RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/182199-24
Datum uitspraak : 17 februari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de [detentieadres] .
Raadsman: mr. S.F.W. van ‘t Hullenaar, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 februari 2024 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, in het openbaar, althans op een voor het publiek zichtbare plek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen en/of voertuigen van zijn/hun gading en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- de locatiegegevens van die [slachtoffer] heeft achterhaald middels het plaatsen van een tracker op de auto van die [slachtoffer] ,
- zich enige tijd op het bedrijventerrein van die [slachtoffer] heeft opgehouden,
- op die [slachtoffer] af is gerend nadat [slachtoffer] de deur van zijn vrachtwagen geopend had,
- de deur van die vrachtwagen open heeft getrokken,
- twee maal pepperspray in de richting van het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten,
- het trapje van de vrachtwagen op is geklommen,
- aan een been van die [slachtoffer] heeft gehangen,
- de trui van die [slachtoffer] vast heeft gegrepen en aan de trui heeft gehangen, en/of
- gedurende één tot twee minuten, althans enige tijd, aan het been en/of de trui van [slachtoffer] heeft getrokken en/of gehangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
[medeverdachte] en een onbekend gebleven mededader op of omstreeks 28 februari 2024 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, in het openbaar, althans op een voor het publiek zichtbare plek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte(n) en/of zijn/hun mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen en/of voertuigen van zijn/hun gading en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- de locatiegegevens van die [slachtoffer] heeft achterhaald middels het plaatsen van een tracker op de auto van die [slachtoffer] ,
- zich enige tijd op het bedrijventerrein van die [slachtoffer] heeft opgehouden,
- op die [slachtoffer] af is gerend nadat [slachtoffer] de deur van zijn vrachtwagen geopend had,
- de deur van die vrachtwagen open heeft getrokken,
- twee maal pepperspray in de richting van het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten,
- het trapje van de vrachtwagen op is geklommen,
- aan een been van die [slachtoffer] heeft gehangen,
- de trui van die [slachtoffer] vast heeft gegrepen en aan de trui heeft gehangen, en/of
- gedurende één tot twee minuten, althans enige tijd, aan het been en/of de trui van [slachtoffer] heeft getrokken en/of gehangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 27 februari 2024 te Gendringen, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een telefoon ter beschikking te stellen,
- een opwaardeerkaart te kopen en af te geven,
- een tracker voorhanden te hebben en/of onder de auto van [slachtoffer] te bevestigen,
- meermalen [slachtoffer] op basis van de gegevens uit de tracker te observeren en/of volgen,
- zijn auto uit te lenen;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 27 februari 2024 te Gendringen, althans in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke
omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten de in artikel 312 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht omschreven diefstal met geweld, te plegen onder de omstandigheden vermeld in artikel 312 lid 2 sub 1 en sub 2 van het Wetboek van Strafrecht, te weten gepleegd op de openbare weg en in vereniging, voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad te weten:
- een telefoon,
- een opwaardeerkaart,
- een tracker, en/of
- een auto;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
[medeverdachte] en een onbekend gebleven mededader op of omstreeks 28 februari 2024 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte(n) en/of zijn/hun mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen en/of voertuigen van zijn/hun gading en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het
zich wederrechtelijk toe te eigenen
