ECLI:NL:RBGEL:2025:10587

ECLI:NL:RBGEL:2025:10587, Rechtbank Gelderland, 11-09-2025, 11768895

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 11-09-2025
Datum publicatie 13-12-2025
Zaaknummer 11768895
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

kort geding - arbeidsrecht - wn heeft niet ondubbelzinnig opgezegd, wg heeft onvoldoende onderzocht of wn daadwerkelijk wilde opzeggen. aovk loopt door.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11768895 \ VV EXPL 25-120

Vonnis in kort geding van 11 september 2025

in de zaak van

[eiseres] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. W.G.A. van Hoogstraten,

tegen

SPECIAL COMPANY BV,

te Kootwijkerbroek,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Special Company,

gemachtigde: mr. M. Geurts.

De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of [eiseres] met haar e-mailbericht van 30 november 2024 aan Special Company haar arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. De kantonrechter is in dit kort geding voorshands van oordeel dat dit niet het geval is. Er is geen sprake van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Special Company had gezien de inhoud van het e-mailbericht moeten onderzoeken of [eiseres] haar arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wenste te beëindigen. Dat heeft Special Company ten onrechte niet gedaan.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 1 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

[eiseres] is bij Special Company in dienst getreden op 1 april 2023. Zij was laatstelijk werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tegen een salaris van € 2.791,11 bruto per maand in de functie van Ukrainian trauma sensitive coach/ advisor.

In haar e-mailbericht van 30 november 2024 schrijft zij aan Special Company:

(…)Helaas moet ik vandaag vragen om ontslag uit mijn functie. Het is een feit dat ik op dit moment een emotionele en fysieke burn-out voel. Ik merk ook dat mijn gezondheid is verslechterd: slapeloosheid, krachtverlies, mijn chronische migraine komt vaker voor, mijn immuniteit is gedaald en ik ben te vaak ziek geworden. Ik vraag u om de documenten te bezorgen die ik moet invullen voor mijn ontslag, aangezien ik eind december 2024 wil stoppen met werken voor het bedrijf.

Special Company reageert niet op dit bericht, maar wikkelt haar dienstverband af per 31 december 2024. Vanaf 1 januari 2025 ontvangt zij geen loon meer.

Op 14 april meldt [eiseres] zich met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 ziek bij UWV.

Per brief van 3 juni 2025 meldt de gemachtigde van [eiseres] zich bij Special Company. Hij stelt zich, namens haar, op het standpunt dat haar ontslag niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat het dienstverband niet is geëindigd en verzoekt onder andere om doorbetaling van het salaris en uitbetaling van achterstallig salaris.

Per brief van 10 juni 2025 reageert de gemachtigde van Special Company op de hiervoor genoemde brief. Special Company stelt zich op het standpunt dat weldegelijk sprake is geweest van een rechtsgeldige opzegging en zij [eiseres] niets meer is verschuldigd.

3. Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat - doorbetaling loon en uitbetaling van achterstallig salaris te vermeerderen met wettelijke rente en wettelijke verhoging, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en nakosten.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat haar e-mailbericht van 30 november 2024 niet een duidelijke en ondubbelzinnig verklaring gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst is, zodanig dat Special Company erop mocht vertrouwen dat zij daadwerkelijk wilde opzeggen. Zij stelt dat zij in de eerste plaats niet vraagt om ontslag maar om de benodigde papieren en ten tweede dat uit haar e-mailbericht duidelijk volgt dat zij niet op de hoogte was van de mogelijkheden tot ziekmelding en herstel. Special Company had haar hierover moeten informeren en haar moeten adviseren zich ziek te melden, althans haar ervan op de hoogte moeten brengen dat het vanwege ziekte niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden geen reden is voor het nemen van ontslag. Ook had zij moeten waarschuwen voor de gevolgen van het nemen van ontslag. Dat heeft zij nagelaten.

