ECLI:NL:RBGEL:2025:10322

ECLI:NL:RBGEL:2025:10322, Rechtbank Gelderland, 27-11-2025, Rek 25-917

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer Rek 25-917
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zutphen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Toewijzen dwangakkoord ondanks drugsverslaving

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

vonnis

Team Insolventies

Zittingsplaats Zutphen

Rekestnummer: Rek 25/917

Uitspraakdatum: 27 november 2025

Vonnis

in de zaak tussen[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] ,

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,

en

1. [verweerster 1] ,correspondentieadres: [adres] ,

hierna te noemen [verweerster 1] ,

2. [verweerster 2] ,correspondentieadres: [adres]

vertegenwoordigd door [deurwaarder] ,

hierna te noemen [verweerster 2] ,

3. [verweerster 3] , correspondentieadres: [adres] ,

vertegenwoordigd door [deurwaarder] ,

hierna te noemen [verweerster 3] .

[verweerster 1] , [verweerster 2] en [verweerster 3] worden hierna gezamenlijk verweersters genoemd.

Samenvatting

De rechtbank beveelt verweersters om in te stemmen met de minnelijke regeling die [verzoeker] heeft aangeboden. Als de rechtbank het verzoek zou afwijzen, dan zou zij het wettelijke schuldsaneringsverzoek van [verzoeker] toewijzen. In dat geval zouden de schuldeisers, waaronder verweersters, ook niets op hun vorderingen ontvangen, maar worden er wel hoge kosten gemaakt.

1. De procedure

Het verloop van de procedure bestaat uit:

- het verzoek met bijlagen van [verzoeker] om verweersters te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling, ingediend samen met een schuldsaneringsverzoek;

- de brief van [verweerster 1] , ontvangen op 27 oktober 2025;

- het verweerschrift van [deurwaarder] namens [verweerster 2] , ontvangen op 17 november 2025;

- de e-mail van de schuldhulpverlener van 18 november 2025;

- de zitting van 18 november 2025, waarbij aanwezig waren: [verzoeker] en zijn begeleider van [zorginstelling] en [beschermingsbewindvoerder] als beschermingsbewindvoerder van [verzoeker] .

Ten slotte is aangekondigd dat de rechtbank deze uitspraak, die reeds tijdens de zitting is gedaan, op 27 november 2025 op schrift gesteld zal verzenden.

2. De feiten

[verzoeker] heeft volgens het verzoekschrift een totale schuld van € 32.922,83. Om hiervan af te komen heeft [verzoeker] aan al zijn schuldeisers een schuldregeling aangeboden.

[verzoeker] heeft een minnelijk voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 0% tegen finale kwijting. [verzoeker] heeft een PW-uitkering en heeft niet voldoende inkomsten om maandelijks te sparen voor zijn schuldeisers.

Van de twaalf schuldeisers (met in totaal dertien vorderingen) hebben er negen met de aangeboden schuldregeling ingestemd. Alleen verweersters, met vier vorderingen, hebben niet ingestemd. Zij hebben samen € 14.711,01 te goed van [verzoeker] . Verweersters vertegenwoordigen daarmee 44,68% van de totale schuld van [verzoeker] .

3. Het verzoek

[verzoeker] verzoekt de rechtbank om verweersters te dwingen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

[verzoeker] voert onder meer aan dat het belang dat hij en de overige schuldeisers hebben bij de totstandkoming van de schuldregeling groter is dan het belang dat verweersters hebben bij hun weigering. Via de schuldregeling kan [verzoeker] direct een schuldenvrije toekomst bereiken. Het alternatief voor [verzoeker] is dat hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dat traject gaat gepaard met hoge kosten. De schuldhulpverlener heeft berekend dat er in dat geval ook niets kan worden uitgekeerd.

4. Het verweer

[verweerster 2] heeft de rechtbank verzocht om het verzoek van [verzoeker] af te wijzen.

