RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05/407797-24, 05/384279-24, 05/173743-24, 05/393835-24 (gev. ttz.) en 05/328663-24 (tul)
Datum uitspraak : 7 april 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [plaats] .
Raadsvrouw: mr. M.J.R. Roethof, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
05/173743-24
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
05/407797-24
hij op of omstreeks 27 december 2024 te Arnhem meerdere pakken koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Plus (gevestigd op/aan Plus Supermarkt gevestigd op aan de [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
05/384279-24
1.hij op of omstreeks 27 november 2024 te Arnhem een of meerdere pakken koffie, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 28 november 2024 te Arnhem een of meerdere pakken koffie, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.hij op of omstreeks 2 december 2024 te Arnhem een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op of omstreeks 27 augustus 2024 te Arnhemopzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Nationale Politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
05/393835-24
1.
hij op of omstreeks 11 december 2024 te Arnhem een of meerdere winkelgoederen (te weten vier Douwe Egberts duopakken ter waarde van ongeveer 63,96 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 11 december 2024 te Arnhem, wederrechtelijk is binnengedrongen in het besloten lokaal op/aan de [adres 3] in gebruik bij de Albert Heijn, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, immers was hem, verdachte, met ingang van 20 juni 2024 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van vierentwintig maanden.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het feit onder parketnummer 05-173743-24 en feit 2 onder parketnummer 05-393835-24. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
05-407797-24
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , p. 6;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 15-16;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025.
05-384279-24
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , p. 14;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , p. 17;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 11;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , p. 6;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 12;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025.
05-173743-24
Verdachte heeft verklaard dat hij 7 keer moest gooien voordat de telefoon kapot ging.
[aangever] heeft namens de Politie Arnhem aangifte gedaan. Ze heeft verklaard dat ze op 27 augustus 2024 in Arnhem werkzaam was op het politiebureau in Arnhem en dat ze de telefoon naar verdachte in zijn cel heeft gebracht. Ze is later opnieuw naar de cel van verdachte toe gegaan en heeft het luikje open gedaan. Verdachte gaf haar de telefoon. De telefoon lag in vier stukken en werkte niet meer.
De rechtbank merkt op dat verdachte ter terechtzitting van 24 maart 2025 heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij bij de politie heeft verklaard dat hij zeven keer moest gooien voordat de telefoon kapot ging, dat hij niet met de telefoon heeft gegooid, maar dat de telefoon uit zijn handen viel. De rechtbank overweegt dat uit de aangifte blijkt dat het gaat om een zogenaamde ‘hufterproof’ telefoon en dat deze speciaal is aangeschaft zodat verdachten deze niet kapot kunnen maken. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, geloofwaardiger is dan de verklaring afgelegd ter terechtzitting en zij zal dan ook van de verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd uitgaan.
Gelet op het voorgaande en de genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de telefoon heeft vernield. De rechtbank acht wettig overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feit ten laste gelegd onder parketnummer 05-173743-24.
05-393835-24
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] , p. 6;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 14-15;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 maart 2025.
Feit 2
Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf lokaalvredebreuk door kort gezegd een collectief winkelverbod te overtreden.
De rechtbank overweegt dat uit de kopie van het collectief winkelverbod blijkt dat verdachte heeft geweigerd deze te ondertekenen. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat aan verdachte voldoende is uitgelegd wat het collectief winkelverbod inhoudt en in welke winkels hij niet mag komen en dat verdachte daar dus ook kennis van heeft genomen.
Om die reden zal de rechtbank verdachte het voordeel van de twijfel geven en hem vrijspreken van het ten laste gelegde feit.
3. De bewezenverklaring
05-173743-24
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummers 05-407797-24, 05-384279-24 en 05-173743-24 tenlastegelegde en het onder feit 1 van parketnummer 05-393835-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
05-407797-24
hij op of omstreeks 27 december 2024 te Arnhem meerdere pakken koffie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Plus (gevestigd op/aan de [adres 2] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
05-384279-24
1.hij op of omstreeks 27 november 2024 te Arnhem een of meerdere pakken koffie, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 28 november 2024 te Arnhem een of meerdere pakken koffie, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.hij op of omstreeks 2 december 2024 te Arnhem een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij op of omstreeks 27 augustus 2024 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Nationale Politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
05-393835-24
1.
hij op of omstreeks 11 december 2024 te Arnhem een of meerdere winkelgoederen (te weten vier Douwe Egberts duopakken ter waarde van ongeveer 63,96 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
05/407797-24
diefstal
05/384279-24
1. diefstal
2. diefstal
3. diefstal
05/173743-24
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
05/393835-24
1. diefstal
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen en heeft daartoe aangevoerd dat een ISD-maatregel een ultimum remedium is en dat op het strafblad van verdachte te zien is dat het ook tijden goed is gegaan.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen van pakken koffie en levensmiddelen bij verschillende supermarkten. Verdachte heeft hiermee gezorgd voor schade en overlast voor de desbetreffende winkels. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een vernieling van een telefoon van de Nationale politie.
