ECLI:NL:RBGEL:2025:10619

ECLI:NL:RBGEL:2025:10619, Rechtbank Gelderland, 08-08-2025, 112567

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-08-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 112567
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Rechtbank veroordeelt broer en zus voor onder andere sextortion

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.112567.24

Datum uitspraak : 8 augustus 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. M.W.J. Rosendaal, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2020 tot en met 31 maart 2023 te Veldhoven, Lichtenvoorde, Wageningen, Ootmarsum, Hommerts, Stiens, Emmeloord, Renswoude, Groningen, Velp en/of Elst, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 1] tot de afgifte van 20.339,00 euro (zaak 1),

- [slachtoffer 2] tot de afgifte van 500,00 euro (zaak 2),

- [slachtoffer 3] tot de afgifte van 650,00 euro (zaak 3),

- [slachtoffer 4] tot de afgifte van 4100,00 euro (zaak 6),

- [slachtoffer 5] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 7 ),

- [slachtoffer 6] tot de afgifte van 63.372 euro (zaak 8),

- [slachtoffer 7] tot de afgifte van 150,00 euro (zaak 10),

- [slachtoffer 8] tot de afgifte van 1.900,00 euro (zaak 11) en/of

- [slachtoffer 9] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 13),

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een website, en/of

- via voornoemde (chat)websites aan (één of meer) voornoemde personen een mobiel nummer te sturen, om het (erotisch getinte) gesprek via WhatsApp en/of Telegram voort te kunnen zetten en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed, onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren;

2.

zij op of omstreeks de periode 9 augustus 2020 tot en met 11 januari 2022 te Veldhoven, Made en/of Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] (zaak 9) en/of

- [slachtoffer 11] (zaak 12)

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een website, en/of

- via voornoemde (chat)websites voornoemde personen te stimuleren om het (erotisch getinte) gesprek voor te zetten via WhatsApp en/of Telegram en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde

personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed, onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 januari 2019 tot en met 18 december 2024 te Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, meerdere geldbedragen te weten:

- € 20.339,- (zaak 1),

- € 500,- (zaak 2),

- € 650,- (zaak 3),

- € 4.100,- (zaak 6),

- € 300,- (zaak 7)

- € 63.372,- (zaak 8)

- € 150,- (zaak 10),

- € 300,- ( zaak 13) en/of

- € 9.976,- (zaak 14),

althans enig goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf, terwijl zij, verdachte, van het plegen van dat feit

een gewoonte heeft gemaakt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank zal de feiten 1 en 2, gelet op de onderlinge samenhang, samen behandelen. Feit 1 ziet op de voltooide afdreiging van negen aangevers en feit 2 ziet op de poging tot afdreiging van twee aangevers.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2. In de zaken 6, 9, en 10 (respectievelijk [slachtoffer 4] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 7] ) heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat ook deze onderdelen van de tenlastelegging bewezen kunnen worden op basis van de modus operandi en de verklaringen van verdachten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat ten aanzien van zaak 3 ( [slachtoffer 3] ), zaak 6 ( [slachtoffer 4] ), zaak 9 ( [slachtoffer 10] ) en zaak 10 ( [slachtoffer 7] ) een partiële vrijspraak moet volgen nu niet bewezen kan worden dat verdachte als pleger of medepleger betrokken was bij deze zaken. Ten aanzien van zaak 7 ( [slachtoffer 5] ), en zaak 13 ( [slachtoffer 9] ) stelt de raadsman dat verdachte steeds een deel van het gestorte geld aan haar broer, tevens medeverdachte, heeft doen toekomen. Ten aanzien van zaak 8 ( [slachtoffer 6] ) en zaak 11 ( [slachtoffer 8] ) bepleit de raadsman dat verdachte niet de gehele pleegperiode betrokken was.

Beoordeling door de rechtbank

Enkele opmerkingen vooraf

Uit het dossier volgt dat in het overgrote deel van de zaken een gedeelde modus operandi is gehanteerd. Uit de aangiftes blijkt dat deze als volgt is. Aangevers komen veelal via een website voor betaalde seks, namelijk Sexjobs.nl en Kinky.nl, in contact met ‘prostituees’. Op een gegeven moment gaat het gesprek over op WhatsApp. Aangevers willen een afspraak maken en verdachten krijgen of achterhalen hun voor- en achternaam. Vervolgens wordt gezocht met deze voor- en achternaam naar de persoonlijke profielen van aangevers en wordt er gedreigd met het openbaar maken van het feit dat de aangever een afspraak voor betaalde seks wilde maken. Om dit te voorkomen moeten de aangevers geld overmaken naar diverse rekeningnummers.

De rechtbank is van oordeel dat de enkele overeenstemming in de gevolgde werkwijze niet voldoende is voor een bewezenverklaring. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het dossier aanknopingspunten bevat dat verdachten niet in alle zaken (in dezelfde samenstelling) met elkaar hebben samengewerkt. Daarom zal de rechtbank per zaak beoordelen of sprake is van concrete bewijsmiddelen die erop duiden dat ook verdachte betrokken is geweest bij die betreffende zaken.

