RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11829370 \ VV EXPL 25-58
Vonnis in kort geding van 7 oktober 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: mr. L.L.A. Cox,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. N. van Kuppeveld
De zaak in het kort
In dit kort geding vordert de vrouw het exclusieve gebruik van de woning waarvan zij samen met haar ex-partner huurder is. De man woont op dit moment in de woning en de vrouw bij haar adoptieouders. Samen hebben zij drie jonge minderjarige kinderen. De vrouw krijgt geen urgentie van de gemeente [gemeente] voor een woning, maar ook haar adoptieouders hebben aangegeven dat zij op korte termijn moet vertrekken. Zij vordert dat het exclusieve gebruik van de huurwoning nu aan haar moet worden toegewezen. De kantonrechter wijst haar verzoek af.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de mondelinge behandeling van 23 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2. De feiten
Al ruim twee jaar geleden zijn de vrouw en de man uit elkaar gegaan. Tot december 2024 hebben zij nog samengewoond in de huurwoning waarvan zij beide (mede)huurder zijn, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] .
De situatie, dat partijen nog samen met hun drie kinderen in de huurwoning verbleven, werd in 2024 onwenselijk.2.3. De vrouw heeft de man in november 2024 gedagvaard in kort geding. Deze zitting stond gepland in december 2024. De vrouw wilde de man bewegen tot het maken van afspraken ten aanzien van de kinderen en de huurwoning.
Partijen zijn, samen met hun advocaten, voordat de zitting diende met elkaar in gesprek gegaan. Zij hebben op 15 november 2024 een aantal afspraken gemaakt die zij hebben vastgelegd in een ouderschapsplan. Uit dit plan wordt geciteerd:
I. Verzorging en opvoeding
(…)
b. De kinderen zullen op de volgende dagen bij de man verblijven:Elke week drie dagen vanaf woensdagmiddag 14.15 uur tot zaterdagmiddag 18.00 uur. De overige vier dagen zijn de kinderen bij de vrouw. In onderling overleg wordt bepaald wie zorgdraagt voor het halen en brengen
(…)
In een e-mailbericht van diezelfde dag, van de gemachtigde van de man zijn de afspraken zoals tijdens het gesprek gemaakt vastgelegd, met de uitnodiging erop te reageren als er zaken niet kloppen. Uit deze e-mail wordt geciteerd:
De woning 1. Uw cliënte zal volgende week zondag 24 november de woning verlaten en tijdelijk bij haar adoptieouders intrekken, onder de voorwaarde dat laatstgenoemden hiermee instemmen en zij hiermee geen rechten prijsgeeft t.a.v. de urgentie aanvraag bij de gemeente. De jongens zullen daar samen een eigen kamer krijgen en uw cliënte zal met de jongste een kamer delen.
2. Uw cliënte zal met spoed urgentie aanvragen bij de gemeente zodra het Ouderschapsplan gereed is. Client wordt graag maandelijks op de hoogte gehouden over de voortgang.3. Client behoudt het huurrecht van de woning aan de [adres] . Uw cliënte blijft hier ingeschreven totdat zij een woning elders heeft gevonden. De verhuurder zal op het moment dat uw cliënte een andere woning heeft gevonden, op de hoogte worden gesteld van het feit dat client de enige huurder zal zijn.
(…)
De vrouw heeft op 24 november 2024 de woning verlaten en is bij haar adoptieouders ingetrokken. Ook heeft zij vanaf die tijd geprobeerd urgentie te krijgen voor een eigen huurwoning.
De vrouw heeft het kort geding ingetrokken nadat partijen tot voornoemde afspraken waren gekomen.
Gemeente [gemeente] heeft bij beslissing van 10 februari 2025 haar verzoek om urgentie afgewezen en op 12 mei 2025 het bezwaar van de vrouw op deze beslissing ongegrond verklaard.
3. Het geschil
De vrouw vordert - samengevat – dat het exclusieve gebruik van de huurwoning aan haar wordt toegekend en dat de man zich zal uitschrijven van het adres bij de gemeente, beide vorderingen op straffe van verbeurte van een dwangsom.
De vrouw legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De gemeente heeft het verzoek van de vrouw om urgentie voor een woning afgewezen. Daarnaast moet zij, met haar kinderen, vertrekken bij haar adoptieouders. Omdat de man de woning niet wil verlaten, komt de vrouw in een onhoudbare situatie terecht met de kinderen. De kinderen verblijven vier van de zeven dagen bij haar en zij kan nergens anders naartoe. Bovendien heeft de man een veel langere inschrijftijd bij de woningbouwvereniging en daarom ook veel meer kans op een huurwoning dan zij. Ondanks dit alles onderneemt de man geen enkele actie. De vrouw stelt zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt dat haar belang bij toewijzing van het exclusieve gebruiksrecht zwaarder weegt dan dat van de man. Naast het vertrek van de man uit de huurwoning, vordert zij ook dat hij zich zal uitschrijven van het adres, zodat zij aanspraak kan maken op onder andere huurtoeslag.
