ECLI:NL:RBGEL:2025:10359

ECLI:NL:RBGEL:2025:10359, Rechtbank Gelderland, 25-11-2025, 221701

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 25-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 221701
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008804 BWBR0009709

Samenvatting

Bedreiging met een omgebouwd alarmpistool; handelen in strijd met artikel 26 WWM

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05-221701-25

Datum uitspraak : 25 november 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] (Somalië),

wonende aan de [adres] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [P.I.] .

Raadsvrouw: mr. A. Sahin, advocaat in Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door

- een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer] te richten en/of te tonen, althans een vuurwapen, althans

op een vuurwapen gelijkend voorwerp (duidelijk) zichtbaar aanwezig te

hebben voor die [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op die [slachtoffer] af te lopen en/of te rennen;

2.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een getransformeerd alarmpistool, geen merkopschrift (van vermoedelijk het merk: Bruni, type: Minigap), kaliber 9 mm knal

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

twee, getransfomeerde kogelpatronen van het kaliber 9x17mm

voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde richten van het vuurwapen op aangever [slachtoffer] . Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Feit 1

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 13;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 20;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 november 2025.

Aanvullende bewijsoverweging

Anders dan de raadvrouw heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte het wapen heeft gericht tegen aangever [slachtoffer] . Daarbij overweegt de rechtbank dat uit de hierboven opgesomde aangifte en de verklaring van getuige [getuige 1] volgt dat twee personen, los van elkaar, hebben waargenomen dat verdachte het wapen op [slachtoffer] gericht heeft. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het wapen heeft gericht.

Feit 2

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 96 en 97;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 november 2025.

Feit 3

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 30;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 97;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 november 2025.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

[slachtoffer] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door

- een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer] te richten en/of te tonen, althans een vuurwapen, althans

op een vuurwapen gelijkend voorwerp (duidelijk) zichtbaar aanwezig te

hebben voor die [slachtoffer] en/of

- (vervolgens) met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op die [slachtoffer] af te lopen en/of te rennen;

2.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten een getransformeerd alarmpistool, geen merkopschrift (van vermoedelijk het merk: Bruni, type: Minigap), kaliber 9 mm knal

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 8 augustus 2025 te Nijmegen

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

twee, getransfomeerde kogelpatronen van het kaliber 9x17mm

voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft aangevoerd dat verdachte voornemens is om zich in te zetten om zijn situatie te verbeteren en zijn leven weer op de rit te krijgen. De raadsvrouw verzoekt in dat licht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van het voorarrest en daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uur. Met de uitvoering van een taakstraf zal verdachte structuur krijgen en daarmee een kans om zijn leven weer in goede banen te leiden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een vuurwapen en het voorhanden hebben van dat vuurwapen met bijbehorende munitie. De bedreiging vond plaats op klaarlichte dag in het centrum van Nijmegen. De bedreiging met een vuurwapen moet voor de aangever beangstigend zijn geweest. Bovendien kan het voorhanden hebben van een wapen leiden tot levensgevaarlijke situaties, ook voor omstanders. Dit soort feiten brengen dan ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg. Daarenboven volgde verdachte de aanwijzingen van de politie niet op toen die hem probeerde aan te houden. De politie zag zich genoodzaakt twee waarschuwingsschoten te lossen en had bovendien een taser nodig om verdachte daadwerkelijk te kunnen aanhouden. Ook dit gebeurde ’s ochtends in het centrum van Nijmegen. De rechtbank neemt verdachte dit gedrag kwalijk.

Persoon verdachte

Uit de justitiële documentatie van 13 oktober 2025 blijkt dat verdachte al eerder veroordeeld en bestraft is voor bedreiging en verboden wapenbezit. Die veroordelingen hebben er kennelijk niet voor kunnen zorgen dat verdachte afziet van het plegen van strafbare feiten. Het feit dat verdachte de strafbare feiten heeft gepleegd terwijl hij in een proeftijd liep, neemt de rechtbank tevens mee in haar beoordeling.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het reclasseringsadvies van 26 oktober 2025. Daaruit komt naar voren dat verdachte niet meewerkt aan reclasseringscontacten. De reclassering schat in dat er bij betrokkene geen basis aanwezig is om een samenwerkingsrelatie, gericht op risicomanagement en gedragsbeïnvloeding, op te bouwen. Het recidiverisico, het risico op letsel en het risico op het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert bij veroordeling om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Een taakstraf zou volgens de reclassering het risico met zich meebrengen dat verdachte deze niet of niet in zijn geheel zou uitvoeren, nu dit in het verleden twee keer eerder is voorgekomen.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft voor de strafoplegging aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. In de LOVS-oriëntatiepunten wordt bij soortgelijke zaken uitgegaan van 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij bedreiging met het tonen van een (nep)vuurwapen en van 8 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij het voorhanden hebben van een pistool zoals benoemd in categorie III Wet Wapens en Munitie.

Alles afwegend, acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte al in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Een andere strafmodaliteit doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden gebleken die dit in dit geval anders zouden moeten maken.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van het beslag

Onder verdachte is een vuurwapen (omgebouwd alarmpistool) en munitie (twee kogelpatronen) in beslag genomen. De rechtbank beslist dat deze goederen worden onttrokken aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-368238-24)

De politierechter van de rechtbank Gelderland heeft verdachte op 4 december 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 36 b, 36d, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorbracht, bij de uitvoering van de opgelegde straf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen alarmpistool en munitie (twee kogelpatronen);

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 4 december 2025 door de politierechter van deze rechtbank voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van één maand (parketnummer 05-368238-24).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.H. van Breevoort
  • mr. J.S.W. Lucassen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?