Zaak 1, aangever [slachtoffer 1]

Op 28 juni 2020 heeft aangever [slachtoffer 1] uit Veldhoven via de website Sexjobs.nl contact gezocht met een vrouw. Na ontvangst van een telefoonnummer ging het gesprek verder via WhatsApp. In het WhatsAppgesprek vroeg de vrouw of hij een foto van zijn geslachtsdeel wilde sturen en dit heeft aangever gedaan. Op 30 juni 2020 ontving aangever het eerste bericht waarin stond dat hij geld moest betalen, anders zouden zijn berichten en de foto van zijn geslachtsdeel worden doorgestuurd aan zijn vriendin en collega’s. Aangever heeft in het jaar dat hierop volgde in totaal € 20.339,00 overgemaakt naar diverse bankrekeningnummers en de laatste betaling vond plaats op 29 juli 2021. Het grootste deel van dit geld is terechtgekomen op bankrekeningnummers van verdachte, namelijk de bankrekeningnummers [bankrekeningnummer 1] en [bankrekeningnummer 2] . Uit de analyse van de telefoongegevens van verdachte is verder gebleken dat hierin gesprekken tussen haar en aangever voorkomen. Een eerste gesprek begint op 12 augustus 2020 en eindigt op 2 december 2020. In dit gesprek wordt aangever gedwongen om geld te betalen, anders zullen de berichten online komen. Een tweede gesprek start op 2 december 2020 en eindigt op 6 augustus 2021. In dit gesprek wordt aangever gedwongen om te reageren en te betalen, omdat anders zijn vrouw wordt ingelicht.

Gezien het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afdreiging van aangever [slachtoffer 1] in de periode 30 juni 2020 tot en met 29 juli 2021.

De rechtbank ziet onvoldoende aanwijzingen voor medeplegen. Noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat er ten aanzien van aangever [slachtoffer 1] sprake is geweest van een samenwerking met een medeverdachte. Behalve twee Tikkies op de rekening van de partner van verdachte, heeft aangever geen geld overgemaakt aan de medeverdachten in deze zaak en is ook niet gebleken dat aangever in de voornoemde pleegperiode, 28 juni 2020 tot en met 29 juli 2021, berichten heeft ontvangen van een medeverdachte. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat in deze zaak sprake is van plegen en niet van medeplegen.

Zaak 2, aangever [slachtoffer 2]

Op 22 juli 2020 kreeg aangever [slachtoffer 2] uit Lichtenvoorde een bericht via WhatsApp van een onbekend persoon met de vraag of hij haar nog kende van twee jaar geleden toen hij lekkere seks wilde. Aangever moest geld betalen, anders zou zijn vrouw berichten ontvangen met screenshots van het desbetreffende gesprek. Aangever heeft eenmalig een Tikkie betaald van € 500,00 en deze is gestort op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] . Aangever ontving daarna nog meer afpersberichten, maar heeft geen geld meer betaald. Het voornoemde bankrekeningnummer staat op naam van verdachte. In de telefoon van verdachte is een chat aangetroffen met aangever van 23 april 2019. Dit gesprek lijkt te gaan over een seksuele ontmoeting. Daarnaast is in de telefoon van verdachte een gesprek aangetroffen met contact ‘ M ’. Dit betreft de medeverdachte in deze zaak, namelijk haar broer [medeverdachte] . In dit gesprek deelt verdachte de chat van 23 april 2019 met [medeverdachte] . Daaraan voorafgaand werd een afbeelding van de Facebookpagina van aangever en zijn mogelijke partner gedeeld. Verdachte stuurt daaropvolgend een Tikkie van € 500,00 en informeert daarna of aangever al heeft gereageerd. [medeverdachte] reageert dat dit niet het geval is, dat zij verdachte moet bellen en vervolgens deelt [medeverdachte] het telefoonnummer van aangever met als naam 'slachtoffer 2'. Vervolgens geeft [medeverdachte] aan verdachte de opdracht om op de Facebook-pagina van de partner van aangever een bericht te schrijven, dit niet te verzenden, hier een screenshot van te maken en dit screenshot naar aangever te sturen. Verdachte stuurde aan [medeverdachte] een screenshot van het bericht dat zij had opgesteld voor de partner van aangever. Op 7 augustus 2020 zei verdachte tegen [medeverdachte] dat aangever € 500,00 had betaald. Verder appt verdachte met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] over deze zaak en van die gebruiker krijgt zij instructies ten aanzien van de afpersing. De gebruiker van dit telefoonnummer is [medeverdachte] .

Gezien het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het afdreigen van aangever [slachtoffer 2] op 22 juli 2020 en dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van deze afdreiging.

Zaak 7, [slachtoffer 5]

Op 11 februari 2023 heeft aangever [slachtoffer 5] uit Hommerts contact gehad met een vrouw op Kinky.nl. Haar telefoonnummer was [telefoonnummer 2] . Die avond zouden ze een afspraak hebben. Aangever kreeg een bericht van haar dat hij € 500,00 moest betalen, waarbij onder andere werd geschreven dat hij een autobedrijf zou hebben.

De vrouw had de berichten tussen haar en [slachtoffer 5] al aan drie personen doorgestuurd. Aangever gaf aan dat hij meer tijd nodig had. De vrouw heeft de berichten vervolgens aan klanten van het autobedrijf doorgestuurd. Uiteindelijk heeft aangever op 12 februari 2023 middels een Tikkie € 300,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] . Dit rekeningnummer staat op naam van verdachte. Het telefoonnummer waarmee de berichten aan aangever zijn gestuurd, namelijk [telefoonnummer 2] , wordt mogelijk gebruikt door medeverdachte [medeverdachte] , de broer van verdachte. De gebruiker van dit nummer wordt door verdachte M genoemd. Verdachte gebruikt de naam M in gesprekken met haar broer waarbij andere telefoonnummers worden gebruikt. De inhoud van de gesprekken is gelijkend op die van andere gesprekken tussen verdachte en haar broer. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat dit nummer werd gebruikt door medeverdachte [medeverdachte] van den [verdachte] . Middels dit nummer is met aangever geappt en werd hij afgedreigd. In de telefoon van verdachte zelf zijn ook gesprekken met aangever gevonden, waaronder screenshots van zijn contacten en van een een gesprek tussen verdachte aan aangever.