Een ISD-maatregel kan worden opgelegd als aan een aantal voorwaarden is voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de door verdachte begane feiten misdrijven zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van deze feiten ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. De bewezenverklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen.
Er moet naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte weer een misdrijf zal plegen. Hierbij is van belang dat in het reclasseringsrapport van 20 maart 2025 is beschreven dat verdachte sinds 1990 veelvuldig delicten pleegt. Eerdere aangeboden en ingezette hulpverlenings- en reclasseringstrajecten in 2023 en 2024 hebben niet geleid tot het gewenste resultaat en verdachte blijft veelvuldig recidiveren. In oktober 2024 is er nog een straf met bijzondere voorwaarden en een reclasseringstoezicht opgelegd. Zodra verdachte uit detentie kwam verviel hij in gebruik en raakte hij al na één afspraak uit contact. Verdachte heeft een ernstige heroïneverslaving, hij verkeert in een antisociaal- en gebruikersnetwerk en er is sprake van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ook ingeschat als hoog. Actuele diagnostiek mist en is wel noodzakelijk om tot een haalbaar en uitvoerbaar plan van aanpak te kunnen komen. Zolang verdachte in gebruik zit, is diagnostiek echter niet uit te voeren. Een langdurige klinische verslavingsbehandeling lijkt noodzakelijk om aan de heroïneverslaving, onderliggende problematiek, gedragsverandering en het verminderen van de risico’s te kunnen werken.
Daarom eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel, die strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van recidive. Er is bij verdachte sprake van een verslaving. Omdat het plegen van strafbare feiten hiermee samenhangt, strekt de maatregel er ook toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van de verslavingsproblematiek dan wel van eventuele andere problematiek.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor oplegging van de ISD-maatregel. Er wordt ook voldaan aan de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers.
De rechtbank zal de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.
De rechtbank ziet op voorhand geen aanleiding voor een tussentijdse toetsing, aangezien er eerst nog diagnostiek moet plaatsvinden en een langdurige klinische behandeling nodig lijkt te zijn. Indien gewenst kan de raadsvrouw op een later moment om een tussentijdse toetsing verzoeken.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting het verzoek gedaan om een tussenvonnis te wijzen en daarin te bepalen dat de reclassering verder onderzoek doet naar de mogelijkheden van een klinische behandeling. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding en zal het verzoek afwijzen. Daarbij overweegt de rechtbank dat uit de stukken blijkt dat een langdurige klinische behandeling nodig lijkt te zijn en het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij Nationale politie heeft in verband met het feit onder parketnummer 05-173743-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 322,79 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich, vanwege de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost niet inhoudelijk is betwist. De schadepost is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 322,79 kan worden toegewezen.
Verdachte is vanaf 27 augustus 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De vordering tot tenuitvoerlegging 05-328663-24
De politierechter heeft verdachte op 31 oktober 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 42 dagen, met aftrek, waarvan 20 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de straf – gelet op de geëiste oplegging van de ISD-maatregel – moet worden afgewezen.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de proeftijd van de voorwaardelijke straf moet worden verlengd.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging, vanwege het opleggen van de ISD-maatregel, moet worden afgewezen. De bijzondere voorwaarden die gekoppeld zijn aan de voorwaardelijke straf komen te vervallen, zodat geen discussie ontstaat over wie er verantwoordelijk is bij de nazorg van de ISD-maatregel.
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38m, 38n, 57, 310, 350 van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde onder feit 2 van parketnummer 05-393835-24;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;
Beslissing op de vordering benadeelde partij
wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 31 oktober 2024 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 20 dagen af (parketnummer 05-328663-24) en bepaalt dat de bijzondere voorwaarden die gekoppeld zijn aan de voorwaardelijke straf komen te vervallen.