De man voert verweer. De man concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw. De man voert het volgende aan.
In november 2024 hebben partijen afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het ouderschapsplan. De gemaakte afspraken hebben tot gevolg gehad dat de vrouw het door haar aangespannen kort geding, waarvan de mondelinge behandeling op 16 december 2024 zou plaatsvinden, heeft ingetrokken. Een van deze afspraken betreft het gebruik van de woning. De vrouw is bij haar adoptieouders gaan wonen in afwachting van het verkrijgen van urgentie voor een andere huurwoning. De man kon daarmee in de gezamenlijke huurwoning blijven. Nu, ook na een bezwaarprocedure, is gebleken dat de vrouw geen urgentie voor een woning krijgt, probeert zij via dit kort geding (opnieuw) het exclusieve gebruik van de woning te bewerkstelligen. Dit gaat in tegen de in 2024 gemaakte afspraken. Het kan niet aan de man worden toegerekend dat de vrouw geen urgentie heeft gekregen. Bovendien kan de man nergens anders heen, als tot een toewijzing van de vordering zou worden gekomen, omdat hij enkel familie in het buitenland heeft en ook niet op vrienden terug kan vallen. Daarnaast heeft hij ook voor 50% de zorg voor de kinderen, waarmee hij evenveel belang heeft bij het behoud van het gebruik van de woning. Nu de gemaakte afspraken van bijna een jaar geleden dateren, heeft de vrouw bovendien geen spoedeisend belang meer bij haar vordering.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of de vrouw ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
De man voert aan dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen in dit kort geding. De vrouw stelt dat haar spoedeisend belang is gelegen in het feit dat zij per 1 september 2025 niet langer bij haar adoptieouders kan verblijven en zij geen alternatief heeft. De verzochte urgentie is, ook na bezwaar op de eerste beslissing, afgewezen, waardoor zij met lege handen staat.
De kantonrechter is van oordeel dat gelet op de hierboven beschreven situatie waarin de vrouw is komen te verkeren, zij voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.
Exclusief gebruiksrecht van de huurwoning
De man heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat hij het exclusieve huurrecht van de woning heeft, gelet op de gemaakte afspraken in november/december 2024. Dit heeft volgens de man tot gevolg dat aan de vrouw geen rechten meer toekomen ten aanzien van de woning en reden waarom zij geen grondslag heeft om het exclusieve gebruik te vorderen.
De vrouw heeft dit standpunt van de man betwist. Zij stelt dat zij haar rechten ten aanzien van de woning niet heeft opgegeven. Zij heeft eind 2024 geprobeerd een oplossing te bereiken ten aanzien van de onhoudbare situatie waarin partijen verkeerden. Zij heeft de woning niet verlaten enkel ten einde een urgentie aanvraag te kunnen doen. Aan alleen die aanvraag heeft zij niets. Zij heeft een toekenning van urgentie nodig om in aanmerking te komen voor een andere huurwoning en die heeft zij niet verkregen. Gelet op deze uiteenlopende standpunten en het feit dat in een kort geding procedure geen ruimte is voor verder onderzoek naar de feiten, kan niet worden vastgesteld dat de man het exclusieve huurrecht van de woning heeft. Dat zal in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld.
Gelet op het voorgaande wordt toegekomen aan een belangenafweging, waarbij om tot toewijzing van de vorderingen van de vrouw te kunnen komen, haar belang zwaarder moet wegen dan dat van de man. Tot die conclusie komt de kantonrechter niet. Dat wordt als volgt gemotiveerd.
Het voornaamste belang is dat van de kinderen. Echter, niet in geschil is dat de kinderen vier dagen bij de vrouw zijn en drie dagen bij de man. Dat maakt dat hierin geen doorslaggevend verschil is ten aanzien van hun woonsituatie. Vervolgens hebben beide partijen aangevoerd dat de ander een (betere) mogelijkheid heeft om uit te wijken naar een ander woonadres. Zo stelt de vrouw dat de man nog tijdens hun relatie soms meerdere nachten elders verbleef en hij daarom nu ook ergens anders kan verblijven. Ook stelt zij dat hij een goede positie heeft op de wachtlijst voor een andere woning. De man betwist beide stellingen. De man is twee nachten elders verbleven vanwege de spanningen die tussen partijen was ontstaan. Dat de man een betere positie heeft op de wachtlijst, maakt niet dat hij aanspraak heeft kunnen maken op een geschikte woning elders. De vrouw heeft haar stellingen ter zake niet nader concreet onderbouwd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat een van beide partijen een veel betere positie heeft dan de andere.
Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat de vrouw een groter belang heeft bij het gebruiksrecht van de woning dan de man. Haar vorderingen worden daarom afgewezen.
Proceskosten
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van de vrouw af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025.
32548 / 61525