Gezien het voornoemde concludeert de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afdreiging van aangever [slachtoffer 5] . Verdachte en haar broer hebben met aangever geappt en het geld moest worden gestort op de rekening van verdachte.

Zaak 8, [slachtoffer 6]

Op 15 oktober 2022 zocht aangever [slachtoffer 6] uit Stiens contact met een vrouw genaamd [naam 5] via de website Sexjobs.nl. Het gesprek ging over op WhatsApp en aangever wilde een afspraak maken. Hij gaf zijn persoonsgegevens door aan haar en kort daarna ontving hij het eerste afpersbericht met een screenshot van zijn Facebookpagina. Aangever moest een Tikkie van € 300,00 betalen, anders zouden zijn berichten geopenbaard worden. In de periode tot en met 27 maart 2023 heeft aangever veelvuldig geld overgemaakt naar verschillende rekeningen om te voorkomen dat zijn berichten geopenbaard zouden worden. De rechtbank overweegt dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte in de beginperiode betrokkenheid heeft gehad bij deze zaak. Verdachte heeft verklaard dat zij op een gegeven moment haar broer benaderde om met hem samen te werken, omdat zij geldproblemen had. In de telefoon van verdachte zijn gesprekken tussen haar en aangever aangetroffen en het oudste WhatsApp-gesprek dateerde van 24 januari 2023 tot en met 27 februari 2023. Daarnaast had verdachte een gesprek met contact ‘M’ met het nummer [telefoonnummer 3] . Dit gesprek in de telefoon van verdachte werd op dezelfde wijze gevoerd als andere gesprekken met M die daarbij een ander telefoonnummer gebruikte. Uit die andere gesprekken leidt de rechtbank af dat M medeverdachte [medeverdachte] betreft en dat [medeverdachte] ook de gebruiker was van [telefoonnummer 3] . In het gesprek tussen verdachte en [medeverdachte] die op dat moment [telefoonnummer 3] gebruikte wisselen zij een screenshot van een Facebookpagina uit van een persoon die mogelijk familie is van aangever en bespreken ze dat aangever € 200,00 zal storten en later nog eens € 2.000,00. Daarnaast bespreken ze het versturen van de informatie aan de familie van aangever en het ontvangen van geld van aangever. Uit deze gesprekken volgt dat er een samenwerking bestond tussen verdachte en [medeverdachte] ten aanzien van aangever [slachtoffer 6] . Vanaf 22 maart 2023 tot en met 31 maart 2023 voert verdachte wederom gesprekken met [slachtoffer 6] over het overmaken van geld. Vanaf 24 januari 2023 is er in totaal € 4.140,00 op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 4] gestort, dat op naam staat van verdachte. Gezien het voorgaande concludeert de rechtbank dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar broer en dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afdreiging in de periode 24 januari 2023 tot en met 31 maart 2023.

Zaak 11, [slachtoffer 8]

Op 22 december 2022 zocht aangever [slachtoffer 8] uit Emmeloord via Google naar een escortdame. Hij kwam in contact met een dame via het nummer [telefoonnummer 4] , maar besloot uiteindelijk om niet af te spreken. Op 12 januari 2023 ontving hij van dit nummer berichten waarin stond dat hij geld moest betalen, anders zouden de gesprekken geopenbaard worden via Facebook. Aangever heeft € 3.200,00 overgemaakt aan de rekeningnummers [bankrekeningnummer 5] en [bankrekeningnummer 6] . Hiervan heeft de Rabobank € 1.300,00 tegengehouden. Op 13 januari 2023 nam de persoon met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] wederom contact op met aangever en zei dat inmiddels aan meerdere personen in de Facebook vriendenlijst van aangever was verteld dat aangever contact had opgenomen met een escortdame. In de telefoon van verdachte is een gesprek met haar broer [medeverdachte] aangetroffen waarin zij praten over de man die € 500,00 heeft overgemaakt. De medeverdachte vraagt aan verdachte om uit te zoeken hoe hij eruit ziet en verdachte deelt vervolgens een screenshot van de Facebookpagina van aangever met [medeverdachte] . [medeverdachte] deelt een screenshot met verdachte waaruit blijkt dat aangever € 1.000,00 heeft overgemaakt aan [rekeningnummer 1] . Verdachte appt aan [medeverdachte] dat aangever de transactie probeert terug te draaien en [medeverdachte] adviseert haar om een afpersbericht op te stellen en dit aan vijf mensen in zijn vriendenlijst te sturen. Kort daarna stuurt verdachte een screenshot van het opgestelde bericht aan [medeverdachte] . Daarnaast bespreken verdachte en [medeverdachte] de verdeling van de gelden die zij van aangever ontvangen en bespreken ze op welke rekeningnummers er geld wordt gestort. Uit dit gesprek blijkt ook dat het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van verdachte is. De overboekingen zijn gedaan op 12 januari 2023.