- de locatiegegevens van die [slachtoffer] heeft achterhaald middels het plaatsen van een tracker op de auto van die [slachtoffer] ,
- zich enige tijd op het bedrijventerrein van die [slachtoffer] heeft opgehouden,
- op die [slachtoffer] af is gerend nadat [slachtoffer] de deur van zijn vrachtwagen geopend had,
- de deur van die vrachtwagen open heeft getrokken,
- twee maal pepperspray in de richting van het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten,
- het trapje van de vrachtwagen op is geklommen,
- aan een been van die [slachtoffer] heeft gehangen,
- de trui van die [slachtoffer] vast heeft gegrepen en aan de trui heeft gehangen, en/of
- gedurende één tot twee minuten, althans enige tijd, aan het been en/of de trui van [slachtoffer] heeft getrokken en/of gehangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2024 tot en met 27 februari 2024 te Gendringen, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een telefoon ter beschikking te stellen,
- een opwaardeerkaart te kopen en af te geven,
- een tracker voorhanden te hebben en/of onder de auto van [slachtoffer] te bevestigen,
- meermalen [slachtoffer] op basis van de gegevens uit de tracker te observeren en/of volgen,
- zijn auto uit te lenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde. Tijdens de zitting van 13 januari 2025 heeft de raadsman ten aanzien van het primair tenlastegelegde aangevoerd dat er geen bewijs is dat verdachte in Gendringen is geweest. Ten aanzien van het subsidiaire feit, de medeplichtigheid aan de poging tot diefstal met geweld, en het meest subsidiaire feit, de poging tot diefstal, heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte de handelingen heeft uitgevoerd, maar dat hij dit niet heeft gedaan met de bedoeling om een diefstal met geweld door anderen te verwezenlijken, maar om zelf een diefstal te kunnen plegen waarvan hij uiteindelijk heeft afgezien. Met betrekking tot het meer subsidiaire feit, de voorbereiding van de overval, heeft de raadsman aangevoerd dat het bewijs voor de wetenschap dat anderen een diefstal met geweld zouden gaan plegen ontbreekt.
Op 3 februari 2025 heeft de raadsman een aanvullend verweer tot vrijspraak gevoerd. De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte] volstrekt ongeloofwaardig is en dat hij de verklaring heeft afgelegd uit wraak richting verdachte. De verklaring is daarom niet bruikbaar voor het bewijs.
Beoordeling door de rechtbank
Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 28 februari 2024 om 04.45 uur aankwam bij zijn bedrijf [slachtoffer] [naam bedrijf] in Gendringen. Hij wilde de vrachtwagen in klimmen op het moment dat hij twee personen op hem af zag rennen. De personen hadden bivakmutsen op. [slachtoffer] is snel de vrachtwagen in geklommen en hij wilde de deur dicht trekken. Eén persoon trok de deur open en klom het trapje van de vrachtwagen op. De personen trokken aan hem, één persoon hing aan zijn benen en de ander hing aan zijn trui bij de borst onder zijn jas. [slachtoffer] zag dat de achterste persoon twee keer pepperspray in zijn gezicht sprayde. De personen probeerden hem nog steeds uit de vrachtwagen te trekken. Dit duurde in totaal een paar minuten. Vervolgens zijn de personen gevlucht. [slachtoffer] denkt dat ze hem overvielen, omdat hij handelaar is en ze dachten dat hij een hoop geld bij zich zou hebben. Het is de daders niet gelukt om hem iets afhandig te maken.
Op het bedrijventerrein van [slachtoffer] hangen meerdere camera’s en de beschrijving van de beelden is vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen. Er wordt beschreven dat twee personen om 04:40 uur achter de vrachtwagen van [slachtoffer] tevoorschijn kwamen en na een aantal seconden uit het beeld liepen. Om 04:49 uur kwam [slachtoffer] bij zijn vrachtwagen aan en hij opende het portier. [slachtoffer] keek naar rechts en zag vermoedelijk de personen aan komen rennen. Hij ging in de cabine zitten en sloot snel het portier. Aangekomen bij de vrachtwagen trok één van de personen aan de handgreep van het