Special Company voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiseres] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Spoedeisend belang

In het geval van een loonvordering, zoals ook hier het geval is, volgt het spoedeisend belang uit de aard van de vordering. Omdat er in deze zaak al enige maanden zijn verstreken tussen het (betwiste) einde van het dienstverband en deze procedure motiveert de kantonrechter het aanwezige spoedeisend belang als volgt. [eiseres] raakte naar eigen zeggen pas in april 2025 op de hoogte van de mogelijkheid om zich ziek te melden, waarna zij zich ziek heeft gemeld bij UWV. Daarna zijn haar de mogelijkheden voor deze procedure bekend geworden. [eiseres] heeft bovendien ter zitting onweersproken gesteld dat zij in een lastige financiële situatie verkeert door het gemis aan salaris en het gebrek aan mogelijkheden om te werken vanwege haar arbeidsongeschiktheid.

Klachtplicht

Als meest verstrekkende verweer voert Special Company aan dat [eiseres] niet op tijd heeft geklaagd. Dit verweer slaagt echter niet. In artikel 6:89 BW is bepaald dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet heeft geprotesteerd binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken. Op 20 september 2024 heeft de Hoge Raad in twee gelijksoortige zaken (ECLI:NL:HR:2024:1278 en ECLI:NL:HR:2024:1281) geoordeeld dat de klachtplicht, zoals bedoeld in artikel 6:89 BW ook van toepassing is op (loon)vorderingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst. Voor een geslaagd beroep op de klachtplicht moet wel sprake zijn van een gebrek in een prestatie. Artikel 6:89 BW ziet dus niet op gevallen waarin in het geheel geen prestatie is verricht (vgl. ook HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:336). Over de loonperiodes na 1 januari 2025 was sprake van het geheel niet verrichten van een prestatie, zodat het beroep van Special Company op de klachtplicht niet opgaat.

Opzegging op 30 november 2024?

[eiseres] schrijft in haar e-mail van 30 november 2024: “Helaas moet ik vandaag vragen om ontslag uit mijn functie.” En “Ik vraag u om de documenten te bezorgen die ik moet invullen voor mijn ontslag, aangezien ik eind december 2024 wil stoppen met werken voor het bedrijf.” Het standpunt van Special Company komt erop neer dat dit een duidelijke ondubbelzinnige verklaring is. Echter, dit is niet de volledige inhoud van het bericht. Na de eerste zin geeft [eiseres] namelijk de verklaring voor het verzoek om ontslag: “Het is een feit dat ik op dit moment een emotionele en fysieke burn-out voel. Ik merk ook dat mijn gezondheid is verslechterd: slapeloosheid, krachtverlies, mijn chronische migraine komt vaker voor, mijn immuniteit is gedaald en ik ben te vaak ziek geworden.” Gelet op die verklaring mocht Special Company er redelijkerwijs niet zonder meer vanuit gaan dat [eiseres] daadwerkelijk wilde opzeggen, maar rustte op haar de plicht om dat nader te onderzoeken. Zij had daartoe contact moeten zoeken met [eiseres] en haar bij die gelegenheid ook moeten voorlichten over de regels omtrent een (eventuele) ziekmelding en de gevolgen van een opzegging. Special Company heeft erkend dat er naar aanleiding van de e-mail van 30 november 2024 niet met [eiseres] is gesproken over haar verzoek om ontslag en de gevolgen die een opzegging voor haar hebben. Daarmee kan dus ook het verweer van Special Company, dat er vaker werknemers zijn die hun arbeidsovereenkomst opzeggen omdat zij het werk te zwaar vinden, niet slagen. Hoewel de kantonrechter dit op zichzelf niet onaannemelijk acht, neemt dat niet weg dat Special Company gezien de tekst van het bericht van [eiseres] de verplichting had om zich ervan te vergewissen dat zij echt wilde opzeggen. Dat had heel eenvoudig gekund nu [eiseres] in de maand december 2024 haar werkzaamheden heeft afgerond en overgedragen en dus ook niet plotsklaps is gestopt en vertrokken.