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en haar broer [medeverdachte] de afpersing en ook de verdeling van geld met elkaar hebben besproken. De rechtbank concludeert daarom dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar broer ten aanzien van aangever en dat zij hem hebben afgedreigd op 12 januari 2023.

Zaak 12, [slachtoffer 11]

Op 9 augustus 2020 zocht aangever [slachtoffer 11] uit Veldhoven via de website Kinky.nl contact met een vrouw genaamd [naam 1] . Het telefoonnummer van [naam 1] was [telefoonnummer 1] en hij wilde een afspraak maken. Hij ontving een bericht van [naam 1] dat hij € 200,00 moest overmaken en als hij dit niet zou doen, zou er een screenshot van het gesprek via Facebookberichten aan zijn familieleden gestuurd worden. Aangever heeft niet betaald. In de telefoon van verdachte stond een screenshot van het Facebookprofiel van aangever. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] was in gebruik bij haar broer [medeverdachte] . Daarnaast deelt [medeverdachte] in een WhatsAppgesprek met verdachte informatie over aangever, waaronder het telefoonnummer. Verdachte stuurt ook informatie over aangever door naar [medeverdachte] , die hier expliciet om vraagt. Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met haar broer, terwijl zij gepoogd hebben om aangever af te dreigen.

Zaak 13, [slachtoffer 9]

Op 1 april 2022 had aangever [slachtoffer 9] uit Groningen contact met een vrouw via Kinky.nl en het gesprek ging verder via WhatsApp. De vrouw noemde zichzelf [naam 2] en het nummer waar aangever contact mee had betrof [telefoonnummer 5] . [naam 2] zei tegen aangever dat hij haar al twee keer had laten zitten en nu moest hij € 300,00 betalen om te voorkomen dat de gesprekken openbaar zouden worden gemaakt. Hij moest het geld overmaken naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 1] en dit heeft aangever gedaan. Dit bankrekeningnummer staat op naam van verdachte en uit de bankgegevens blijkt ook dat er € 300,00 is bijgeschreven van aangever. Het account van de vrouw op Kinky.nl is gekoppeld aan een e-mailadres dat voorkwam in de telefoon van verdachte, in combinatie met een wachtwoord bij dit account. Verder is in de telefoon van verdachte een gesprek met medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen waarin [medeverdachte] vraagt ‘hoe die van 300 heet’. Verdachte antwoordt hierop door de naam van aangever te noemen. De rechtbank concludeert gelet op het gesprek met [medeverdachte] dat in de telefoon is aangetroffen, dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] ten aanzien van aangever en dat zij hem hebben afgedreigd op 1 april 2022.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de feiten 1 en 2 bewezen voor zover dat voornoemde aangevers betreft en met dien verstande dat in zaak 1 (aangever [slachtoffer 1] ) niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van medeplegen.

Zaak 3, aangever [slachtoffer 3] – vrijspraak

Op 31 mei 2021 heeft aangever [slachtoffer 3] uit Wageningen via de website Sexjobs.nl gereageerd op een advertentie. Hij stuurde een bericht naar het telefoonnummer [telefoonnummer 6] en een paar uur later ontving hij van ditzelfde telefoonnummer een bericht waarin stond dat hij € 150,00 over moest maken, omdat anders zijn telefoonnummer en het gestuurde bericht online geopenbaard zouden worden. Aangever moest het bedrag overmaken op het rekeningnummer [rekeningnummer 2] en dit heeft hij gedaan. Het rekeningnummer stond op naam van ‘ [naam 3] ’. Diezelfde avond ontving aangever wederom berichten waarin stond dat hij geld moest overmaken. Dit heeft hij niet gedaan, maar hij heeft uiteindelijk vijf Paysafe-kaarten gekocht voor een totaalbedrag van € 500,00 omdat hij bang was dat de informatie online zou worden gezet.

Uit het dossier is niet gebleken dat het voornoemde rekeningnummer van verdachte of de medeverdachte is, of dat deze op een andere manier met hen in verband kan worden gebracht. Het telefoonnummer waar een afpersbericht mee werd gestuurd aan aangever, staat wel op naam van de medeverdachte in deze zaak. Hoewel dit nummer voorkomt in de telefoon van verdachte, blijkt noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting dat verdachte handelingen heeft verricht waaruit blijkt dat zij iets met de afdreiging van deze aangever te maken heeft gehad.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Zaak 6, aangever [slachtoffer 4] – vrijspraak

Op 8 maart 2022 heeft aangever [slachtoffer 4] uit Ootmarsum via de website Sexjobs.nl gereageerd op een advertentie van een vrouw genaamd [naam 4] , met het telefoonnummer [telefoonnummer 7] . Een dag later ontving hij het bericht dat hij € 300,00 euro moest betalen en hij ontving hiervoor een Tikkie. Deze heeft hij betaald en het bedrag is overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 3] , dat op naam staat van de medeverdachte in deze zaak. Vervolgens ontving aangever berichten van twee andere telefoonnummers met verzoeken om geld over te maken naar diverse rekeningnummers. In eerste instantie deed de afperser alsof aangever zijn afspraken niet nakwam en hij daarom moest betalen. Vanaf 13 maart 2022 moest aangever betalen omdat zijn berichten anders online gezet zouden worden. In totaal heeft aangever € 4.100,00 overgemaakt naar diverse rekeningnummers op naam van de medeverdachte. Geen enkel rekeningnummer of telefoonnummer staat op naam van verdachte. Ook is niet uit de analyse van haar telefoon gebleken dat er aanwijzingen zijn die verdachte in verband brengen met deze aangever, zoals bijvoorbeeld het contact onderhouden met de aangever of de afpersing bespreken met de medeverdachte. Het dossier geeft daarom geen aanleiding om uit te gaan van de betrokkenheid van verdachte in deze zaak. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Zaak 9, aangever [slachtoffer 10] – vrijspraak

