd. Daar komt bij dat [eiser] heeft nagelaten iets te stellen ten aanzien van de eisen van relativiteit en causaal verband tussen daad en schade, terwijl dit wel op zijn weg lag.

Het voorgaande maakt dat de vordering als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen.

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Achmea Schadeverzekeringen worden begroot op:

- salaris gemachtigde

164,00

(2 punten × € 82,00)

- nakosten

41,00

Totaal

205,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 205,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?