portier van de vrachtwagen. Uit de beschrijving van de beelden volgt dat deze persoon een iets breder postuur heeft en een donkerkleurige capuchon over zijn hoofd droeg. [slachtoffer] maakte een aantal keer een trappende beweging in de richting van deze persoon. Vervolgens spoot de andere persoon met een voorwerp in zijn rechterhand een straal vloeistof in de richting van [slachtoffer] . Dit duurde ruim 6 seconden. Uit de beschrijving volgt dat deze persoon een normaal postuur heeft en een donkerkleurige pet en bivakmuts droeg. De persoon klom een stukje omhoog in de cabine, pakte [slachtoffer] aan zijn trui bij zijn borst vast en probeerde hem meerdere malen uit de cabine te trekken. Er wordt beschreven dat de persoon zijn beide armen gestrekt hield en zich met zijn beide voeten afzette op de trap van de cabine waardoor hij vermoedelijk met zijn volledige lichaamsgewicht aan [slachtoffer] trok. [slachtoffer] bood weerstand en bleef zich vasthouden aan de handvatten en het stuur van de vrachtwagen. Beide personen trokken aan het been van [slachtoffer] . De persoon spoot opnieuw een straal vloeistof in de richting van [slachtoffer] . Dit duurde ongeveer 8 seconden. Beide personen trokken nogmaals aan het been van [slachtoffer] . Om 04.51 uur renden beide personen weg.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 januari 2025 verklaard dat hij een plan heeft gemaakt met betrekking tot de diefstal van een flink geldbedrag. Samen met medeverdachte [medeverdachte] is hij [slachtoffer] drie maanden lang gaan observeren. Verdachte heeft een tracker geplaatst onder de auto die [slachtoffer] gebruikte voor zijn werk. De 27ste (de rechtbank begrijpt de nacht voor de overval) is hij met medeverdachte [medeverdachte] gecontroleerd in de auto, toen zijn ze samen naar Gendringen gereden.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard over zijn eigen rol en heeft bij zijn laatste woord tijdens de zitting van 13 januari 2025 en vervolgens bij de rechter-commissaris als getuige een verklaring over de rol van verdachte afgelegd. [medeverdachte] komt in zijn bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring naar het oordeel van de rechtbank authentiek en oprecht over. De rechtbank vindt de verklaring daarom betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat wat hij verklaart niet juist is.
[medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 28 februari 2024 samen met verdachte naar Gendringen is gereden. Ze zijn over het hek van het terrein geklommen en ze zijn allebei richting [slachtoffer] gerend. Toen gebeurde wat er op de beelden te zien is. [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte de persoon is met de pet en de bivakmuts en dat verdachte degene is die met de pepperspray spoot.
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat het volgende is komen vast te staan. Verdachte heeft een tracker onder de auto van [slachtoffer] geplaatst en hij heeft daarmee de locatiegegevens van [slachtoffer] achterhaald. Verdachte is samen met zijn medeverdachte in de nacht van zowel 27 als 28 februari 2024 naar het bedrijventerrein van [slachtoffer] in Gendringen gereden met het plan om een flink geldbedrag van [slachtoffer] te stelen. Uit de beschrijving van de camerabeelden volgt dat zij op 28 februari 2024 enige tijd op het terrein hebben gewacht tot [slachtoffer] bij zijn vrachtwagen aan kwam. Vervolgens hebben verdachten geweld gebruikt tegen [slachtoffer] . Verdachten zijn naar [slachtoffer] toe gerend en hebben het portier van de vrachtwagen open getrokken. Kort na het openen van het portier heeft verdachte met pepperspray in de richting van [slachtoffer] gespoten. Vervolgens hebben verdachten geprobeerd om [slachtoffer] uit de vrachtwagen te trekken door aan zijn been en trui te hangen waarbij een tweede keer met pepperspray werd gespoten. Het geweld heeft ongeveer 2 minuten geduurd. Uit de aangifte en de beschrijving van de beelden blijkt dat [slachtoffer] zich flink heeft verweerd en dat het bij een poging tot diefstal is gebleven.