Op 23 december 2021 heeft aangever [slachtoffer 10] uit Made contact opgenomen met een vrouw die hij leerde kennen op de website Kinky.nl. Het nummer bij de advertentie was [telefoonnummer 8] . Hij wilde een afspraak maken, maar dit is er niet van gekomen. Op 11 januari 2022 ontving aangever een bericht via WhatsApp. In het bericht stonden screenshots van het gesprek en een bankrekeningnummer, namelijk [bankrekeningnummer 7] , waar aangever € 100,00 op moest overmaken. In het bericht stond geschreven ‘je wilt niet dat dit online komt toch?’. Aangever heeft niet betaald. In de telefoon van verdachte zijn geen aanwijzingen gevonden die erop wijzen dat zij contact heeft opgenomen met aangever. Het telefoonnummer bij de advertentie staat op naam van de medeverdachte in deze zaak. Het dossier geeft geen aanleiding om uit te gaan van de betrokkenheid van verdachte in deze zaak. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Zaak 10, aangever [slachtoffer 7] – vrijspraak

Op 23 februari 2022 ontving aangever [slachtoffer 7] uit Renswoude een WhatsAppbericht waarin stond dat hij € 150,00 moest overmaken omdat anders bekend zou worden gemaakt dat hij een afspraak had willen maken met een prostituée. Het bericht was afkomstig van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] en er stonden screenshots bij van zijn Facebookpagina. Aangever raakte in paniek en maakte het bedrag over op het bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 7] . Dit rekeningnummer stond op naam van de medeverdachte. Daarna heeft aangever nog tweemaal berichten van verschillende telefoonnummers ontvangen met dreigende berichten dat hij moest betalen. Hij heeft niet meer betaald. De verschillende telefoonnummers en het bankrekeningnummer staan niet op naam van verdachte en ook is niet uit de analyse van de telefoons gebleken dat verdachte contact heeft gehad met aangever. Het dossier geeft daarom geen aanleiding om uit te gaan van de betrokkenheid van verdachte in deze zaak. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan dit feit in zaak 1 ( [slachtoffer 1] ), zaak 3 ( [slachtoffer 3] ) en zaak 8 ( [slachtoffer 6] ). Volgens de officier heeft verdachte zich daarom schuldig gemaakt aan het witwassen van in totaal € 2.750,00.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de zaken 3, 6 en 10 en om die reden kan ook het witwassen van de desbetreffende geldbedragen niet worden bewezen. Ten aanzien van zaak 14 voert de raadsman aan dat ook dit onderdeel van de tenlastelegging niet kan worden bewezen. Ten aanzien van de zaken 1, 2, 7 en 13 voert de raadsman aan dat er geen verhullingshandelingen zijn gepleegd door verdachte. Tenslotte stelt de raadsman zich op het standpunt dat de pleegperiode, zoals deze ten laste is gelegd, ten aanzien van zaak 1 en zaak 8 niet bewezen kan worden. Mocht er in die zaken een bewezenverklaring volgen, dan dient de pleegperiode te worden aangepast volgens de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

Enkele opmerkingen vooraf

De in de tenlastelegging onder feit 3 genoemde geldbedragen betreffen steeds totaalbedragen die deels bestaan uit geld dat door aangevers op bankrekeningen op naam van de verdachten (al dan niet via Tikkie) is overgemaakt en deels op bankrekeningen van andere personen, vermoedelijk katvangers. Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag wat er, nadat het geld op bankrekeningnummers van de vermoedelijke katvangers werd overgemaakt, met dat geld is gebeurd. Reeds om die reden kan witwassen ten aanzien van deze bedragen niet worden vastgesteld, omdat op zijn minst vast zou moeten staan dat de verdachten op enig moment feitelijke zeggenschap over die gelden hebben gekregen.

Nu het op eigen rekening laten overmaken van (onmiddellijk) uit eigen misdrijf afkomstig geld op zichzelf niet bijdraagt aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan, komt de rechtbank hierna uitsluitend tot een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen ten aanzien van die bedragen waarvan vaststaat dat deze op rekeningen op naam van een verdachte zelf zijn overgemaakt.

Zaak 3, 6 en 10 – vrijspraak

De rechtbank acht met betrekking tot feit 1 de zaken 3 ( [slachtoffer 3] ), 6 ( [slachtoffer 4] ) en 10 ( [slachtoffer 7] ) niet bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde bedragen uit misdrijf heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen, omgezet of hier gebruik van heeft gemaakt. De rechtbank zal verdachte daarom in zoverre van de tenlastelegging vrijspreken.

Zaak 14 – vrijspraak

Ten aanzien van zaak 14 ([naam 6]) geldt dat noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte enige betrokkenheid had bij deze zaak. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Onderstaand volgt een bespreking van de bedragen die de rechtbank bewezen zal verklaren onder feit 3. De rechtbank gaat daarbij niet bij iedere zaak uit van dezelfde bedragen als de officier van justitie. Voor zover van toepassing worden de bewijsmiddelen zoals die gelden ten aanzien van feit 1 hier geacht te zijn herhaald en ingelast.

