RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/861961-13
Datum uitspraak: 4 april 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [verblijfplaats]
(hierna: de kliniek)
Raadsvrouw: mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.
Procedure
Betrokkene is op 30 september 2014 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot (onder meer) terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 20 maart 2016. Bij beslissing van 31 maart 2023 van deze rechtbank is de maatregel voor het laatst verlengd.
Bij vordering van 12 februari 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 21 maart 2025 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat betrokkene positieve ontwikkelingen doormaakt maar dat er nog wel het een en ander moet gebeuren. Het ligt niet in de lijn der verwachting, met het opstarten van verloven en de mogelijke overplaatsing naar de kliniekflat, dat betrokkene binnen één jaar toe is aan de volgende stap.
De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er de afgelopen tijd veel stilstand is geweest in de behandeling van betrokkene. Zij heeft zich altijd ingespannen en haar best gedaan en staat nu op een cruciaal punt. Haar woonplek zal hopelijk snel veranderen waardoor triggers mogelijk naar de achtergrond zullen verdwijnen. Dit zal haar behandeling ten goede komen. Verlengen met één jaar zal ervoor zorgen dat betrokkene gemotiveerd blijft. Het zal haar perspectief bieden en verdere stilstand voorkomen.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan – onder meer – een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis (gekenmerkt door een borderline dynamiek, een gefragmenteerde en gebrekkige identiteit en een lage emotionele ontwikkeling), een ongespecificeerde trauma- of stressor-gerelateerde stoornis, een matig tot ernstige stoornis in het gebruik van cannabis en zwakbegaafdheid. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van genderdysforie. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
De behandeling van betrokkene verloopt tot op heden wisselend. Vanuit de antisociale persoonlijkheidsstoornis en de moeite met autoriteit blijft betrokkene de grenzen binnen de kliniek en de afdeling opzoeken. Hierbij heeft zij een aantal keer de regels geschonden. Desondanks lijkt sprake te zijn van een langzaam stijgende lijn in de behandeling. Betrokkene staat in toenemende mate open voor de behandeling en zij is beter in staat om met stressvolle situaties om te gaan. Zij bespreekt daarnaast haar gevoelens met het behandelteam en ze laat zich beter aanspreken.
Sinds het begin van 2024 was er echter sprake van een stagnatie van de behandeling. In januari van dat jaar reageerde betrokkene verbaal agressief op aanwijzingen van het behandelingsteam. Zij weigerde naar haar kamer te gaan en uitte vervolgens dreigementen naar de aanwezige begeleiders. Na de hierop volgende separatie is zij erg verdrietig en benoemt het door haar ervaren gebrek aan perspectief. Bij navraag of er sprake is van suïcidale gedachten zegt zij dat dit niet het geval is, maar dat ze eerder anderen iets aan zal doen. Van het incident is aangifte gedaan en daardoor is ook de verlofmachtiging ingetrokken. Deze aangifte is inmiddels geseponeerd. In de periode hierna heeft betrokkene dergelijke uitlatingen niet meer gedaan, maar er is nog wel terugkerend sprake van oplopende spanningen.
Het multidisciplinaire stafberaad heeft dan al geconcludeerd dat er in de huidige kliniek onvoldoende sprake is van behandeling van de kernproblematiek en daarvoor worden ook geen mogelijkheden meer gezien. De kliniek dient een verzoek in om betrokkene over te plaatsen voor een nieuwe behandelpoging in de een andere kliniek met beveiligingsniveau 4 met een gemengde patiëntenpopulatie, te weten FPC [kliniek] . De [kliniek] wijst dit verzoek af. Geadviseerd wordt om in te steken op Intensieve Trauma Behandeling (ITB) en waar mogelijk ruimte te vinden om de behandeling in dit kader voort te zetten vanaf een inpandige kliniekflat, aansluitend bij de eerder bepaalde koers.
Betrokkene staat sinds het besluit tot overplaatsing in toenemende mate open voor behandelingen. Ze is beter, maar met momenten nog onvoldoende, in staat om adequaat met stressvolle situaties om te gaan.
Uit de toelichting van deskundige Kruisdijk ter zitting blijkt dat betrokkene een positieve ontwikkeling doormaakt. De incidenten zijn minder frequent. Toch zijn er de afgelopen maand wel weer twee incidenten geweest. Betrokkene raakt getriggerd door gevoelens van onrecht en kan hierop heftig reageren. Er is recent een nieuw plan gemaakt om toe te werken naar een verblijf in de kliniekflat. Als betrokkene zich de komende drie maanden houdt aan de gemaakte afspraken dan wordt zij hiervoor aangemeld. Dan komt zij eerst nog op een wachtlijst. Daarnaast zal het begeleid verlof van betrokkene binnenkort weer worden gestart. Het is nog niet realistisch dat er over één jaar sprake kan zijn van proefverlof of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
Recidivegevaar
Wanneer de tbs-maatregel komt te vervallen wordt de kans op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Betrokkene geeft niet altijd volledig inzicht in haar belevingswereld als het gaat om onderliggende spanningen. Incidenten ontstaan als betrokkene de keuze maakt zich niet te laten sturen in de interventies. Bij de afwezigheid van de maatregel zal de eenzaamheid toenemen en zullen persoonlijke relaties moeilijk te onderhouden zijn. Ook is het de verwachting dat ze antisociale contacten op zal doen, die het risico op recidive kunnen doen toenemen. Daarnaast bestaat bij het beëindigen van de tbs-maatregel een mogelijkheid dat betrokkene met seksuele intenties contact zal zoeken met instabiele mannen. In dit geval bestaat er een gevaar voor wederzijds grensoverschrijdend gedrag.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, verlengen.
Over de vraag of de maatregel met één of twee jaar moet worden verlengd overweegt de rechtbank het volgende.
Betrokkene geeft aan nog steeds gemotiveerd te zijn, maar dat het haar frustreert dat ze, voor haar gevoel, aan het lijntje wordt gehouden en dat er sprake is van veel stagnatie in haar behandeling onder meer door veel wisseling van de hulpverleners.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene op het punt staat om, na een periode waarin het allemaal wat minder makkelijk ging, nieuwe, belangrijke stappen te gaan zetten in het kader van huisvesting en het mogelijk weer starten van begeleid verlof.
De rechtbank ziet daarin aanleiding om, met het oog op een eerdere toetsing van de voortgang van de behandeling en als positieve stimulans voor betrokkene, de maatregel te verlengen met één jaar.
De rechtbank merkt daarbij wel op dat betrokkene hieraan niet de verwachting mag ontlenen dat de maatregel bij het volgende toetsmoment opnieuw met één jaar verlengd zal worden.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van betrokkene [betrokkene] met één jaar.