Special Company heeft nog allerlei omstandigheden aangevoerd die moeten onderbouwen dat de wil van [eiseres] op 30 november 2024 gericht was op het beëindigen van haar dienstverband en dat Special Company mocht vertrouwen op de verklaring van [eiseres] . Die omstandigheden komen er - kort gezegd - op neer dat [eiseres] (in de ogen van Special Company) in december 2024 gewoon heeft doorgewerkt en dat niets erop wees dat sprake was van ziekte. Dat doet echter niet af aan het feit dat [eiseres] in haar e-mail van 30 november 2024 aangeeft waarom zij haar arbeidsovereenkomst wil opzeggen, namelijk omdat zij – kort gezegd – burn-out klachten heeft en een verslechterde gezondheid ervaart, en dat juist dat reden had moeten zijn voor nader onderzoek. De kantonrechter merkt hierbij nog op dat [eiseres] ter zitting heeft aangegeven dat zij slechts heeft doorgewerkt omdat zij geen andere mogelijkheid zag.

Het voorgaande maakt dat tot het voorshandse oordeel wordt gekomen dat de verklaring van [eiseres] , gezien de verdere context, niet duidelijk en ondubbelzinnig was gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst en er op Special Company een onderzoeksplicht rustte om zich er voldoende van te vergewissen of dit wel echt was wat zij wilde. Die onderzoeksplicht heeft zij geschonden. Gelet daarop kan er niet van worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2025 is beëindigd. De vordering van [eiseres] tot doorbetaling van loon wordt daarom toegewezen.

Hoogte van het loon bij ziekte

Wat betreft de hoogte van het loon heeft Special Company aangevoerd dat, nu [eiseres] zich heeft ziekgemeld, met terugwerkende kracht, vanaf 1 januari 2025, zij op grond van artikel 7:629 BW niet meer dan 70% van het loon hoeft te betalen. [eiseres] heeft dit verweer niet weersproken. Zij heeft echter wel achterstallig salaris gevorderd op basis van 100% doorbetaling. Daarom zal een bedrag van € 12.504,24 bruto (€ 17.863,20 x 70%) aan achterstallig loon over de periode van 1 januari 2025 tot de dag van de dagvaarding, te weten 3 juli 2025 worden toegewezen. Zolang [eiseres] arbeidsongeschikt is zal Special Company daarom gehouden zijn 70% van het loon te betalen.

Wettelijke rente en wettelijke verhoging

Omdat sprake is van achterstallig salaris heeft [eiseres] recht op wettelijke verhoging over dit bedrag. De kantonrechter ziet in dit geval aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 20% nu hij voorshands aannemelijk acht dat het geen onwil van Special Company is geweest om het salaris niet meer te voldoen. Dit betreft aldus een bedrag van € 2.500,85.

Over zowel het achterstallige salaris als de wettelijke verhoging is Special Company wettelijke rente verschuldigd, vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledig betaling.

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiseres] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiseres] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Gelet op de toegewezen hoofdsom zal een bedrag van € 1.089,05 worden toegewezen.

Special Company is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Special Company niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- griffierecht

90,00

- salaris gemachtigde

814,00

- nakosten

135,00

Totaal

1.039,00

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Special Company tot doorbetaling van het salaris conform cao tot aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd,

veroordeelt Special Company tot betaling van een bedrag van € 12.504,24 bruto aan achterstallig salaris en vakantiegeld berekend tot 3 juli 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juli 2025 tot de dag van volledige voldoening,

veroordeelt Special Company tot betaling van een bedrag van € 2.500,85 aan wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juli 2025 tot de dag van volledige voldoening,

veroordeelt Special Company BV om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.089,05 aan buitengerechtelijke kosten

veroordeelt Special Company in de proceskosten van € 1.039,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.J.P. Lambooij en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2025-1628 VAAN-AR-Updates.nl 2025-1628
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?