Zaak 1, aangever [slachtoffer 1] - bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 1] heeft in de desbetreffende pleegperiode 25 keer geld overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] dat op naam staat van verdachte. Het betreft een totaalbedrag van € 10.506,00. Daarnaast heeft aangever 24 keer geld overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] . Ook dit nummer staat op naam van verdachte. Het betreft een bedrag van € 7.033,00. De rest van het geld is gestort op rekeningnummers die niet op naam staan van verdachte. Niet kan worden vastgesteld dat deze bedragen zijn witgewassen Tevens heeft de rechtbank in deze zaak geoordeeld dat er sprake is van plegen en niet van medeplegen. Verdachte heeft gezien het voorgaande een bedrag van € 17.539,00 verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wist dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 2, aangever [slachtoffer 2] - bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 2] heeft eenmalig een bedrag van € 500,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] dat op naam staat van verdachte. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 7, aangever [slachtoffer 5] – bewezenverklaring

Aangever [slachtoffer 5] heeft € 300,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] dat op naam staat van verdachte. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

De raadsman heeft gesteld dat verdachte het geld heeft overgemaakt aan de medeverdachte. Uit de door de raadsman overlegde producties kan de rechtbank slechts concluderen dat er geld is overgemaakt van de rekening van verdachte naar een Wise-rekening. Of dit een bankrekening is van de medeverdachte en om welke reden dit geld is overgemaakt, kan de rechtbank op grond van de overlegde stukken niet vaststellen.

Zaak 8, aangever [slachtoffer 6] – partiële vrijspraak

Aangever [slachtoffer 6] heeft, uitgaande van zijn aangifte en de bijlagen bij de aangifte minimaal € 63.372,00 overgemaakt naar diverse rekeningnummers. De rechtbank komt niet tot een bewezenverklaring van witwassen waar het de bedragen betreft die op rekeningnummers van vermoedelijke katvangers zijn overgemaakt, omdat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte hier op enig moment feitelijke zeggenschap over heeft gekregen.

De rechtbank heeft bij feit 1 geoordeeld dat verdachte ten aanzien van deze aangever in de periode van 24 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 als medepleger kan worden aangemerkt en dat niet blijkt dat verdachte vóór deze periode betrokkenheid heeft gehad bij deze zaak. In de periode van 24 januari 2023 tot en met 5 maart 2023 heeft aangever een totaalbedrag van

€ 4.140,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 4] van verdachte. Ten slotte heeft aangever op 24 en 27 maart 2023 een totaalbedrag van € 2.000,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 4] dat op naam staat van ‘ [verdachte] ’. Gelet op het voorgaande, waaronder de pleegperiode ten aanzien van verdachte, gaat de rechtbank bij dit feit uit van een bedrag van € 6.140,00 dat verdachte samen met haar medeverdachte heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

Zaak 13, aangever [slachtoffer 9] - bewezenverklaring

Zoals de rechtbank bij feit 1 heeft vastgesteld, heeft aangever [slachtoffer 9] € 300,00 overgemaakt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] dat op naam staat van de verdachte. Tevens is in deze zaak sprake van medeplegen. Dit bedrag hebben beide verdachten aldus verworven en voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat het uit eigen misdrijf afkomstig was.

3. De bewezenverklaring

personen naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juni 2020 tot en met 31 maart 2023 te Veldhoven, Lichtenvoorde, Wageningen, Ootmarsum, Hommerts, Stiens, Emmeloord, Renswoude, Groningen, Velp en/of Elst, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans en/of alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 1] tot de afgifte van 20.339,00 euro (zaak 1),

- [slachtoffer 2] tot de afgifte van 500,00 euro (zaak 2),

- [slachtoffer 3] tot de afgifte van 650,00 euro (zaak 3),

- [slachtoffer 4] tot de afgifte van 4100,00 euro (zaak 6),

- [slachtoffer 5] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 7 ),

- [slachtoffer 6] tot de afgifte van 63.372 euro (zaak 8),

- [slachtoffer 7] tot de afgifte van 150,00 euro (zaak 10),

- [slachtoffer 8] tot de afgifte van 1.900,00 euro (zaak 11) en/of

- [slachtoffer 9] tot de afgifte van 300,00 euro (zaak 13),

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl, en Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, en Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een website, en/of

- via voornoemde (chat)websites aan (één of meer) voornoemde personen een mobiel nummer te sturen, om het (erotisch getinte) gesprek via WhatsApp en/of Telegram voort te kunnen zetten en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van één voornoemde personen persoon naaktfoto’s en/of erotisch getinte foto's en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen te vragen en/of te ontvangen

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van hun persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde personen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed, onder meer inhoudende dat voornoemde personen één of meer geldbedragen moesten overmaken en/of betalen omdat verdachte die personen anders bekend zou maken op internet en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van voornoemde personen zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren;

2.

zij op of omstreeks de periode 9 augustus 2020 tot en met 11 januari 2022 te Veldhoven, Made en/of Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander (telkens) door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim, te dwingen tot afgifte van enig goed, althans een geldbedrag, te weten:

- [slachtoffer 10] (zaak 9) en/of

- M. [slachtoffer 11] (zaak 12)

dat geheel of ten dele aan die voornoemde [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toebehoorde(n) door (telkens):

