RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/096034-01
Datum uitspraak: 11 april 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , hierna: betrokkene
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende bij [adres] ,onder verantwoordelijkheid van de kliniek FPK [plaats] , onderdeel van Trajectum (hierna: de kliniek)
Raadsman: mr. R. Gijsen, advocaat te Maastricht.
Procedure
Betrokkene is op 6 maart 2002 bij vonnis van de rechtbank te Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 21 maart 2002 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 7 april 2023.
Bij vordering van 13 februari 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
Het onderzoek ter terechtzitting
Ter zitting van 28 maart 2025 zijn gehoord:
- betrokkene;
- voornoemde raadsman;
- deskundige mw. J.M.I. Boonstra, orthopedagoog en
- de officier van justitie, mr. A. Reah.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
Het standpunt van betrokkene
De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege bedreiging met verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat bij betrokkene sprake is van complexe multiple psychopathologie. Bij betrokkene is sprake van een licht tot matige verstandelijke beperking met een autismespectrumstoornis (ASS). Er is een seksuele preoccupatie die voortkomt uit zijn autismespectrumstoornis. Betrokkene heeft daarnaast een zeer laag emotioneel ontwikkelingsniveau en functioneert op het niveau van de adaptatiefase. Tevens is sprake van een psychotische kwetsbaarheid, die onder controle is door het gebruik van anti-psychotische medicatie en het verblijf in een zeer gestructureerde omgeving.
Hieruit blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Uit de adviezen en de ter terechtzitting door de deskundige gegeven toelichting daarop, blijkt dat betrokkene sinds 8 juni 2020 bij [begeleid wonen] verblijft. De afgelopen verlengingsperiode is betrokkene stabiel gebleven binnen zijn mogelijkheden. Het begeleidend team heeft de bejegeningswijze die betrokkene nodig heeft inmiddels in de vingers en weet hierdoor goed aan te sluiten bij betrokkene. Hiermee wordt spanningsopbouw door onduidelijkheid zo veel als mogelijk voorkomen. Verder is betrokkene aan zijn rug geopereerd en verloopt het samenwonen met zijn huisgenoot beter dan een jaar geleden. De prognose is dat de komende jaren ingestoken moet worden op het stabiel bijven functioneren en inbedding en verankering van betrokkene binnen zijn mogelijkheden. Ook wordt de komende tijd bezien of binnen het kader van de huidige maatregel in de huidige woonsetting mogelijk proefverlof kan worden gerealiseerd voor zover dat haalbaar is met betrokkenes problematiek.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat bij beëindiging van de maatregel, zonder toezicht,
structuur en begeleiding, het recidiverisico hoog is. Betrokkene is niet in staat om zelf een adequate structuur aan te brengen in zijn dagelijks leven en er is geen geïnternaliseerd normen- en waardenbesef en geweten. De complexiteit van de problematiek van betrokkene en extreme afhankelijkheid van de context vraagt om een strakke omgevingsprothese (setting) om de impulsen van betrokkene te onderdrukken of te neutraliseren. Betrokkene is blijvend aangewezen op extern toezicht, controle en begeleiding om het recidiverisico zo laag mogelijk te houden.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de
terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Uit de adviezen en de ter terechtzitting door de deskundige gegeven toelichting daarop, blijkt dat het behandelplafond is bereikt. Betrokkene blijft vanwege de complexe problematiek levenslang afhankelijk van intensieve begeleiding en een zeer gestructureerde en voorspelbare omgeving om stabiel te kunnen functioneren en het recidiverisico op een aanvaardbaar niveau te houden. Betrokkene verblijft momenteel al geruimte tijd in een setting die bij hem past en waar hij de juiste begeleiding en benadering krijgt. De komende periode is nodig om betrokkene langzaam verder te laten verankeeren in de geboden structuur. Ook zal worden onderzocht of en op welke manier proefverlof in de toekomst haalbaar is. Het is van belang dat hier de nodige tijd voor wordt genomen om betrokkene niet te overvragen en zijn ontregeling door veranderingen te helpen verminderen en daarmee het risico op destabiliseren te verkleinen.
Op grond van op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het advies, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. A.J.H. Steenweg en mr. R.D. Leen, als rechters in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 april 2025
mrs. Steenweg en Van Keulen zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.