De rechtbank overweegt dat voor medeplegen een dubbel opzetvereiste geldt: het opzet op de onderlinge samenwerking en het opzet op de verwezenlijking van het grondfeit. Dit dubbele opzet ligt besloten in de voor medeplegen geldende voorwaarde dat sprake moet zijn van een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het begaan van het grondfeit. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het opzet had om een flink geldbedrag van [slachtoffer] te stelen. Verdachte en zijn medeverdachte zijn met dit doel gezamenlijk naar het bedrijventerrein van [slachtoffer] toe gereden en uit de beschrijving van de camerabeelden volgt dat zij in een nauwe en bewuste samenwerking de geweldshandelingen jegens [slachtoffer] hebben verricht. Er is daarom sprake van medeplegen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 28 februari 2024 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, in het openbaar, althans op een voor het publiek zichtbare plek, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om goederen en/of voertuigen van zijn/hun gading en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- de locatiegegevens van die [slachtoffer] heeft achterhaald middels het plaatsen van een tracker op de auto van die [slachtoffer] ,
- zich enige tijd op het bedrijventerrein van die [slachtoffer] heeft opgehouden,
- op die [slachtoffer] af is gerend nadat [slachtoffer] de deur van zijn vrachtwagen geopend had,
- de deur van die vrachtwagen open heeft getrokken,
- twee maal pepperspray in de richting van het gezicht van die [slachtoffer] heeft gespoten,
- het trapje van de vrachtwagen op is geklommen,
- aan een been van die [slachtoffer] heeft gehangen,
- de trui van die [slachtoffer] vast heeft gegrepen en aan de trui heeft gehangen, en/of
- gedurende één tot twee minuten, althans enige tijd, aan het been en/of de trui van [slachtoffer] heeft getrokken en/of gehangen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
primair:
poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, inhoudende een contactverbod met aangever en een locatieverbod rondom de woning van aangever, waarbij voor elke overtreding de vervangende hechtenis dient te worden bepaald op 1 week. De officier van justitie heeft verzocht deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot een overval op een vrachtwagen waarbij geweld is gebruikt. Het slachtoffer werd ongemerkt al langere tijd in de gaten gehouden en op 28 februari 2024 is hij ’s nachts op zijn eigen bedrijventerrein door de twee verdachten aangevallen, waarbij ze hem uit de vrachtwagen probeerden te trekken en waarbij twee keer pepperspray in zijn gezicht werd gespoten. Verdachten hebben hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de voorgelezen slachtofferverklaring is gebleken hoeveel impact het feit op het slachtoffer en zijn familie heeft gehad. Het slachtoffer is sindsdien continu op zijn hoede en hij is angstig dat het opnieuw zal gebeuren.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder geweldsdelicten. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.
De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding is om een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Alles afwegende, en rekening houdend met het LOVS-oriëntatiepunt voor een overval op een vrachtwagen waarbij sprake is van meer geweld dan licht geweld of een bedreiging, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, passend en geboden. Een andere of lichtere straf zou geen recht doen aan de ernst van het feit en de gevolgen hiervan voor het slachtoffer.
Daarnaast zal de rechtbank een contactverbod met aangever en een locatieverbod voor het woon- en werkadres van aangever voor de duur van drie jaar in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Daarbij wordt voor elke overtreding de vervangende hechtenis bepaald op één week. De rechtbank legt deze maatregel op ter voorkoming van strafbare feiten. De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten en er nog steeds signalen zijn dat men het slachtoffer iets wil aandoen. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer, zal de rechtbank bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.925,52 aan materiële schade, bestaande uit € 110,52 voor kleding en € 1.815 voor het plaatsen van een beveiligingssysteem. Daarnaast vordert de benadeelde partij € 5.000 aan immateriële schade. Alle bedragen vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich vanwege de verzochte vrijspraak op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost met betrekking tot de kleding niet is betwist. De schadepost voor de kleding is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de kleding tot een hoogte van € 110,52 kan worden toegewezen.
Met betrekking tot de kosten voor het plaatsen van het beveiligingssysteem is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de schade rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. De benadeelde is ’s nachts, op zijn eigen bedrijventerrein, door twee verdachten aangevallen, waarbij geweld is gebruikt en aangever zich hevig heeft moeten verweren om te voorkomen dat ze iets van hem zouden meenemen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.500 vaststellen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Wettelijke rente
Verdachte is vanaf 28 februari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w, 45, 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende een periode van drie jaar:
o op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , wonende op [adres] ;
o zich niet zal bevinden binnen een straal van 500 meter rond het woonadres van [slachtoffer] , te weten [adres] ;
o zich niet zal bevinden binnen een straal van 500 meter rond het werkadres van [slachtoffer] , te weten [adres] .
beveelt dat vervangende hechtenis van 1 week wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.