- een seksueel uitnodigende advertentie te plaatsen op een (dating)website(s) te weten: Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be;

- met voornoemde persoon personen (erotisch getint) contact te leggen en/of te krijgen en/of te hebben en/of te chatten via (dating)website(s) Kinky.nl, Sexjobs.nl en/of Redlight.be, althans via een website, en/of

- via voornoemde (chat)websites voornoemde persoon personen te stimuleren om het (erotisch getinte) gesprek voor te zetten via WhatsApp en/of Telegram en/of

- via voornoemde (chat)websites en/of WhatsApp en/of Telegram aan (één of meer) voornoemde personen (erotisch getinte) berichten te sturen en/of van voornoemde

- via WhatsApp en/of Telegram en/of Facebook aan (één of meer) voornoemde personen persoon berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers) met daarin screenshots en/of foto's van zijn persoonlijke profielen en/of contacten en/of familieleden op Facebook en/of Instagram en/of andere sociale media platforms en/of

- voornoemde persoonen dreigende en/of dwingende berichten te sturen (met verschillende mobiele nummers), waarbij verdachte dwingende en/of dreigende uitlatingen en/of eisen deed, onder meer inhoudende dat voornoemde personen persoon één of meer geldbedragen moesten overmaken en/of betalen omdat verdachte die persoon anders bekend zou maken op internet en/of voornoemde erotisch getinte gesprekken en/of erotisch getinte foto’s en/of foto’s van ontblote lichaamsdelen aan de relaties, familie, vrienden, werkgevers en/of collega's van voornoemde persoon zou sturen en/of op één of meer sociale media platformen zou plaatsen,

althans anderszins (via internet) zou verspreiden en/of publiceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 januari 2019 30 juni 2020 tot en met 18 december 2024 te Velp, althans in Nederland en/of Thailand, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans en alleen, (van) een of meerdere voorwerpen, meerdere geldbedragen te weten:

- € 17.539,- (zaak 1),

- €500,- (zaak 2),

- €650,- (zaak 3),

- €4.100,- (zaak 6),

- € 300,- (zaak 7)

- € 6.140,- (zaak 8)

- € 150,- (zaak 10), en

- € 300,- (zaak 13) en/of

- € 9.976,- (zaak 14),

heeft verworven, en voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/ die geldbedragen voorwerp(en onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf, terwijl zij, verdachte, van het plegen van dat feit een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van afdreiging, meermalen gepleegd;

en

afdreiging, meermalen gepleegd;

feit 2:

poging tot medeplegen van afdreiging;

feit 3:

medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd;

en

eenvoudig witwassen.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte gezien haar persoonlijke omstandigheden niet naar een penitentiaire inrichting kan en dat er rekening dient te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de dreigende houding die uitgaat van de medeverdachte in deze zaak. De raadsman verzoekt daarom om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van de tijd die zij al in verzekering heeft doorgebracht, namelijk twee dagen, gecombineerd met een forse voorwaardelijke straf en de maximale werkstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan sextortion. Verdachte heeft in ieder geval 7 slachtoffers die in de bewezenverklaring vermeld staan, afgedreigd of gepoogd af te dreigen. Verdachte deed dit meestal samen met haar broer. Zij en haar broer hebben op verschillende websites advertenties geplaatst voor betaalde seks en via deze weg contact gelegd met slachtoffers. Sommige slachtoffers wilden een afspraak maken. Verdachte vroeg of achterhaalde vervolgens hun persoonsgegevens en dreigde vervolgens dat zij de gesprekken zou doorsturen aan eventuele partners, familie, collega’s of de werkgever van het slachtoffer. Om dit te voorkomen moesten de slachtoffers geld overmaken. De meeste slachtoffers hebben dit gedaan en sommige slachtoffers hebben dit zelfs veelvuldig gedaan. Verdachte verklaarde hierover dat zij zich door haar broer gedwongen voelde om dit te doen. De rechtbank ziet dit anders. Noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de broer van verdachte haar in die periode dwong om de ten laste gelegde feiten te plegen. Uit het dossier blijkt dat verdachte initiatief nam richting haar broer, omdat zij geld nodig had. Samen maakten zij plannen en wisselden zij ideeën met elkaar uit. Daarnaast maakte zij een plan om geld te sparen ten koste van de aangever. De rechtbank ziet hierin een verdachte met een berekenende houding die initiatief neemt om anderen af te persen.

Verdachte heeft op deze manier welbewust en op een geraffineerde manier persoonlijke gegevens van slachtoffers achterhaald. Zij maakte de slachtoffers kwetsbaar door te dreigen gesprekken dan wel een toegezonden foto te openbaren en hen zo in verlegenheid te brengen. In enkele zaken heeft verdachte ook daadwerkelijk berichten verstuurd aan de contacten van een aangever en gebeld naar een werkgever. Verdachte heeft dus ernstig misbruik gemaakt van de aan haar verstrekte informatie. Een groot deel van de slachtoffers heeft ook daadwerkelijk één of meerdere keren betaald. Het enige doel van de afdreiging door verdachte was geld verdienen ten koste van de slachtoffers. Verdachte liet blijken geen enkel respect te hebben voor de slachtoffers. Sommige slachtoffers hebben zich voor langere tijd angstig en onveilig gevoeld, hetgeen ook duidelijk is geworden uit de indringende slachtofferverklaring van slachtoffer [slachtoffer 8] . Verdachte ging echter volledig voorbij aan deze gevoelens van angst en onveiligheid en had enkel oog voor haar eigen geldelijk gewin. Zo heeft aangever [slachtoffer 1] meerdere malen dringend een beroep gedaan op verdachte om hiermee te stoppen, omdat zijn geld op was, maar verdachte ging door met de afpersingen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Daar komt bij dat verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting zeer beperkt verantwoordelijkheid heeft genomen.