[verweerster 2] heeft hiertoe aangevoerd dat [verzoeker] niet heeft gemotiveerd waarom [verweerster 2] niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren met instemming. Een wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het minnelijke voorstel. Bovendien kan het percentage van 44,68% dat de weigerende schuldeisers samen vertegenwoordigen niet worden aangemerkt als een gering percentage. Ten slotte heeft [verweerster 2] aangevoerd dat er bij [verzoeker] sprake is van verslavingsproblematiek. De schulden die zijn ontstaan als gevolg van de verslaving zijn niet te goeder trouw.

Verweersters [verweerster 1] en [verweerster 3] hebben geen verweer gevoerd.

5. De beoordeling

De rechtbank wijst het verzoek toe.

Naar het oordeel van de rechtbank weegt het belang dat [verzoeker] en de overige schuldeisers hebben bij de totstandkoming van deze schuldregeling zoveel zwaarder dan het belang dat verweersters hebben bij hun weigering om hiermee in te stemmen, dat verweersters in redelijkheid niet tot deze weigering hebben kunnen komen.

Hoewel de Landelijke Uniforme Beoordelingscriteria Toelating Schuldsaneringsregeling bepalen dat een schuldenaar met verslavingsproblemen in beginsel alleen wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling indien aannemelijk is dat een verslaving al enige tijd onder controle is, ziet de rechtbank in dit geval toch reden om het verzoek van [verzoeker] toe te wijzen. De rechtbank constateert dat [verzoeker] al langdurig verslaafd is aan verdovende middelen. De verslaving is in zoverre onder controle dat [verzoeker] nu alleen onder professionele begeleiding gebruikt in het kader van een medische heroïne-behandeling. [verzoeker] heeft al meerdere behandelingen voor zijn verslaving gehad, die tot nu toe niet hebben geleid tot (blijvende) verbetering; [verzoeker] is en blijft verslaafd. Dat [verzoeker] ooit volledig clean raakt ligt vooralsnog niet in de lijn der verwachting. Hij krijgt al drie jaar een medische heroïnebehandeling. De situatie van het gebruik is daardoor stabiel, voor zover dit kan. Wel is de situatie van [verzoeker] op dit moment stabiel in die zin dat zijn financiën door een beschermingsbewindvoerder worden beheerd en dat hij beschermd woont bij [zorginstelling] , waar hij de juiste begeleiding krijgt. Door de gemeente [gemeente] is [verzoeker] ontheven van de sollicitatieplicht op grond van zijn persoonlijke situatie. Uit de verklaring van de verslavingsarts volgt dat [verzoeker] niet in staat kan worden geacht om te werken als gevolg van chronische medische klachten, alsook van zijn verslaving. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] de kans verdient om met een schone lei de toekomst in te gaan.

De rechtbank heeft bij haar oordeel meegenomen dat de schuldbemiddeling wordt uitgevoerd door de gemeente [gemeente] . Dat is een hiertoe bevoegde onafhankelijke schuldhulpverlener. Ook vindt de rechtbank van belang dat de aangeboden schuldregeling goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en het uiterste inhoudt waartoe [verzoeker] financieel in staat moet worden geacht. Als de rechtbank het verzoek zou afwijzen, dan zou zij het schuldsaneringsverzoek (wsnp) van [verzoeker] toewijzen. In dat geval zouden de schuldeisers, waaronder verweersters, naar alle waarschijnlijkheid ook niks ontvangen, maar worden er wel hoge kosten gemaakt. Verweersters hebben daarom onvoldoende belang om hun weigering te kunnen rechtvaardigen.

De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 287a, vijfde lid, van de Faillissementswet. Daarin is bepaald dat een verzoek tot het opleggen van een schuldregeling moet worden toegewezen als de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen. Daarbij moet in aanmerking worden genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij/zij heeft bij de weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

Omdat het verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen, hoeft zijn verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet meer besproken te worden.

6. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt verweersters in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling;

- verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink, rechter, en in het openbaar uitgesproken in het bijzijn van de griffier op 27 november 2025.

Hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan door de schuldeiser(s) hoger beroep worden ingesteld. Hoger beroep kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Die moet dat doen binnen acht dagen na dit vonnis bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Steverink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?