Doordat de slachtoffers het geld (deels) op rekeningnummers op naam van de verdachten moesten overmaken, zijn die uit eigen misdrijf verkregen gelden door de verdachten eenvoudig witgewassen.

Schending artikel 6 EVRM

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank stelt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het

proces verloop in deze zaak het volgende vast. Met het eerste verhoor van verdachte op 15 april 2023 is de redelijke termijn aangevangen. De redelijke termijn is daardoor met ruim 3 maanden overschreden.

De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot

gevolg moet hebben.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte geen strafrechtelijke documentatie heeft, de overschrijding van de redelijke termijn, en met het reclasseringsrapport van 19 juni 2025. De reclassering adviseert om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen omdat er geen plan van aanpak in een forensisch kader nodig is. De rechtbank neemt dit advies over.

Conclusie

De hoeveelheid slachtoffers en de ernst van de feiten rechtvaardigen een forse gevangenisstraf. De rechtbank ziet in de gezondheid van cliënte geen aanleiding om daarvan af te wijken. De rechtbank zal echter een lagere straf aan verdachte opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat verdachte een first offender is en omdat er geen sprake is van een bewezenverklaring in de zaken 3, 6, 9, 10 en 14.

Mede gelet op voornoemde omstandigheden en op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opleggen, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

8. De beoordeling van de civiele vordering

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] (zaak 1) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 20.339,00 aan materiële schade en € 2.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] (zaak 6) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.100,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard in verband met de bepleite vrijspraak.

Benadeelde partij [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] (zaak 11) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.200,00 aan materiële schade en € 1.500,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat slechts een bedrag van € 500,00 aan materiële schade kan worden toegekend. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. Daarnaast verzoekt de raadsman om afwijzing van het verzoek om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak 3) heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 800,00 aan materiële schade en € 1.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat € 650,00 euro aan materiële schade kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.

Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren nu deze schade niet is onderbouwd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering in verband met de bepleite vrijspraak.

Overweging van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

Verdachte is vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

Verdachte is vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Benadeelde [slachtoffer 1] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde [slachtoffer 1] het gevorderde bedrag van € 20.339,00 aan materiële schade heeft overgemaakt naar diverse rekeningnummers als gevolg van de afdreiging van verdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 14 juni 2021. Deze datum ligt in het midden van de periode dat aangever geld heeft overgeboekt aan verdachte. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen nu er ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 1] geen sprake is van medeplegen.

Benadeelde [slachtoffer 8] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde [slachtoffer 8] het gevorderde bedrag van € 3.200,00 heeft overgemaakt aan verdachte en de medeverdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 12 januari 2023. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank zal bepalen dat de hoofdelijkheidsclausule van toepassing is nu er ten aanzien van benadeelde [slachtoffer 8] sprake is van medeplegen.

Immateriële schade benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8]

Voor de beoordeling van de gevorderde immateriële schade stelt de rechtbank het volgende voorop. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 maart 2019 (ECLI:NL:HR:2019:376) als uitgangspunt voorop gesteld dat van de in artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze in ieder geval sprake is, indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan, waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van in de artikel 6:106, eerst lid, onder b BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. De benadeelde partij die zich hierop beroept zal in beginsel moeten stellen en met concrete gegevens moeten onderbouwen dat de ernstige normschending dermate ingrijpende gevolgen voor haar heeft gehad, dat zij in haar persoon is aangetast. In sommige gevallen kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de daaruit voor betrokkene voortvloeiende nadelige gevolgen zozeer voor de hand liggen dat aantasting in de persoon (zonder meer) kan worden aangenomen.

Verder heeft de Hoge Raad overwogen dat van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, eerste lid, onder b BW niet reeds sprake is bij de enkele schending van een fundamenteel recht.

In onderhavige zaak zijn de benadeelden afgedreigd via een website voor betaalde intieme contacten en via WhatsApp. De rechtbank acht het zeer voorstelbaar dat de benadeelden hierdoor gevoelens van angst, slapeloosheid en/of andere (psychische)gevoelens hebben ondervonden. Gelet op het hiervoor weergegeven kader van de Hoge Raad, overweegt de rechtbank dat dit niet voldoende is om een aantasting in de persoon op andere wijze te kunnen aannemen.

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] hebben hun vordering niet voldoende met stukken waaruit blijkt dat bij hen sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze onderbouwd. De rechtbank zal deze benadeelde partijen (voor dit deel) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Zij kunnen daarom hun vordering nog voorleggen aan de burgerlijke rechter.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 318 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente vanaf

1. [slachtoffer 1] € 20.339,00 14 juni 2021

2. [slachtoffer 8] € 3.200,00 12 januari 2023

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [slachtoffer 1] € 20.339,00 136 dagen;

2. [slachtoffer 8] € 3.200,00 42 dagen.

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 8] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld.

 bepaalt ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 8] dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Sno (voorzitter), mr. A. Bril en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 augustus 2025.

Mrs. Sno, Leen en Witteveen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?